Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Hedgefondsindustrie ontwikkelt een 'à la carte' menu

Gepubliceerd op:  23 Augustus 2007 (Augustus/September 2007)

Nederlandse institutionele beleggers die hun blootstelling aan de wereldwijde hedgefondsindustrie - met een waarde van zo'n 1,5 triljoen dollar - willen vergroten, kunnen tegenwoordig uit een steeds uitgebreider 'à la carte' menu van verschillende marktingangen kiezen. Steve Hays, directeur van Bellier Financial, kijkt voor npn wat er op de kaart staat.

Het hedgefondsaanbod wordt steeds ruimer. Verschillende managers doen een boekje open:

De Europese event-driven manager

Michiel Visser richtte Mercurius Capital Management op in 2003 in Londen, na 12 jaar senior posities te hebben bekleed in de aandelenhandel voor ABN Amro in Amsterdam en New York. Hij managet een van de weinige 'event-driven' hedgefondsen, met een sterke nadruk op de Benelux.

Mercurius werkt nauw samen met grotere hedgefondsen en relaties in de bankwereld, om zo in een vroeg stadium beleggingskansen op te sporen. Daarbij valt te denken aan private placements of komende beursintroducties (IPO's). De meeste deals waarin het fonds investeert zijn klein: onder de 10 miljoen euro, en informatie over kansen met een hogere waarde wordt als tegenprestatie doorgespeeld aan de grotere spelers.

“Dat is hoe het werkt in de markt: het is een mierenhoop vol netwerkcontacten die allemaal stukjes informatie uitwisselen. Er geldt een hoge mate van vertrouwelijkheid in dit netwerk van banken, hedgefondsen en dienstverleners, dat onderling verbonden is door respect en vertrouwen. Zo maken we allemaal onderdeel uit van de wereldwijde financiële wereld in al haar verschijningsvormen,” aldus Visser.

Sinds zijn oprichting heeft Mercurius netto rendementen tot 51% gerealiseerd (2004), maar is kortgeleden overgestapt naar een lager volatiliteitsniveau binnen het fonds, met als doelstelling rendementen van rond de 25%.

“We hebben ons gerealiseerd dat beleggers de voorkeur geven aan stabiele en consistent hoge rendementen, in plaats van dat we elk jaar de sterren van de hemel plukken maar dan ook soms een scherpe duikeling maken,” zegt Visser.

De manager van aandelen in opkomende markten

Naissance Capital in Zürich positioneert zichzelf als een Zwitserse 'beleggingsboetiek' en leunt daarbij mede op zijn stamboom: De onderneming is opgericht door James Breiding, voorheen directeur van het Zwitserse Templeton en vice-president voor alternatieve beleggingen bij Bank Julius Baer, en wijlen François Mayer, vele jaren lang chief executive van J.Rothschild holdings en de rechterhand van Lord Jacob Rothschild.

Naissance richt zich voornamelijk op aandelen in opkomende markten, in het bijzonder India, en heeft sinds zijn oprichting in 1999 een gemiddeld rendement van 29% per jaar behaald.

“Ongeveer 30% van de wereldbevolking onder de 30 leeft nu in India. Verschuivingen op zo´n grote schaal zijn nooit eerder in de geschiedenis voorgekomen,” zegt Breiding.

Hij heeft net het Beagle Fonds opgericht, dat belegt in grote 'evolutionaire beleggingsthema's' in opkomende markten als Vietnam, India en China.

“We hebben dynamische thema´s geselecteerd die mogelijkheden bieden voor hoge rendementen, bijvoorbeeld op gebied van infra-structuur, vermogensbeheer en internet,” aldus Breiding.

De manager van Russische kredieten

Bij de gedachte aan kredietverlening aan kleine Russische ondernemingen zouden sommige beleggers wit wegtrekken. Het is echter precies op dit gebied dat Denholm Hall in de afgelopen vijf jaar een hele serie successen op zijn naam heeft geschreven. Deze beheerder, werkend vanuit Londen, heeft met zijn Arbitrage Fund rendementen gehaald van gemiddeld 15% tot 20% per jaar.

“Het is voor Russische bedrijven moeilijk aan kredieten te komen, omdat het bankensysteem zeer zwak en zwaar gereguleerd is en bovendien gericht is op kortetermijn kapitaalstromen. Dit zit de rest van de economie in de weg,” zo verklaart George Nianias, oprichter van Denholm Hall.

“Je ziet dat middelgrote ondernemingen rentetarieven van 14% tot 16% betalen, zelfs voor bedragen van honderden miljoenen dollars, dus er bestaan nogal gezonde marges als je kijkt naar de officiële tarieven van 6% tot 7%. Wij zitten een stuk hoger dan dat met doorgaans iets meer dan 20%, meestal voor korte perioden van negen maanden,” voegt hij toe.

Volgens Nianias gaat het bij risicobeheer om “character, cashflow en collateral” en Denholm Hall legt grote nadruk op het due-diligenceproces, wat erop neerkomt dat 85% van de kredietvoorstellen wordt afgewezen. Bescherming wordt verder geboden door een hoog niveau aan gewaarborgde schulden binnen het fonds. Waarborgen kunnen bestaan uit goederen, onroerend goed, fabrieksinrichtingen en ook financiële activa zoals aandelen en bankgaranties. Een bijzonder hoge waarborgratio van 130% levert aanvullend vertrouwen dat het fonds te allen tijde zijn geld kan opeisen.

Het Denholm Hall Arbitrage Fund overweegt een 'soft closing' in de tweede helft van dit jaar met een doelstelling van 300 miljoen dollar. De onderneming wil nu haar aandacht richten op nieuwe beleggingsmogelijkheden, bijvoorbeeld de Russische huizenmarkt en een 'special situations' aandelenfonds.

