Fiduciair Alternatief: in eigen beheer
Gepubliceerd op: 30 Mei 2007
(April/Mei 2007)
Oplossing voor doe-het-zelvers
Bij de meest voorkomende vorm van fiduciaire uitbesteding schakelt een pensioenfonds een externe fiduciair in die alle operationele taken rond het vermogensbeheer op zich neemt.
Daarnaast kan worden gedacht aan fiduciaire ‘insourcing’ waarbij het fonds hoofdzakelijk een manager-of-managerplatform inhuurt, naar behoefte aangevuld met additionele diensten.
Maar er is nog een derde mogelijkheid die veel minder bekendheid geniet: fiduciair beheer in eigen huis. Frank de Waardt, directeur en fiduciair beheerder van het Heineken pensioenfonds, legt uit hoe dit in zijn werk gaat:
“De kern van fiduciair beheer is dat er een scheiding wordt aangebracht tussen de strategische taak van het bestuur enerzijds, en het tactische en operationele vermogensbeheer anderzijds. Wij hebben die taakverdeling in 2000 doorgevoerd.” In feite betekent dat een driedeling van het vermogensbeheer, vertelt De Waardt. “De eerste stap wordt gezet door het bestuur van het fonds: Het bestuur stelt op basis van de ALM-studie een langetermijnbeleggingsmix vast. Dat is de belangrijkste beslissing, want daarmee wordt de toon gezet voor het rendement en het risico. Voorts formuleert het bestuur een bepaalde beleidsruimte rondom de strategische beleggingsmix.”
Als de strategische benchmark en de beleidsruimte zijn bepaald, draagt het bestuur de fakkel over aan de fiduciair.
“Men heeft mij het mandaat gegeven om die beleidsruimte vervolgens te gaan invullen. Dat betekent een vertaling van de strategische benchmark naar de kortere termijn, bijvoorbeeld om aandelen te overwegen of onderwegen, andere regio’s te kiezen, en de dollar al dan niet te hedgen. Die overwegingen leiden tot een tactische bench-mark. Risico’s en waarderingsniveaus zijn de belangrijkste drivers voor de tactische beslissingen.”
Dat leidt tot de derde en laatste stap. “Die tactische benchmark wordt vervolgens als het ware in stukken geknipt en bij elk stuk worden externe managers gezocht.”
Een hoop geld
Heineken heeft deze fiduciaire aanpak in 2000 ingevoerd, en het model bevalt goed. “Deze benadering heeft tot nog toe 1,5 procent extra rendement per jaar opgeleverd ten opzichte van het strategische beleid. Dat is toch een hoop geld.”
Over een hoop geld gesproken, een doe-het-zelf oplossing is beduidend goedkoper dan uitbesteding. “Externe fiduciaire managers vragen een basisfee plus een behoorlijke performancefee. Daarbovenop komen de kosten van de vermogensbeheerders. De totale kosten van het vermogensbeheer bedragen bij ons ongeveer 35 basispunten. Bij dezelfde outperformance, zullen de kosten bij extern fiduciair beheer meer dan verdubbelen.”
Een belangrijk voordeel van deze aanpak is bovendien dat de fiduciair beheerder in alle opzichten een verlengstuk is van het bestuur, vindt De Waardt. “Ik kijk met een fiduciair oog naar de hele portefeuille en dat leidt tot beslissingen die een externe beheerder misschien niet zo snel zal nemen. Zoals het aanhouden van een grote portefeuille van olie- en gasaandelen, niet alleen omdat die nu ondergewaardeerd zijn, maar ook als verzekering in tijden van politieke onrust in het Midden-Oosten. Het bestuur heeft uitdrukkelijk gesteld dat outperformance vooral in downmarkets van belang is. Uit analyses blijkt dat de tactische portefeuille het in de afgelopen zes jaar in 67 procent van de maanden beter doet dan de strategische benchmark. Voor maanden met een negatieve absolute return ligt dat percentage zelfs op 78 procent.”
Het hoeft allemaal niet zo groot te zijn
Argumenten die tegen een doe-het-zelf oplossing pleiten ontzenuwt De Waardt. Zolang een pensioenfonds niet de ambitie heeft om producten zoals Levensloop aan te bieden, is er bijvoorbeeld geen reden om aan verplichte uitbesteding te denken, vindt hij. “Wij hebben er geen behoefte aan om de wettelijke grenzen van de pensioenfondsactiviteiten op te rekken. Dan is er ook geen reden om de uitvoering af te splitsen.”
Ook hoeft een interne oplossing niet ten koste te gaan van transparantie. “Wij hebben een onafhankelijke custodian die elk van de drie vermogensbeheerstappen apart meet en analyseert, en daarover verslag doet aan het bestuur. Zo kan voor iedere fase van het beleggingsbeleid bepaald worden of er al dan niet waarde wordt toegevoegd en of de risico’s acceptabel zijn.”
De gedachte dat een interne oplossing alleen is weggelegd voor grote fondsen met een uitgebreide beleggingsstaf, houdt volgens De Waardt ook geen steek. Het Heinekenfonds heeft een actieve beleggingscommissie die eens per maand vergadert. “Dat is relatief vaak voor een fonds van onze omvang.” Ondersteund door die commissie, waarin ervaren beleggers zijn opgenomen, en door research die gekocht wordt, is er volgens De Waardt voldoende basis om beslissingen te nemen.
“Het hoeft allemaal niet zo groot te zijn,” zegt hij. “Wij hebben bij het hele fonds twaalf mensen in dienst, waarvan de meeste zich bezig houden met de pensioenadministratie. Op de financiële afdeling hebben we 2,5 full-time kracht werken. En dan ben ik er nog. Dat is de hele bezetting.”
Waarom wordt deze benadering dan toch zo weinig gebruikt?
“Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen zitten vast aan een jaarlijkse toets en een benchmark die maar eens per jaar mag worden herzien, dus voor hen is het een stuk lastiger,” zegt De Waardt. “Wij zijn een ondernemingspensioenfonds en kunnen dus flexibeler zijn. Niet dat we nu om de haverklap de hele portefeuille omgooien, maar we kunnen wel redelijk actief met het vermogensbeheer omgaan.”
Ook ondernemingspensioenfondsen ziet men echter zelden fiduciair doe-het-zelven. “Wellicht schrikt men er voor terug om die risico’s zèlf op zich te nemen,” denkt De Waardt. Een externe fiduciair kan natuurlijk net zo goed de plank misslaan. “Maar dan is het pensioenfonds-organisatie toch minder direct verantwoordelijk.”
Printbare versie
|