Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Spoorwegpensioenfonds en Koninklijk Instituut voor de Tropen: ‘into Africa’

Gepubliceerd op:  20 Juni 2007 (Juni/Juli 2007)
— Marcel Andringa, hoofd investeringsstrategie bij SPF beheer

Micro-kredieten spreken tot de verbeelding, maar zijn vaak te ‘micro’ om substantieel in te investeren. SPF Beheer heeft daar wat op gevonden: Door samen te werken met het Koninklijk Instituut voor de Tropen kan pensioengeld rechtstreeks worden belegd in kleinschalige projecten met groot potentieel. Mariska van der Westen laat zich voorlichten over jatrophanoten en biodiesel.

Beleggen in micro-krediet roept in de institutionele wereld gemengde reacties op. Petieterig kleine leninkjes die in een envelopje achterop de brommer het binnenland in worden gevoerd – dat spreekt tot de verbeelding. Maar hoewel het wanbetalersrisico bij deze kredietjes opvallend laag is, kost het administreren van dergelijke mini-leninkjes een vermogen en is het volume doorgaans gering. Critici hebben het dan ook wel eens schamper over ‘aflaatmandaatjes’ of verkapte liefdadigheid: Micro-financiering is goed voor veel positieve publiciteit maar zet niet echt zoden aan de dijk.

Eén oplossing is om te beleggen in micro-financieringsfondsen. Zo kan men in één klap vele kleine steentjes bijdragen en toch voldoende kapitaal wegzetten om tenminste enigzins de moeite waard te zijn.

SPF Beheer, de uitvoerder van onder meer het Spoorwegpensioenfonds en het pensioenfonds Openbaar Vervoer, investeert voor het Spoorwegpensioenfonds in een tweetal van zulke micro-fondsen. Maar men had het knagende idee dat er meer moest kunnen.

“We wilden enerzijds meer investeren in duurzame categorieën, terwijl we anderzijds op zoek zijn naar nieuwe innovatieve assetklassen die een lage correlatie hebben met aandelen en vastrentende waarden,” vertelt Marcel Andringa, hoofd investeringsstrategie bij SPF beheer.

In de zoektocht naar diversificatiemogelijkheden en extra rendement alloceren grotere pensioenfondsen een deel van het vermogen aan zogenaamde ‘innovatieportefeuilles’ waarin men nieuwe investeringsmogelijkheden verkent. Ook het Spoorwegpensioenfonds heeft een dergelijke portefeuille opgestart, met de bedoeling daar op termijn 5% van het vermogen in onder te brengen. “In onze ‘opportunity portefeuille’ beleggen we onder meer in infrastructuur en Global Tactical Asset Allocation, maar ook in micro-financiering. Mortality Bonds en weerderivaten zijn categorieën waar we naar kijken. Life Settlements is een categorie die we hebben afgewezen; we vonden dat daar te veel ethische bezwaren aan kleven,” zegt Andringa. “We zijn anderhalf jaar geleden met deze portefeuille gestart en hebben er nu 1,5% van het vermogen in belegd.”

In het kader van de opportunity-portefeuille werd gekeken of er op het gebied van micro-financiering ruimte was voor uitbreiding. “We zitten wel in twee fondsen, maar we wilden mogelijkheden onderzoeken om in deze assetklasse meer direct te investeren,” zegt Andringa.

Dat bleek te kunnen in samenwerking met het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

“Het KIT heeft de jarenlange ervaring en lokale kennis van zaken om interessante projecten te identificeren en op te zetten. Wij van onze kant kunnen de bedrijfseconomische expertise en financiering bijdragen die het KIT daarbij nodig heeft,” zegt Andringa. “We zijn zo’n tien maanden geleden gaan kijken of er mogelijkheden waren om samen te werken. Inmiddels heeft dat een concreet project opgeleverd: Wij investeren nu in de productie van biodiesel in Mali.”

Het gaat hierbij om een kleinschalig pilotproject dat naar verwachting drie jaar zal draaien, om daarna te worden opgeschaald.

“Mali is voor zijn brandstof grotendeels afhankelijk van import. Met dit project kunnen we echter ter plaatse schone biodiesel produceren die niet alleen voorziet in de behoefte van de lokale boeren maar bovendien goedkoper is dan geïmporteerde diesel,” vertelt Bart de Steenhuijsen Piters, projectleider van het KIT.

