Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Het Predikantenfonds: beleggen tussen hemel en aarde

Gepubliceerd op:  20 Juni 2007 (Juni/Juli 2007)
— Peter Eenshuistra, directeur van de adviescommissie beleggingen van het Pensioenfonds voor de Predikanten

Tot voor kort vielen predikanten- en emeriteringsfondsen niet onder de pensioenwetgeving. Aan die uitzonderingspositie is een einde gekomen op 1 januari van dit jaar, toen de nieuwe Pensioenwet van kracht werd. Anke Claassen vroeg het Pensioenfonds Predikanten hoe het bevalt om onder aards toezicht te staan.

Onder aards toezicht


De Stichting Pensioenfonds voor de Predikanten in Nederland is in veel opzichten een buitenbeentje in de pensioenwereld. Predikanten zijn immers niet ‘in dienst’ bij hun gemeente, en gelden dus niet als werknemers. Dat heeft verstrekkende gevolgen, vertelt Peter Eenshuistra, directeur van de adviescommissie beleggingen van het fonds. “Zo is het de kerk die bepaalt wie arbeidsongeschikt is en ons fonds verzorgt dus niet alleen de pensioenen maar ook de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Normaal gezien komt een pensioenfonds daar helemaal niet aan te pas.” Dit vertaalt zich onder meer in de hoogte van de premie. “De premie bedraagt 25,2%. Dat is tien procent meer dan gemiddeld. 8,9% hiervan is gereserveerd voor arbeidsongeschiktheid.”

De unieke status van predikanten onttrok het fonds lange tijd aan de pensioenwetgeving en aan het reguliere toezicht.

Sinds de Pensioenwet van kracht werd, is het uit met de aparte behandeling. In de nieuwe wetgeving worden predikanten gelijkgesteld aan werknemers. Daarmee komt ook het Predikantenfonds onder toezicht van De Nederlandsche Bank.

Het fonds heeft de handen vol aan het implementeren van de nieuwe pensioenwet. Daaraan wordt nu gewerkt onder leiding van DNB. Dat ging in eerste instantie niet van een leien dakje, vertelt Eenshuistra. Het leek wel alsof de Hoogste Toezichthouder bezwaar aantekende: “Onze eerste afspraak met De Nederlandsche Bank ging niet door, omdat Nederland die dag zo ongeveer uit elkaar stormde.” Op de dag van de nieuwe afspraak werd weer van Hogerhand ingegrepen. “Het land sneeuwde dicht. De afspraak werd opnieuw afgezegd. Ik zei: één ding wordt natuurlijk volstrekt duidelijk - dit pensioenfonds heeft uw toezicht ook helemaal niet nodig. Dat wordt van boven zo geregeld,” lacht Eenshuistra. “Daar was De Nederlandsche Bank het niet helemaal mee eens. We hebben toen toch maar een nieuwe afspraak gemaakt.”


Kerkpolitiek


Het pensioenfonds is op 1 januari 2005 voortgekomen uit de fondsen van de Hervormden, Gereformeerden en de Lutheranen die samen op zijn gegaan in de Protestantse Kerk van Nederland (PKN).

“Dat was makkelijker gezegd dan gedaan”, vertelt Eenshuistra. “De regelingen waren niet gelijk, wat de fusie buitengewoon ingewikkeld maakte. Het voordeel was dat de Hervormden al een aantal jaren uitvoeringsorganisatie waren. Ik was destijds directeur van dat fonds. Maar om daar één fonds van te maken, dat was andere koek. Er was een behoorlijk verschil in administratieve systemen. Eén fonds had de fusie al een beetje zien aankomen en zijn systeem niet meer onderhouden. Daar krijg je last van als je zaken moet gaan integreren.”

Ook de omvang van de verschillende fondsen liep ver uiteen. De Evangelisch Lutherse Kerk is wereldwijd groot, maar in Nederland is het een klein genootschap. Dat gold dus ook voor hun pensioenfonds. “Het is terecht dat zo’n fonds volwaardig meetelt in de fusie. Maar het was heel moeilijk om ze daarin recht te doen. Probeer het je maar eens voor te stellen: We hadden 3.500 hervormde deelnemers en maar zestig Lutherse, die bijna allemaal parttime werken in verschillende gemeenten. Dat maakte het allemaal heel complex.”

De bijzonder nauwe band tussen pensioenfonds en kerk zorgde voor nog een extra complicatie. Kwesties rond de pensioenfondsfusie klonken zelfs door tot in de synode. “Het Hervormde fonds had een aanmerkelijk betere dekkingsgraad dan de andere fondsen. Daar werd nog vanuit kerkpolitieke overtuiging mee omgegaan,” zegt Eenshuistra. “Binnen de kerkelijke besturen hoorde men geluiden als: ‘Moeten de Hervormden dan voor de Gereformeerden gaan betalen? Of krijgen de Hervormden door de fusie nu een slechtere regeling? Neemt de kans op indexatie af?” Om de pensioenfondsfusie tot stand te brengen moesten kerkpolitieke gevoeligheden dus worden meegewogen. “Met een beetje pech had de pensioenfusie zelfs de kerkfusie nog in gevaar kunnen brengen.”

