Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
— Ronald Wuijster, hoofd Strategie en Research bij ABP
Tussen goed pensioen en goed fatsoen

Gepubliceerd op:  20 Juni 2007 (Juni/Juli 2007)

Op een rustige zondagavond in maart slingerde het televisieprogramma Zembla schokkende beelden de Hollandse huiskamers binnen: pensioenfondsen die zich als hongerige geldwolven verrijken aan akelig oorlogstuig en arme kindertjes. De werkelijkheid ligt genuanceerder. Hoe gaan pensioenfondsen ‘in het echt’ om met maatschappelijk verantwoord beleggen, en tegen welke uitdagingen loopt de sector aan? Mariska van der Westen brengt de nuances voor u in kaart.

Communicatie


De gewraakte Zembla-uitzending scoorde hoog op de schandaalschaal. Pensioenfondsen kregen de wind van voren. Joep Schouten, voorzitter van de Raad van Bestuur van Cordares, pensioenuitvoerder voor onder meer de bouwsector: “Er zijn zelfs deelnemers die bij ons hebben geïnformeerd of ze hun pensioen konden opzeggen. Uit gewetensbezwaar.”

Het wrange is dat Zembla met name de grotere pensioenfondsen op de korrel nam. “Juist deze fondsen zijn druk doende op gebied van SRI een beleid te ontwikkelen. Er zijn talloze verzekeraars, commerciële beleggingsfondsen en kleinere pensioenfondsen die helemaal niets presteren op dit gebied, en daar hoor je niemand over,” zegt Rob Bauer, pensioenfondsadviseur en mede-oprichter van European Centre for Corporate Engagement (ECCE).

“We zijn al sinds jaar en dag actief op gebied van sociaal en verantwoord beleggen,” bevestigt Ronald Wuijster, hoofd Strategie en Research bij ABP. “Wij hanteren daarbij een positieve insteek, met initiatieven op gebied van CO2 emissierechten, micro-financiering en governance.”



Ook John van Markwijk, CIO van SPF Beheer, stelt dat zijn organisatie en opdrachtgevers zich al jaren sterk maken voor verantwoord beleggen. “Dat gaat veel verder dan de afweging van bedrijven waar niet in mag worden belegd – er wordt ook gekeken naar positieve initiatieven die kunnen worden gestimuleerd en naar manieren waarop we als institutionele belegger het beleid van ondernemingen ten positieve kunnen bijsturen.”

De uitvoerder van onder meer het Spoorwegpensioenfonds kwam er in de uitzending bekaaid vanaf. Niet terecht, vindt van Markwijk. “Maatschappelijk verantwoord beleggen vergt een complexe en genuanceerde aanpak die in het tijdsbestek van zo’n uitzending niet valt uit te leggen.”

Pensioenfondsmanagers zijn niet gewend om hun beleggingsbeslis-singen in detail te bespreken met bestuur en deelnemers, en al helemaal niet om die beslissingen voor het oog van de camera te verantwoorden.

In eerste instantie lijkt het dus alsof de maatschappelijke opschudding voornamelijk een communicatieprobleem is. Een aantal fondsen vat het Zemblaprogramma dan ook op als een oproep: ‘Laat zien en leg uit’. In respons haast men zich om de aandelenbeleggingen publiek te maken zodat deelnemers inzicht krijgen in de posities die hun pensioenfonds inneemt. Bovendien trekt men meer tijd en geld uit voor de communicatie met de achterban.

Wuijster: “We hebben een duidelijke lijn ten aanzien van de bedrijven en sectoren waar we al dan niet in beleggen. Maar als een direct gevolg van de Zembla-uitzending gaan we die discussie met deelnemers en bestuur nu wel actiever voeren. En één resultaat daarvan is dat ABP heeft besloten niet langer in clusterbommen en landmijnen te beleggen. Een les uit Zembla is, dat we die discussie misschien eerder en sneller hadden moeten voeren.”

Ook de bedrijfstakfondsen van de spoorwegen en het openbaar vervoer hebben besloten de communicatie-inspanningen op te voeren. “Wij besteedden al heel veel aandacht aan communicatie. Zo trekken we het land in met een roadshow om de pensioenregeling aan de achterban uit te leggen. Maar kennelijk was dat toch niet voldoende,” zegt Van Markwijk. “We gaan hier nu extra personeel voor aantrekken.” Gevolg is wel dat er meer kosten moeten worden gemaakt: “De pensioenuitvoering wordt er door dit alles niet goedkoper op.”


