Vragen aan de toezichthouder
Gepubliceerd op: 20 Juni 2007
(Juni/Juli 2007)
|
|
Jos Heuvelman, divisiedirecteur Toezicht Pensioenfondsen en Beleggingsondernemingen, DNB
|
De npn-redactie legt in elke editie van dit blad vragen vanuit de pensioensector voor aan de toezichthouders. Ditmaal worden uw vragen beantwoord door De Nederlandsche Bank.
npn: Onlangs stond in de krant dat pensioenfondsen binnenkort voor het intern toezicht een visitatiecommissie kunnen inhuren, à 25.000 euro per visitatie. Denkt DNB dat een dergelijke oplossing voor intern toezicht de ideale is? Of kleven hier bezwaren aan?
Antwoord van DNB:
Pensioenfondsen moeten de regels uit de StAr-code met betrekking tot pension fund governance gaan implementeren. Hoe dat dient te gebeuren wordt niet voorgeschreven. DNB zal het toezicht in deze principle-based oppakken. Dat brengt dus mee dat DNB geen ‘ideale’ oplossing zal benoemen. Door middel van een enquête inventariseert DNB op dit moment de keuzes die worden gemaakt bij de invoering van pension fund governance. Dit betreft onder andere de keuzes die worden gemaakt ten aanzien van het interne toezicht. Later in het jaar wordt over de bevindingen gerapporteerd. Daaruit kunnen meer inzichten worden gehaald over mogelijke best practices.
npn: Veel pensioenfondsen worstelen met de invulling en implementatie van een duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid. Er gaan stemmen op dat overheid en toezichthouder hierin het goede voorbeeld zouden dienen te geven. Hoe geeft DNB voor het eigen pensioenfonds het SRI-beleid gestalte?
Antwoord van DNB:
We zien dat hier door de koepelorganisaties de handschoen snel is opgepakt. Voor zover de afzonderlijke fondsen besluiten hierover een beleid te formuleren en dat ook uitdragen, dan zal DNB in de algemene uitvoering van het toezicht – ‘zeg wat je doet en doe wat je zegt’ – er aandacht aan besteden of die gedragslijn ook wordt uitgevoerd. Juridisch blijft het beleggingsbeleid de verantwoordelijkheid van het pensioenfonds. De wetgever kiest er voor om geen wettelijke restricties ten aanzien van het beleggingsbeleid op te leggen. Zoals bekend doet DNB geen uitspraak over individuele pensioenfondsen, ook niet over het eigen, op afstand geplaatste, pensioenfonds.
STANDPUNT VAN DNB TEN AANZIEN VAN ALTERNATIEVE BELEGGINGEN
Ter gelegenheid van het gezamenlijke congres van npn en Financial Times Business over alternatieve beleggingen, legde npn de vraag voor aan DNB wat de pensioenwereld van de toezichthouder mag verwachten op het gebied van alternatieve assetklassen.
DNB-divisiedirecteur Jos Heuvelman zette de uitgangspunten van het toezicht ‘op een rijtje’. “DNB heeft niets tegen alternatieven en denkt dat deze een waardevolle aanvulling kunnen vormen op de financiële markten. Maar vanuit de taak als toezichthouder kijkt DNB natuurlijk wel naar de ‘dark side’, ofwel naar wat er zoal mis kan gaan. Wat dat betreft zijn er een aantal aandachtspunten bij deze assetklassen, zoals transparantie, liquiditeit en volatiliteit,” zegt Heuvelman. “Er wordt slecht 3 tot 5% van het balanstotaal in alternatieven geïnvesteerd, maar door leverage zijn de risico’s veel groter dan het bedrag suggereert. Uit onze gegevens blijkt dat zo’n 50% van de pensioenfondsen in alternatieven investeert; één op vier zit in private equity, één op vijf in hedgefondsen en ook één op vijf in commodities. Ongeveer 30% doet alledrie tegelijk. Alternatieve beleggingen zijn duidelijk populair bij pensioenfondsen. Nou, dan worden wij als toezichthouder wakker en kijken wij toch iets meer dan gemiddeld naar deze categorieën.” “We kijken daarbij naar de risico’s en gaan principle-based te werk – we leggen dus zo min mogelijk regels op, al denkt men daar wel eens anders over. De principes die we hanteren zijn redelijk common sense. Weet wat je koopt: iedereen kan wel beweren dat hij behoort tot het beste kwartiel, maar daar past toch echt maar een beperkt pecentage in; de anderen zitten daar qua performance onder, en in sommige gevallen zelfs vèr onder. Geloof dus niet zomaar wat men beweert. Kijk ook hoe de alternieve beleggingen in de portefeuille passen en hoe je het gaat financieren. Zorg dat je spreidt en het belangrijkste: kijk met wie je in zee gaat. Check of die man of vrouw integer is. Soms is het ook nodig om te checken met wie je tegenpartij vervolgens weer zaken doet: Het laatste wat we willen is dat Nederlands pensioengeld terecht komt in terrorismefinanciering of iets dergelijks. Dus weet wat er met je euro’s gebeurt.” “Dwing goede rapportage af en als je in zee gaat met een paraplufonds, zorg dat je de kwaliteit van die tussenlaag goed kent. Kijk zorgvuldig naar de contractvoorwaarden, inclusief hoe je ergens weer uit kunt stappen. En ‘last but not least’: denk om de communicatie naar je stakeholders. Een aantal partijen op deze markt is controversieel; zorg dat je kunt uitleggen dat je met dit soort partijen zaken doet. Het verhaal van de clusterbommen en landmijnen toont aan dat er vanuit het niets iets kan opkomen. Be prepared. Weet dat je soms iets moet uitleggen voor een camera.”
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|