De productie van deze brandstof betekent voor boeren een extra bron van inkomsten en voorziet ze tegelijkertijd van betaalbare diesel, die bovendien niet belastend is voor het milieu. De biodiesel wordt gewonnen uit noten van de jatropha, een plaatselijk aanwezige plant die veel wordt gebruikt als heg rond landbouwgrond. Vanaf de jaren zeventig – lang voordat de jatropha in zwang kwam als grondstof voor biobrandstof - werd de plant mede op aanraden van het KIT aangeplant om erosie tegen te gaan. Vandaag de dag staan er volgens schattingen ruim 20.000 kilometer jatrophaheggen in Mali. Andere biobrandstoffen zoals palmolie en koolzaadolie raken in opspraak omdat ze veel energie en water kosten om te produceren, en voedselgewassen verdringen. Dit geldt niet voor jatropha: De plant groeit waar niets anders wil gedijen, kost nauwelijks water, en gaat erosie tegen. “Zelfs het productieafval wordt benut: daar maakt men zeep van,” zegt Andringa. “Een project als dit kom je maar zelden tegen. Hier zitten alleen maar voordelen aan.”

Zoals typerend is voor micro-financiering gaat het om een zeer bescheiden investering die een relatief hoog maatschappelijk rendement oplevert. Bart de Steenhuijsen Piters: “Het project wordt gefinancierd met een vermogen van ongeveer 800.000 euro, waarvan de helft afkomstig is van de Nederlandse overheid en de andere helft wordt opgebracht door het KIT en door het Spoorwegpensioenfonds.”

Bijzonder zijn echter de schaalbaarheid en het verwachte financiële rendement. Men verwacht de productie van jatrophadiesel in Mali na de aanloopfase aanzienlijk uit te breiden en tevens te introduceren in omliggende landen. Het rendement zal op lange termijn vergelijkbaar zijn met dat van private equity: “Dit is geen kwestie van subsidie,” zegt Andringa. “Uiteindelijk denken we private equity-achtige rendementen te behalen van 10 à 11%.”

Volgens De Steenhuijsen Piters is het een misvatting om te denken dat in een land als Mali geen winstgevende bedrijvigheid mogelijk is. “Er wordt nu per slot van rekening ook traditionele diesel verkocht. Als wij een goedkoper alternatief op de markt brengen, vertaalt zich dat in dividend dat kan worden uitgekeerd. Naarmate het project ‘Mali Biocarburant SA’ langer in bedrijf is, verwacht ik bovendien dat de aandelen in waarde zullen toenemen.”

Het is de bedoeling dat Mali Biocarburant SA gebruik maakt van het bestaande areaal van jatrophaheggen terwijl daarnaast jatropha wordt aangeplant op geërodeerde landbouwgrond, die hierdoor terug in productie wordt gebracht. In eerste aanleg is er contact met zo’n zesduizend boeren die de jatrophanoten zullen verzamelen als nevenactiviteit. “Dit levert de boeren rond de vijftig euro per jaar op,” zegt De Steenhuijsen Piters. “Dat lijkt heel weinig, maar kan voor een arm gezin het verschil betekenen tussen de kinderen wel of niet naar school laten gaan.”

De nootjes worden verzameld en verwerkt in kleine productie-eenheden, die worden beheerd door Mali Biocarburant SA. “We hebben begroot dat elk van deze units jaarlijks 100.000 euro omzet. Na drie jaar is de verwachting dat we vijftien tot twintig units operationeel hebben,” zegt De Steenhuijsen Piters. “Aan het einde van deze pilotperiode is er een optie tot exit, maar kan ook toegang worden verkregen tot de tweede, financieel veel interessantere fase. We verwachten dat het project na de eerste drie jaar wordt uitgebreid en veel meer gaat opleveren. Mogelijk wordt het concept dan ook geïntroduceerd in omliggende landen zoals Bukina Faso, Benin, Ghana en Niger.”

Als het aan het Spoorwegpensioenfonds en het KIT ligt, blijft het niet bij dit ene project. “Er zijn ook plannen voor andere projecten. Er ligt nu weer een concreet voorstel, en we zijn aan het kijken wat hierin de rol van SPF Beheer kan zijn. De besprekingen zijn in vergevorderd stadium,” vertelt De Steenhuijsen Piters. “SPF Beheer is een partij met wie we makkelijk kunnen schakelen. We doen nu gezamenlijk ervaring op en het ligt in de verwachting dat SPF Beheer en het KIT uiteindelijk vier tot zes keer per jaar dit soort projecten aan elkaar zullen voorleggen.”

SPF Beheer’s Marcel Andringa is enthousiast. “Als institutionele belegger zijn dit landen waar je normaal gesproken nooit komt. Nu hebben we de gelegenheid hier direct te beleggen op een manier die niet alleen duurzaam is, maar waar ook een goed rendement mee te behalen valt.”

Naast maatschappelijk en financieel rendement levert de samenwerking met het KIT ook nog een onverwacht bedrijfscultureel rendement op: “Het KIT is een organisatie met een heel eigen cultuur. De mensen van het KIT hebben een enorme deskundigheid in dit soort projecten,” zegt Andringa. “Dat leidt tot een interessante en vruchtbare gedachtenwisseling.”

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Investors short-tempered as sun sets on affordable oil
• New blood keeps wind in AP1’s sails
• Denmark
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Fevered fund houses seek Teutonic cure
• Santander am waits for new golden years
• Selecting the right product
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008