Echt beleid versus aflaatmandaatjes


Volgens deskundigen gaat het probleem echter dieper dan communicatie alleen.

Rob Bauer: “Veel fondsen hebben weliswaar een beleid in de steigers staan, maar met de implementatie gaat er nog wel eens wat mis. En het merendeel van de pensioenfondsen heeft nog helemaal geen stappen ondernomen om duurzaam en verantwoord beleggen vorm te geven.”



“Waar het bij de meeste fondsen aan ontbreekt is een helder beleid,” zegt ook Floris Lambrechtsen, oprichter van SRI-adviesbureau DoubleDividend en lid van het Expert Panel dat aan de wieg stond van de Principles for Responsible Investment van de Verenigde Naties.

“Communicatie en transparantie zijn belangrijke aandachtspunten. Maar zolang een fonds nog geen uitgewerkt beleid heeft, raad ik af om de beleggingen openbaar te maken. Transparantie zonder beleid roept alleen maar vragen op die men niet kan beantwoorden.”

Op zich is het begrijpelijk dat veel pensioenfondsen nog geen uitgewerkt beleid hebben ontwikkeld, vindt Lambrechtsen. “Toen verantwoord beleggen voor het eerst serieus op de pensioenfondsagenda werd gezet, stortten de beurzen in. Daardoor kwamen prioriteiten anders te liggen.”

Pas nu men de solvabiliteit op orde heeft, komt er weer ruimte voor het SRI-vraagstuk. Maar die ruimte moet wel worden benut. Volgens deskundigen gebeurt dat nog te weinig.

“Voor ondernemingspensioenfondsen verbonden aan een sponsor die een goed uitgewerkt duurzaamheidsbeleid heeft, liggen de zaken anders,” zegt Eric Huizing, directeur Beleggingen bij het Ahold pensioenfonds. Met name grote, multi-nationaal opererende ondernemingen zoals Ahold hebben al langere tijd een duurzaamheidsbeleid, waarbij het pensioenfonds kan aanhaken. “Mede daarom waren wij zo’n vijf jaar geleden één van de eerste pensioenfondsen met een beleid op dit gebied.” Voor pensioenfondsen van ondernemingen zonder eigen beleid ligt dat moeilijker. “En ik kan me voorstellen dat dit ook geldt voor bedrijfstakpensioenfondsen. Die hebben immers niet met één sponsor te maken, maar met een hele sector.”

Uit de npn-enquête over verantwoord beleggen blijkt dat een ruime meerderheid van de ondervraagde pensioenfondsen hetzij niet weet of er wel überhaupt iets verantwoord wordt belegd, hetzij aangeeft dat er minder dan 1% wordt belegd volgens duurzaamheidscriteria.

“Men heeft òf helemaal geen beleid, òf het beleid beperkt zich tot een miniem SRI-mandaat dat nauwelijks meer is dan een gebaar. Zeg maar een ‘aflaatmandaatje’,” volgens Bauer.

Dit stemt niet overeen met het belang dat aan verantwoord beleggen wordt gehecht door de achterban. “Zo bleek uit een onderzoek dat PME onlangs liet uitvoeren dat twee derde van de ondervraagde deelnemers vindt dat het metaalfonds voorop zou moeten lopen met verantwoord beleggen,” vertelt Roland van den Brink, directeur Beleggingen bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro (PME).


De regel der wet

Pensioenfondsen zijn er niet om de wereld te verbeteren, protesteren velen.

“We moeten goed in de gaten houden dat we geen politiek correcte beleidsuitvoering nastreven maar een goed rendement tegen gematigde kosten,” zegt Schouten.

Vooral de roep vanuit de maatschappij om bepaalde ‘foute’ bedrijven uit de portefeuille te weren valt niet in goede aarde. “We vinden dat je niet moet beleggen in zaken die door wet- en regelgeving verboden zijn. Nationale en internationale verdragen zijn voor ons het uitgangspunt. Maar verder dan dat willen we zo min mogelijk gaan,” zegt Wuijster. Als reden voert hij aan dat het bijzonder lastig is om uitsluitingscriteria vast te stellen. “Als je goed nadenkt, is er tegen elke bedrijfstak wel iets in te brengen. Het ligt er maar net aan tot welke belangengroep je behoort.”

Marcel Andringa, hoofd strategie bij SPF beheer, valt hem bij: “Als je duizend mensen vraagt wat verantwoord beleggen is, krijg je duizend meningen.”