Het nieuwe geconsolideerde fonds telt nu zo’n zesduizend deelnemers waarvan de helft inmiddels is gepensioneerd. Eenshuistra: “Dat is meer dan gemiddeld rijp. Deze ontwikkeling zet zich door: De kerk is geen groei-organisatie. Bovendien zijn wij nog één van de weinigen met een eindloonregeling. Gelukkig zijn we financieel gezond.”


Belangeloos beleggen


Met een dekkingsgraad op basis van marktrente van 142 procent heeft het fonds inderdaad niets te klagen. Tot nu tot wordt er dan ook volledig geïndexeerd.

De ALM-studie die voorafgaand aan de fusie is gedaan, heeft verder niets veranderd in de strategische assetmix en daaraan is ook voor 2007 niets gewijzigd, vertelt Eenshuistra. “Het nFTK is ingevoerd in 2006. Daar liepen we een jaar op vooruit. Het valutarisico wordt volledig afgedekt. De mismatch tussen verplichtingen en assets wordt wel opengelaten: Het renterisico wordt niet volledig gehedged. Strategisch is de mismatch voor de helft gedicht; in de uitvoering doen we dat tactisch. We krijgen van het bestuur behoorlijk wat speelruimte in de vorm van een dynamische portefeuille.”

“De strategische assetallocatie is zestig procent vastrentend, onderverdeeld in 86,7% staatsobligaties en 13,3% credits. Van de veertig procent zakelijke waarden is het merendeel – dertig procent van de totale assets - belegd in een wereldwijde aandelenportefeuille. Ook onroerend goed wordt tot de zakelijke waarden gerekend. Verder zitten we voor een klein deel in commodities en alternatives. Momenteel hebben we een overwogen positie in aandelen, zo’n vijftig procent. Dat is mogelijk vanwege onze dynamische portefeuille. Vanuit de erfenis van de fusie zaten we ook in private equity. Dat paste niet in de opbouw van onze nieuwe portefeuille. Die belangen zijn in de loop van 2006 verkocht. We hebben wel weer herbelegd in private equity fondsen.”

Ten tijde van de fusie heeft het pensioenfonds even overwogen om een fiduciair beheerder in de arm te nemen. “We hebben toen ook verschillende managers presentaties laten geven,” zegt Eenshuistra. Het fonds heeft hier echter toch van afgezien. “Wij hebben de behoorlijk eigenwijze stelling dat wij de tactische knoppen heel goed zelf kunnen bedienen.”

Het Predikantenfonds weet goed raad met een dynamische portefeuille. Voor tactisch beleggingsadvies kan men namelijk een beroep doen op een uitgelezen gezelschap van knappe koppen uit de financiële wereld. Gratis. “We hebben geweldige expertise in onze beleggingsadviescommissie waar menig pensioenfondscollega met jaloezie naar kijkt. De commissie adviseert volledig belangeloos, ten bate van de kerk. Mede hierdoor hebben wij niet voor een fiduciaire oplossing hoeven kiezen.” Eenshuistra is daar blij om: “We hebben een behoorlijke zak met geld onder onze verantwoordelijkheid. Die geven we liever niet uit handen.”

De overweging in aandelen betekent overigens niet dat het Predikantenfonds zich teugelloos overgeeft aan riskante speculaties op de beurs. Er wordt voorzichtig en weloverwogen belegd.

Verantwoordelijkheid loopt als een rode draad door het Predikantenfonds. Fatsoenlijk beleggen is, gezien de kerkelijke achterban, al jaren gemeengoed: Het fonds mijdt zondige aandelen zoals wapens, porno, tabak en kinderarbeid.

Maatschappelijk verantwoord beleggen is dan ook een vanzelfsprekendheid. Als het kan, tenminste - want het is moeilijk, weet Eenshuistra. “Een substantieel aandeel van de zakelijke waarden, zo’n 30 tot 35 procent, moet specifiek hiervoor worden gereserveerd. Momenteel praten we met vermogensbeheerders die dat willen doen.”

Nog dit jaar zullen in dit kader de eerste beleggingen worden gedaan. Maar eerst laat het fonds zijn portefeuille volledig screenen: “Wij hebben zo’n 400 miljoen euro aan zakelijke waarden waarvan dus 120 miljoen euro zichtbaar in onze portefeuille duurzaam moet worden belegd. Dat is lastig, zeker als je de stijl hebt om in institutionele fondsen te beleggen. Want waar leg je de grens? Wij willen bijvoorbeeld niet beleggen in de gokindustrie. Dan kun je Nederlandse staatsobligaties ook niet meer opnemen in je portefeuille. Want de Nederlandse Staat is eigenaar van de Staatsloterij, waarmee de overheid een stukje van zijn begroting financiert. Zo lastig is dat.”





Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• AP Pension braves African private equity
• Deficient European DC can learn from Australian success
• ING reaps rewards of Romanian reform
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Fevered fund houses seek Teutonic cure
• Santander am waits for new golden years
• Selecting the right product
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008