npn-enquête: Fiduciair beheer – minder zorgen, of juist meer?
Gepubliceerd op: 30 Mei 2007
(April/Mei 2007)
Is fiduciair beheer het ideale antwoord op de steeds complexere pensioenfondsrealiteit? Of een kostenlaag die weinig waarde toevoegt en bovendien de bestuurlijke verantwoordelijkheid aantast? En als men een fiduciaire aanpak overweegt, naar welke kwaliteiten zoekt men dan in een beheerder? npn peilde de opinies van pensioenfondsen over deze en andere vragen.
In totaal werkten 44 pensioenfondsen mee aan dit onderzoek. 42% van de respondenten zegt geen fiduciaire oplossing te overwegen, maar een meerderheid ziet wel heil in deze oplossing: in totaal 59% denkt er over om op fiduciair beheer over te stappen, of heeft dit al gedaan.
Onder de redenen voor zo’n overstap scoorde met name de toenemende complexiteit van de beleggingsomgeving hoog, terwijl complexiteit van de regelgeving het minst vaak als reden werd genoemd.
Uit de resultaten komt duidelijk naar voren dat fiduciair beheer een relatief recent verschijnsel is. Van de fondsen die voor fiduciaire uitbesteding hebben gekozen vindt 44% het nog te vroeg om te zeggen of de oplossing bevalt.
Wie uitdrukkelijk niet voor fiduciair beheer kiest, doet dit in veel gevallen uit kostenoverwegingen: De helft van de fondsen die passen voor fiduciair beheer zegt de oplossing te duur te vinden.
Een veel gehoord bezwaar tegen fiduciair beheer is dat men als bestuur de grip op het pensioenfonds zou kunnen verliezen, hetzij doordat men te veel van de bestuursverantwoordelijkheid uit handen geeft, dan wel doordat men aan interne expertise inboet. Interessant in dit verband is, dat een fors aantal fondsen - 67% - aangeeft welbewust een deel van de beleggingen intern te willen houden, ook op de langere termijn. Men geeft er de voorkeur aan om niet alle uitvoerende taken rond vermogensbeheer buitenshuis te plaatsen.
Performance track record staat op de eerste plaats als het gaat om de belangrijkste kwaliteiten waar men naar kijkt in de selectie van een fiduciair beheerder. Ook reputatie en referenties worden zeer belangrijk geacht, gevolgd door kosten en omvang van de fiduciaire organisatie. De Nederlandse dan wel buitenlandse herkomst van de vermogensbeheerder vindt men minder belangrijk.
Over de vraag of een fiduciair het pensioenfondsvermogen zelf mag beheren of alleen met externe managers mag werken, zijn de meningen verdeeld. Precies de helft van de respondenten meent dat een fiduciair beheerder geen eigen assetmanagers zou moeten inzetten voor zijn fiduciaire klanten. 38% van de pensioenfondsen heeft hiertegen geen bezwaar mits dit in het belang van de klant gebeurt en nog eens 12% heeft geen bezwaar zolang deze assetmanagers buiten het fiduciaire contract worden gehouden.
Een aanzienlijke meerderheid van 67% vindt dat de invulling van het fiduciaire concept per aanbieder zeer verschilt maar dat dit voordelen biedt in de vorm van ruime keuze en flexibiliteit. Een opvallende uitkomst uit het onderzoek is dat geen enkele van de ondervraagde pensioenfondsen meent dat fiduciair beheer voldoende helder gedefinieerd is om een objectieve afweging van aanbieders mogelijk te maken. Eén derde vindt zelfs dat Jan en alleman zich fiduciair noemt, en dat elke objectieve maatstaf voor vergelijking van aanbieders ontbreekt.
In het verlengde hiervan zegt bijna de helft van de pensioenfondsen dat het een goed idee zou zijn als aanbieders een kwaliteitslabel zouden ontwikkelen.
MvdW
Printbare versie
|