Bpf Detailhandel: grootwarenhuis onder de pensioenfondsen
Gepubliceerd op: 30 Mei 2007
(April/Mei 2007)
|
|
Anne-Marie Wiegers, bestuurslid bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel en adviseur pensioenen bij FNV Bondgenoten
|
In december koos Maxeda voor een ‘one-stop shop’-oplossing en bracht de pensioenfondsen van warenhuizen als Bijenkorf, Hema en V&D onder bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel. Anke Claassen keek wat er te koop is bij Bpf Detailhandel, het grootwarenhuis onder de pensioenfondsen.
Heel veel kleine pensioentjes
“Detailhandel is een breed begrip. Het gevolg hiervan is dat men met meerdere CAO’s te maken heeft,” vertelt Anne-Marie Wiegers, adviseur pensioenen bij FNV Bondgenoten en tevens bestuurslid van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel. “Dit betekent dat binnen het fondsbestuur de werkgevers worden vertegenwoordigd door twee overkoepelende brancheorganisaties, de Raad voor de Nederlandse Detailhandel en MKB Nederland. De werknemers worden vertegenwoordigd door FNV Bondgenoten en CNV. De inhoud van de pensioenregeling is normaal gesproken onderwerp van gesprek aan de CAO-tafel, maar in dit geval vindt eerst afstemming plaats binnen het bestuur. Hierna wordt er teruggekoppeld naar de CAO-partijen voor het uiteindelijke akkoord.”
De aansluiting van het Maxeda-fonds zorgt voor een flinke injectie van 1,6 miljard euro. “Met de komst van Maxeda hebben we er 85.000 deelnemers bijgekregen. Dat brengt het totaal op 785.000. Het vermogen is in één klap met ruim eenderde gestegen van 4,9 miljard naar 6,5 miljard euro. Hiermee komt het fonds op de dertiende plaats qua belegd vermogen en op de vijfde plaats wat aantal deelnemers betreft.”
De aantallen actieven en passieven zijn respectievelijk 250.000 en 535.000. Op het eerste gezicht een behoorlijk grijs fonds, maar volgens Wiegers valt dat wel mee: “Bij de niet-actieve deelnemers gaat het vaak om mensen die maar heel weinig hebben opgebouwd. Veel mensen hebben in de detailhandel bijvoorbeeld tijdens hun studie op zaterdag een centje bijverdiend of hebben maar een aantal jaren in de branche gewerkt. Onder de niet-actieven zitten dus veel kleine pensioentjes. Het aantal daadwerkelijk gepensioneerden is met ongeveer 33.000 nog niet zo groot.”
De aansluiting vergde wel enig passen en meten. De regelingen van de beide fondsen liepen niet helemaal gelijk op. “Wij hebben een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling waarbij vaste premieafspraken zijn gemaakt,” vertelt Wiegers. “De regeling is voor de deelnemers van Maxeda gunstiger geworden.” Door aanpassing van een aantal facultatieve aanvullende regelingen is de overstap voor de Maxeda-medewerkers soepel. Deze aanvullende regelingen gelden voor alle deelnemers binnen het Bpf. Wiegers: “Er is nu een basispensioenregeling met eventueel daaraan gekoppeld nog aanvullende regelingen op brancheniveau. Deelname is verplicht voor alle werknemers vanaf de leeftijd van twintig jaar. Dit was bij ons al zo voordat de Pensioenwet werd aangenomen, waarin in beginsel de leeftijd vastgesteld is op maximaal 21 jaar. Er zijn destijds in 2002 allerlei overgangsmaatregelen getroffen om dit mogelijk te maken.” Overigens betekent deze aansluiting niet dat alle bedrijven binnen de branche nu onder de vleugels van Bpf Detailhandel vallen. “Er zijn nog steeds bedrijven met een vrijstelling op historische gronden of vanwege een eigen CAO.”
Punten en komma’s
Aan de eigenlijke aansluiting is veel denkwerk en overleg voorafgegaan, vertelt Wiegers. “Maxeda is een bedrijf dat eigenlijk logischerwijs onder het bedrijfstakpensioenfonds voor de detailhandel hoort te vallen. Maar de onderliggende werkmaatschappijen hadden vrijstellingen op basis van de eigen CAO. Er is toen binnen Maxeda nagedacht over de toekomst van het eigen pensioenfonds en men besloot dat aansluiting de meest voor de hand liggende keuze was.” Maar daarmee was men er nog niet. Wiegers: “Het bedrijfstakfonds stelde bepaalde harde eisen. Er moest dus veel worden gesproken om het voor beide partijen aanvaardbaar te maken, waarbij zowel overleg is gevoerd tussen de CAO-partijen als tussen de besturen van beide fondsen. We zijn zeker niet over één nacht ijs gegaan. Er zijn goede afspraken gemaakt die hebben geresulteerd in een uitvoeringsdocument met behoorlijk wat punten en komma’s, zal ik maar zeggen.”
