Ook voor de ‘kleintjes’?
Gepubliceerd op: 20 Juni 2007
(Juni/Juli 2007)
Voor veel pensioenfondsen, die door de verscherpte regelgeving toch al de handen vol hebben, betekent maatschappelijk verantwoord beleggen een aanzienlijke taakverzwaring.
Uit npn’s enquete onder 24 pensioenfondsen blijkt dat gebrek aan menskracht en interne expertise voor bijna de helft van de respondenten een probleem vormen. (zie pagina 32 - 33).
In het kader van goed pensioenfondsbestuur en in het verlengde van de publieke opinie helpt er echter geen lieve moederen aan: maatschappelijk verantwoord beleggen staat op het pensioenfondsmenu, ondanks de soms zeer beperkte middelen.
Om verantwoord beleggen ook binnen het bereik van de kleinere en minder draagkrachtige partijen te brengen, zijn er diverse mogelijkheden. Vanuit de samenwerkende pensioenkoepels wordt gewerkt aan richtlijnen en er ontstaan diverse samenwerkingsverbanden.
“Als kleinere belegger kan men bijvoorbeeld inhaken bij het PRI engagement platform,” zegt Lambrechtsen. De Principles of Responsible Investing van de Verenigde Naties worden inmiddels onderschreven door ruim tachtig pensioenfondsen en verzekeraars en ongeveer evenveel vermogensbeheerders. “Een jaar sedert oprichting vertegenwoordigt de PRI-groep gezamenlijk een belegd vermogen van 8.000 miljard dollar, ofwel circa vijftien procent van de gehele markt. En dat loopt nog steeds op.” Een twintigtal van deze partijen heeft zich verenigd in het PRI engagement initiatief. “Daarin nemen enkele partijen het voortouw om namens de anderen misstanden te lijf te gaan. Een recent voorbeeld is slavenarbeid in Brazilië bij toeleveranciers van de Amerikaanse automobielindustrie,” zegt Lambrechtsen. “Kleinere partijen kunnen zich bij dit platform aansluiten en zo een steentje bijdragen zonder dat dit hun middelen uitput.”
Ook op nationaal niveau kunnen kleinere organisaties vaak inhaken bij de grotere broers. De pensioenfondskoepels VB en Opf buigen zich inmiddels in onderling overleg over deze problematiek, waarbij niet alleen aan raad, maar ook aan daad wordt gewerkt. Daarnaast geven grotere of meer ervaren fondsen aan zowel formeel als informeel hun deskundigheid te willen delen.
Zo zei John van Markwijk desgevraagd: “Tot nu toe hebben we dat nog niet gedaan, maar als daar behoefte aan is, is dat wat ons betreft zeker een mogelijkheid.” Op npn’s vraag welke kosten hiermee gemoeid zijn, stelde hij: “We zouden dat doen vanuit collegiale dienstverlening, want we zijn zelf ook gebaat bij een dergelijke uitwisseling. Dus die kosten, daar komen we wel uit.”
“Bij de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen zijn zowel hele kleine als hele grote ondernemingspensioenfondsen aangesloten, en er vindt op diverse niveaus informatie-uitwisseling plaats,” zegt Huizing. “We zijn als pensioenfondsen per slot van rekening niet elkaars concurrenten, dus natuurlijk stellen we onze deskundigheid ter beschikking. Onze beleggingsbeginselen zijn dan ook voor andere fondsen toegankelijk, en we willen die graag toelichten.”
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|