Financieel Toetsingskader wettelijk verankerd.
Gepubliceerd op: 30 Mei 2007
(April/Mei 2007)
|
|
Kees-Pieter Dekker, advocaat pensioenrecht van Clifford Chance LLP, Amsterdam
|
Op 1 januari 2007 is de Pensioenwet (PW) in werking getreden. Daarmee heeft ook het Financieel Toetsingskader (FTK) een wettelijke basis gekregen.
Kort gezegd geeft het FTK de regels die door een pensioenfonds in acht genomen moeten worden om er voor te zorgen dat een pensioenfonds aan zijn verplichtingen kan (blijven) voldoen. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan de verplichtingen om toereikende technische voorzieningen vast te stellen en aan te houden, een kostendekkende premie in rekening te brengen, om een vereist minimaal eigen vermogen aan te houden, maar ook aan de eis dat het pensioenfonds een beleggingsbeleid moet voeren dat in overeenstemming is met het ‘prudent person’ principe.
Kostendekkende premie
Een pensioenfonds is verplicht om een kostendekkende premie in rekening te brengen bij de aangesloten werkgevers. Deze kostendekkende premie omvat niet alleen de premie voor de financiering van de pensioenaanspraken, een opslag voor het instandhouden van het eigen vermogen van het pensioenfonds, een opslag voor de uitvoeringskosten van het pensioenfonds en de premie die nodig is voor de financiering van de toeslagverlening als het pensioenfonds ervoor heeft gekozen om de toeslagverlening te financieren door óf het aanleggen van technische voorzieningen, óf het creëren van eigen vermogen boven het vereiste eigen vermogen óf middels een opslag op de premie.
Bij de bepaling van de kostendekkende premie, mag het pensioenfonds rekening houden met het rendement op beleggingen. Daarbij mag het pensioenfonds niet uitgaan van het daadwerkelijke rendement, maar moet het rendement op de beleggingen baseren op de parameters zoals deze zijn opgenomen in de Regeling parameters pensioenfondsen.
Een pensioenfonds kan vragen om van de voorgeschreven parameters te mogen afwijken. Dit mag alleen als De Nederlandsche Bank met de afwijking heeft ingestemd en als de actuele marktsituatie of de specifieke karakteristieken van het pensioenfonds de afwijking noodzakelijk maken.
Prudent person principe
Het prudent person principe (welk begrip afkomstig is van de Europese pensioenfondsenrichtlijn) bepaalt dat het door een pensioenfonds te hanteren beleggingsbeleid aan de volgende voorwaarden moet voldoen:
- Het beleggingsbeleid moet gericht zijn op de belangen van de aanspraak- en pensioengerechtigden;
- Beleggingen in de bijdragende onderneming worden beperkt tot maximaal 5% van de beleggingsportefeuille als geheel. Mocht de bijdragende onderneming behoren tot een groep van ondernemingen dan worden beleggingen in ondernemingen die tot dezelfde groep behoren beperkt tot maximaal 10% van de portefeuille.
- De beleggingen moeten worden gewaardeerd op basis van marktwaarde.
De regels inzake het prudente beleggingsbeleid zijn nader uitgewerkt in het Besluit Financieel Toetsingskader dat tegelijkertijd met de Pensioenwet op 1 januari 2007 in werking is getreden.
Uitgangspunt van het prudente beleggingsbeleid moet zijn dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit en het rendement zijn gewaarborgd. Voor de technische voorzieningen, die volledig door waarden moeten worden gedekt, geldt bovendien dat belegging moet plaatsvinden op een wijze die strookt met de aard en de duur van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen. Daarbij zal het beleggingsbeleid gericht moeten zijn op de langere termijn om te kunnen blijven voldoen aan de verplichtingen.
In het Besluit Financieel Toetsingskader is een bepaling opgenomen die pensioenfondsen de ruimte biedt om te (kunnen) beleggen in derivaten. Daarbij moet een pensioenfonds wel de nodige voorzichtigheid in acht nemen. Belegging in derivaten is alleen toegestaan als deze beleggingen bijdragen aan een vermindering van het risicoprofiel of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken. Daarbij geldt wel als eis dat het pensioenfonds een bovenmatig risico met betrekking tot een en dezelfde tegenpartij en tot andere derivatenverrichtingen moet vermijden. Belegging in derivaten mag, maar wel met mate.
Doel van het FTK is om de financiële positie van een pensioenfonds gezond te houden zodat een pensioenfonds (blijvend) aan zijn verplichtingen kan blijven voldoen. Vermogensbeheerders spelen daarin een belangrijke rol. Immers, alle voorzieningen van een pensioenfonds moeten door waarden worden gedekt en moeten gericht zijn op de lange termijn. Het is aan de vermogensbeheerders om binnen de gestelde grenzen pensioenfondsen van een optimaal vermogensbeheer te voorzien.
Printbare versie
Related articles:
|