De 'fund of hedge funds' manager

Institutionele beleggers die huiverig staan tegenover directe beleggingen in individuele hedgefondsen kiezen doorgaans voor een fonds-van-hedgefondsenmanager, die het risico spreidt over verschillende instrumenten en strategieën binnen de markt.

Finles Capital Management is zo'n fondsbeheerder. Dit is een onderneming van Nederlandse bodem, gevestigd in Utrecht, die vorig jaar grote aandacht trok in de pers door de lancering van het eerste Nederlandse fonds dat uitsluitend werkt op basis van performance fees: het Star Selector Fund.

“We zien dat in de Nederlandse markt de interesse in hedgefondsen aan het toenemen is. Daar zijn twee redenen voor: Aan de ene kant bestaat er al enige jaren grote ontevredenheid over de prestaties van obligaties en aan de andere kant staan de aandelenmarkten nu zo hoog dat men op zoek is naar beleggingsmogelijkheden met een betere bescherming aan de onderkant,” aldus Mark Baak, portefeuillemanager bij Finles.

“De situatie op de obligatiemarkt is nu bijzonder interessant voor de hedgefondsindustrie. Onze producten vormen een goed alternatief voor obligatiefondsen, met dezelfde - of lagere - risico´s en met rendementen die hoger en betrouwbaarder zijn, en bovendien bijdragen aan portefeuillediversificatie,” zegt hij.

Doe-het-zelven, tracking en replicatie

De enorme groei in omvang en verfijning van de hedgefondsindustrie is vergezeld gegaan van grote veranderingen in de regelgeving, waardoor het voor institutionele beleggers binnen de EU makkelijker wordt zich op alternatieve beleggingsstrategieën te richten - of zelfs eigen hedgefondsstructuren op te zetten om een hogere alfa te generen.

“Er gebeuren op het moment een paar dingen tegelijk die zorgen voor veranderingen in de alternatieve instrumenten. Door de invoering van de ICB-III-richtlijn in september 2006 mag nu bijna iedereen in ICB-schema's beleggen, die veel kenmerken gemeen hebben met hedgefondsen - zij het dat de leverage en short-componenten via derivaten worden behaald,” zegt Jon Baker, Directeur Prime Services bij Credit Suisse.

“Samen met de harmonisatie van wetgeving binnen de EU door de MiFID-richtlijn, waardoor de kapitaalmarkten nog toegankelijker worden, en het 130/30-fenomeen zorgt dit ervoor dat instellingen plotseling denken: “Ik heb dit long-only product sinds jaar en dag, maar in plaats van te beleggen in single-manager hedgefondsen of multi-managers, kunnen we het ook zelf gaan doen,” vult hij aan.

De huidige trend van het in de markt zetten van 130/30-strategieën komt voort uit het idee dat dit een manier is om de beleggingspraktijk van een hedgefonds te evenaren zonder onderhevig te zijn aan hetzelfde risiconiveau. Neem bijvoorbeeld een traditioneel index-trackerfonds: Met een 130/30-strategie kan een beleggingsbeheerder specifiek te werk gaan bij het kiezen van de beschikbare effecten en daaruit de beste keuze te maken in plaats van er overweight in te gaan, terwijl hij zo tegelijkertijd de mogelijkheid heeft om short te gaan op effecten waarvan hij denkt dat ze het het slechtst zullen doen, in plaats van er underweight in te gaan of juist alles af te stoten.

Voor institutionele beleggers is bovendien van belang dat je de 130/30-strategieën kunt weghalen uit de componenten die uitsluitend long-only aandelen bevatten, terwijl de portable alfa bij de alternatieve instrumenten onderdak blijft.

Een andere eenvoudige en relatief goedkope ingang voor instellingen om zich voor het eerst te gaan richten op hedgefondsen - of om de dubbele tariefniveaus te ontwijken die voor fondsen-van-fondsen gelden - is via tracker-producten, bijvoorbeeld op basis van de wereldwijde benchmark voor de sector, de Credit Suisse/Tremont Hedge Index.

“In Europa neemt de vraag naar de Index Tracker momenteel enorm toe. Dit wordt gedreven door institutionele beleggers die voorheen actief portefeuillebeheer voerden en zich nu realiseren dat de rendementen van fondsen van fondsbeheerders steeds dichter bij elkaar komen. Veel fondsen beginnen steeds meer op elkaar te lijken en leveren nu een rendement dat ongeveer in lijn ligt met het indexproduct,” zegt Philippe Schenk, directeur Product Marketing and Development bij Credit Suisse/Tremont.

“De vraag komt ook vanuit beleggers, met name aan de institutionele kant, die nog niet eerder in hedgefondsen actief waren en de tracker beschouwen als een product met een relatief laag risico om eenvoudig mee te beginnen. Een extra voordeel is dat je alleen beheerkosten betaalt,” voegt hij toe.

De laatste nieuwkomer op het menu van alternatieve beleggingsfondsen zijn de replicatiestrategieën. Deze bieden een lage kostenstructuur, vergelijkbaar met hedgefondsindexen, door te beleggen in liquide en eenvoudig toegankelijke effecten. Daardoor kan het echter zijn dat ze niet de voor hedgefondsen specifieke alfa halen, met name bij minder liquide strategieën zoals distressed debt, fusie-arbitrage, event-driven arbitrage en converteerbare arbitrage.

Als het de belegger echter voornamelijk gaat om liquiditeit van de onderliggende instrumenten, dan kan deze uiterst exotische keuze uit het hedgefondsmenu een smakelijke optie zijn.

Printbare versiePrintbare versie

 


Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• PFA enlists new blood to enforce equity changes
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
• Cut from the same cloth
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008