Zo zijn lang niet alle deelnemers fel gekant tegen beleggen in wapentuig. “Er zijn ook mensen die helemaal niets tegen wapens hebben. Die moeten er niet aan denken dat onze jongens in Afghanistan de Taliban met alleen maar communicatiemiddelen te lijf moeten,” legt Schouten uit.

Bovendien wordt er met twee maten gemeten. “De Nederlandse regering staat clusterbommen wel degelijk toe en heeft ze zelfs actief ingezet. Toch vindt men het nu schandalig dat pensioenfondsen erin beleggen. Kennelijk verwacht men van pensioenfondsen dat zij zich aan strengere normen houden dan andere maatschappelijke organisaties, inclusief de regering,” zegt Van Markwijk. Dat maakt het niet eenvoudig voor de sector om te weten aan welke maatstaf men zich dient te houden.

Het is inderdaad lastig om te bepalen waar je de lijn moet trekken, beaamt Bauer. “Maar dat is nog geen reden om dan maar helemaal niets uit te sluiten.”

Het simpelweg onderschrijven van de Nederlandse wetgeving volstaat in elk geval niet, meent Lambrechtsen. De maatschappij verwacht meer van pensioenfondsen dan ‘de regel der wet’. Daarnaast is het hanteren van uitsluitingscriteria lang zo lastig niet als wordt aangevoerd, zegt hij: “Over de gangbare normen is bijna iedereen het wel eens. Je moet zoeken naar de overeenkomsten, niet de verschillen. Bovendien zijn er internationale richtlijnen die houvast kunnen bieden waar wet- en regelgeving ontbreken.”

Men komt vaak al een heel eind als men de keuze voorlegt aan de achterban, zegt Bauer. “Waarbij ik er overigens op aan zou dringen om daarbij direct de dialoog aan te gaan met de deelnemers, en niet alleen met het bestuur.”

Vaak heeft een achterban hele duidelijke ideeën over waar men pertinent niet in wil beleggen, aldus Bauer. “Dan is het nog wel lastig om te zeggen waar de lijn wordt getrokken – bij hoeveel procent van de omzet, bijvoorbeeld – maar als dat beslist wordt door het bestuur in overeenstemming met de mening van de achterban is dat een goed te verkopen strategie. Het is in elk geval veel beter dan als fonds helemaal niet weten wat je wilt, het je mensen niet vragen en je bestuur niet voorleggen.”


Veganistisch beleggen


Als men beslist om bepaalde ‘foute’ ondernemingen uit te filteren, of om juist welbewust meer te investeren in ‘goede’ beleggingen, loopt men het risico dat hierdoor het beleggingsuniversum te zeer wordt beperkt, vertelt Schouten. “Als je Roomser bent dan de Paus kun je uiteindelijk alleen nog in Max Havelaar beleggen.”

Al te verantwoord beleggen kan ten koste gaan van de risicospreiding en het rendement. “Iedereen vindt het fantastisch als je duurzaam belegt, maar dat moet natuurlijk wel rendement opleveren,” zegt Schouten. Het is zoeken naar het juiste evenwicht: “Je moet verantwoord beleggen niet zo overdrijven dat je bij wijze van spreken ‘veganistisch’ omgaat met het begrip.”

Doorgaans betekent dit dat men een omzetgrens aanlegt: Ondernemingen waarin wordt belegd, mogen niet meer dan een bepaald percentage van hun omzet ontlenen aan ‘foute’ activiteiten. De Zembla-uitzending maakt duidelijk tot welke problemen dit kan leiden. Als men controversiële activiteiten slechts voor een deel uitsluit, impliceert dit immers dat men van het overgebleven deel profiteert – en dat is moeilijk te verkopen.

Als het gaat om uitsluiting zijn er nog andere problemen waar pensioenfondsen tegen aan lopen. “In regio’s en sectoren waar vaak kinderen worden ingezet – zoals de bouw – zijn we heel voorzichtig, want in kinderarbeid willen we pertinent niet beleggen. Maar in werkelijkheid is dat nog niet eenvoudig,” zegt Schouten. Een ‘veilige’ regio als Europese aandelen blijkt vol voetangels en klemmen te zitten: “Ik kwam er tijdens een werkbezoek onlangs achter dat er kinderarbeid voor komt in Portugal. Gewoon midden in onze Europese Gemeenschap.”

Daarnaast onttrekt de realiteit in veel opkomende markten zich aan kant-en-klare Westerse oplossingen. “In de media wordt heel eenvoudig gezegd: kinderarbeid mag niet. Maar er zijn omstandigheden denkbaar waarin kinderen juist beter af zijn als ze wel werken,” zegt Wuijster.