Gelukkig verliep de afstemming van beide portefeuilles minder moeizaam, vertelt Wiegers. “Tijdens de voorbereidingen van de aansluiting is van beide portefeuilles een analyse gemaakt. De conclusie was dat deze wat betreft de vermogensverdeling en risicokarakteristieken voldoende op elkaar aansloten. Een materieel verschil, zoals de mate waarin er renterisico werd gelopen, is na de aansluiting meteen gelijkgetrokken. Ook zijn de beleggingsrichtlijnen dusdanig aangepast dat de controle over het vermogensbeheer volledig bij Bpf Detailhandel ligt.”
In dit kader is ook besloten dat - in afwachting van een nieuwe ALM-studie medio 2007 - een aanzienlijk deel van het vermogensbeheer nog door ING en Fortis zal worden uitgevoerd. De sturing hierop is al wel overgenomen door Interpolis Vermogensbeheer. “Dat heeft vooral te maken met het uitlopen van contracten. Laten doorlopen was verstandiger dan alles op het einde van het jaar te laten stoppen. Dan waren we voor hoge kosten komen te staan. Het is wel de bedoeling dat in de toekomst het totale vermogensbeheer bij Interpolis wordt ondergebracht.”
Vinger aan de pols
Bpf Detailhandel maakt gebruik van het ‘Financieel Pensioen Management’, dat is ontwikkeld door Interpolis Vermogensbeheer. Dit betekent dat het hele proces van ALM-studie tot monitoring door Interpolis wordt begeleid. “Zij brengen de mandaten onder bij zowel interne als externe vermogensbeheerders en zorgen voor de aansturing ervan. De invulling vindt plaats in een open architectuur waarbij het voor iedereen duidelijk is waar de verantwoordelijkheden liggen. Het bestuur houdt daardoor een vinger aan de pols, want blijft vanzelfsprekend eindverantwoordelijke. 45 procent van de aandelen wordt via discretionaire portefeuilles beheerd door Interpolis zelf. De rest wordt extern beheerd via fondsen of via discretionaire portefeuilles van andere vermogensbeheerders. De selectie en monitoring nemen zij ook voor hun rekening.”
Het vaststellen van de normportefeuille was al voor de aansluiting van Maxeda gebeurd. De komende ALM-studie in verband met de aansluiting van Maxeda zou daar nog wat verandering in kunnen brengen. Maar grote problemen verwacht Wiegers niet. “De normportefeuille 2007 is verdeeld in 32,4% aandelen, 53,2% obligaties, 10,4% vastgoed en 3,4% ‘alternatives’. Deze laatste bestaan uit infrastructuur, converteerbare obligaties en een restdeel dat is geïnvesteerd in bouwgrond voor woningen. Er zit ook een klein stukje private equity in van ongeveer 0,7%. Dit deel is nog niet definitief ingevuld omdat wij op dit punt eerst nog een aantal criteria willen opstellen. Zo wordt er nu nagedacht over een duurzaam private equity-fonds. Pas later dit jaar wordt daarin belegd, al staat het al wel vermeld in de normportefeuille. De speciale beleggingscommissie van het fonds zal zich hierover buigen. De precieze assetmix kunnen we pas vaststellen na de ALM-studie.”
FTK-proof
Het fonds was al voor de komst van Maxeda bezig met de afstemming op de nieuwe financiële regelgeving. En met de huidige dekkingsgraad van 132 hoeft men zich geen zorgen te maken. “Wij waren alle aanpassingen om te voldoen aan de nieuwe regelgeving al aan het afronden toen Maxeda voor de deur stond. Over het renterisico hebben we als eerste gesproken. Dat was het belangrijkste. Het renterisico wordt beheerst met een dynamische strategie waarin renteswaps en renteswaptions worden ingezet. Hiermee is het risico naar beneden in grote mate afgedekt, terwijl er nog wel kan worden geprofiteerd van rentestijgingen. Het tweede wat we wilden afdekken was het valutarisico. Een deel van de Maxeda-portefeuille was al ‘gehedged’. Wij hebben besloten om dat verder uit te breiden. Dit zal in 2007 worden doorgevoerd op het moment dat de nieuwe normportefeuille volledig is vastgesteld. Wij zijn in ieder geval helemaal FTK-proof.” De op handen zijnde ALM-studie kan nog veranderingen teweeg brengen in de afdekking van het aandelenrisico, maar tot nu toe was dat volgens Wiegers niet nodig. “Het aandelenrisico hebben we vooralsnog niet gehedged vanwege het gewenste verwachte extra rendement.”
De toekomst ziet er volgens Wiegers in ieder geval rooskleurig uit. Het fonds denkt op niet al te lange termijn zelfs nog wel een maatje groter te kunnen worden: “We zijn financieel gezond. Ik sluit niet uit dat in de nabije toekomst nog andere ondernemingspensioenfondsen zullen aankloppen.”
Printbare versie
|