Schouten valt hem bij: “Wij kunnen vanuit onze Hollandse designstoelen wel heel gemakkelijk zeggen dat we kinderarbeid veroordelen. Maar als er zeven monden gevoed moeten worden en ouders de keuze hebben hun kinderen te laten werken of hongerend over straat te laten zwerven, is ons oordeel dan wel terecht?”

Als een uitsluitingscriterium eenmaal is vastgesteld, biedt dat bovendien geen enkele garantie. “Zo zou het kunnen gebeuren dat we beleggen in een hedgefonds waarvan blijkt dat men dingen doet die niet door de beugel kunnen,” aldus Schouten. “Dan kan je daar als pensioenfonds niet zomaar uit stappen. Dat kost geld - en dat geeft gedonder.”


Indexbeleggen


Er zitten meer moeilijke aspecten aan verantwoord beleggen. Joep Schouten: “We hebben een passieve Amerikaanse portefeuille. Dus we volgen daar de index. Daar zitten natuurlijk ook bedrijven bij die zich niet netjes gedragen. Je kunt dat soort bedrijven er niet zomaar uit halen, want dan ben je je benchmark kwijt. Dus voor indexbeleggen wordt het al heel moeizaam.”

Volgens Bauer valt dit probleem in de praktijk echter mee. “Als je bij indexbeleggen SRI-criteria aanlegt, ben je je benchmark kwijt. Nou en? Dan koop je gewoon een aangepaste benchmark. Zeker de wat grotere partijen kunnen eenvoudig zeggen: We willen de S&P 500, maar dan zonder wapens. Dat is geen enkel probleem.”

Zo eenvoudig is het nu ook weer niet, zegt ABP’s Ronald Wuijster. ABP integreert sinds begin dit jaar milieu, sociale en bestuurlijke factoren in de mainstream beleggingen, maar ook het ambtenarenfonds is nog niet zover dat zich dit uitstrekt tot de passieve investeringen. “Dat is wat lastiger. Daar zijn we nog mee bezig,” zegt Wuijster. “Er zijn steeds betere informatieleveranciers, maar je moet ze nog wel achter hun broek aanzitten om de grens van de omzet duidelijk te trekken. Bovendien wordt het moeilijker om een customized benchmark te kopen naarmate de duurzaamheidscriteria strenger zijn.”

“Als je vijftig procent van de bedrijven uitsluit, zit er in het fonds al een hele grote ‘tracking error’ ten opzichte van de benchmark. Stel dat je daardoor twee of drie procentpunt op jaarbasis verliest: leg dat maar eens uit,” zegt Armin Becker, directeur van pensioenfonds Arcadis. “Er moet dan ook een andere aanpak mogelijk zijn, maar die heb ik nog niet gezien.” Hij voegt toe dat het Arcadis pensioenfonds zich in het najaar tijdens een werkconferentie nader op de mogelijkheden gaat oriënteren.

“Fondsen moeten vaak een lastige afweging maken: Welke maatschappelijke en milieucriteria wil men hanteren, en wat mag dat kosten,” zegt ook Eric Huizing. “Aanbieders maken er geen geheim van dat ze alleen customized benchmarks bieden als dat ze voldoende oplevert. Fondsen die weinig in de melk te brokkelen hebben, zullen dus water bij de wijn moeten doen door ofwel hun criteria te versoepelen, ofwel door operationeel flexibeler te zijn.”


Standaardproducten


Naarmate institutionele beleggers meer afhankelijk zijn van standaardproducten – hetzij in de vorm van beleggingsfondsen, of verzekeringsproducten als men een verzekerde regeling heeft – wordt het moeilijker om criteria voor verantwoord beleggen te implementeren.

“Er zijn echter inmiddels zoveel pensioenfondsen die met dit probleem zitten, dat de druk vanuit de sector op aanbieders wordt opgevoerd om dit soort customized benchmarks beschikbaar te maken,” zegt Van Markwijk. “Ik denk dat de markt dit wel oplost.”

“Ik sluit niet uit dat de druk op de vermogensbeheerders zo hoog wordt, dat er vele ‘duurzaamheids’ fondsen met ieder hun karakteristieken komen. Als de vraag maar groot genoeg is. Maar dan moet er wel een zekere consistentie in beleid zijn,” meent Becker.

Op zich zijn er al aardig wat duurzame fondsen op de markt. Hoe groter de aanbieder, hoe meer keuze er over het algemeen is in duurzame producten.

“Maar vrijwel iedere vermogensbeheerder sluit alleen uit als het meer dan vijf procent van de omzet betreft,” zegt Wuijster. “Ook als je specifieke duurzaamheidsfondsen inkoopt, zou het dus nog altijd kunnen dat je in clusterbommen zit. En een bekende onderneming als Philips wordt gezien als een leider op het gebied van SRI, maar ook deze onderneming is voor een zeer klein deel van de omzet afhankelijk van de verkoop van producten voor militair gebruik.”

Als zelfs duurzame fondsen geen soelaas bieden, wordt het voor kleinere en minder rijke fondsen – die zich geen eigen beleggingsteam of discretionair mandaat kunnen veroorloven - wel heel moeilijk. “Kleinere pensioenfondsen hebben soms echt geen andere optie,” beaamt Wuijster.

“De uitvoerbaarheid van verantwoord beleggen is best lastig,” zegt Armin Becker. “Het aantal beleggingsfondsen dat aandacht besteedt aan deze materie is beperkt. Wij hebben geen trek om allerlei discretionaire mandaten met beperkingen af te spreken. Dat wordt veel te duur.”


Best-in-class ook niet alles


Mede om een antwoord te bieden op de problemen met uitsluiting is in de negentiger jaren van de vorige eeuw de zogenaamde ‘best-in-class’ techniek ontwikkeld. Hierbij ligt de focus niet zozeer op uitsluiting maar meer op positieve selectie, waarbij ondernemingen worden geselecteerd die op een aantal duurzaamheidscriteria het beste scoren in hun klasse (zie pagina 21 - 22).

Inmiddels zijn ook tegen deze aanpak echter ernstige bezwaren gerezen. “SPF Beheer heeft enige tijd geëxperimenteerd met een variant op best-in-class, maar we zijn daarvan afgestapt,” vertelt Van Markwijk. “Eén probleem is dat je aandelen onderweegt of overweegt op basis van gegevens uit het verleden, die vaak niet meer kloppen omdat een bedrijf al lang zijn beleid heeft aangepast.” Als een bedrijf volhardt in ongewenste activiteiten, biedt de aanpak bovendien geen mogelijkheden om hierin verbetering te brengen. “Je kunt hiermee niet echt actief iets veranderen. Want wat maakt het zo’n bedrijf nu uit of je een 1,4% of een 1,6% weging hebt? De consequenties van een lichte onder- of overweging zijn te gering om iets ten positieve te veranderen. Dat vonden we niet zo zinvol.”

Bovendien brengt best-in-class een aanzienlijk reputatierisico met zich mee, voegt hij toe: “Als een bedrijf zich schuldig maakt aan kinderarbeid is het enige gevolg dat je er dan voor 1,8% in zit in plaats van twee procent. Dat is niet uit te leggen aan je achterban.”


Engagement


Pure uitsluiting is een mijnenveld. En ‘best-in-class’ is niet meer dan een doekje voor het bloeden: Een pensioen met goed fatsoen vraagt volgens deskundigen om andere middelen.

Men ziet vooral heil in ‘engagement’, waarbij pensioenfondsen als aandeelhouders bedrijven onder druk zetten om meer verantwoord te ondernemen. Daarbij dient uitsluiting als de spreekwoordelijke stok achter de deur.

“Met uitsluiting houd je schone handen, maar verander je niets ten positieve. En engagement zonder uitsluiting is een tandeloos instrument,” legt Van Markwijk uit. In eerste instantie gaat het erom pressie uit te oefenen op ondernemingen om hun beleid op te schonen. “Als er dan binnen een bepaalde termijn geen gehoor wordt gegeven aan die oproep, moet je kunnen stemmen met je voeten. In grote lijnen zijn we het erover eens dat dit de strategie is waar we het meest in zien. We zijn nu met de besturen aan het kijken hoe we dit precies invullen, en welke termijn we in acht nemen.”

Ook engagement levert in de praktijk dilemma’s op. Zo heeft de achterwacht er weinig begrip voor dat bedrijven die niet helemaal zuiver op de graat zijn toch in de portefeuille worden gehouden.

Het antwoord is volgens de deskundigen om een goed doordacht beleid te ontwikkelen, dat helder genoeg is uitgewerkt om te kunnen verdedigen. Zelfs voor de camera.


Van uitsluiting tot engagement: advies van de experts

Ook voor de ‘kleintjes’?

Informatie

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Dutch fund hangs tough with minor gains
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008