Barclays verovert Nederland
Gepubliceerd op: 23 Augustus 2007
(Augustus/September 2007)
|
|
Marko van Bergen, hoofd institutional business in de Benelux voor BGI.
|
Terwijl de kranten bol staan van Barclays' pogingen Neerland's bankboegbeeld ABN-Amro in te lijven, heeft de vermogensbeheertak van het Barclays-concern in alle stilte de Nederlandse markt al lang veroverd. Mariska van der Westen in gesprek met Marko van Bergen, topman bij Barclays Global Investors, 's lands grootste vermogensbeheerder.
De overnameperikelen omtrent Barclays en ABN-Amro houden de gemoederen al maanden in hun greep. Wat wel eens wordt vergeten, is dat het Barclays concern in Nederland al lang een stevige voet aan de financiële grond heeft. Met 65 miljard aan Nederlandse pensioeneuro's onder beheer bedient Barclays Global Investors zo'n 90 klanten in de pensioenpolder.
“Daarmee zijn we verreweg de grootste vermogensbeheerder in de sector,” zegt Marko van Bergen, hoofd institutional business in de Benelux voor BGI.
Over eventuele veranderingen bij BGI als Barclays ABN-Amro mocht overnemen, wil Van Bergen niets kwijt. Maar veel gehoorde protesten dat er teveel Hollands pensioenvermogen door buitenlandse partijen wordt beheerd, deren hem niet. Naar zijn idee vindt er in de markt een natuurlijke schifting plaats tussen grote, merendeels Angelsaksische partijen zoals BGI die qua vermogensbeheer aan de top staan, en de kleinere lokale partijen die onvermijdelijk achterop raken.
“De reden daarvoor is simpel. Institutioneel vermogensbeheer is een landschap dat snel en ingrijpend veranderd. Om die veranderingen bij te benen is het noodzakelijk om voortdurend te investeren in je bedrijf. Dat is geen kleinigheid - daar zijn echt honderden miljoenen voor nodig. Een kleine organisatie kan dat niet zomaar ophoesten,” legt hij uit.
Alle politieke rumoer ten spijt ziet hij hierin geen verandering komen. “Neem bijvoorbeeld Liability-driven Investment. LDI is een verschijnsel van de laatste twee tot drie jaar, dus de capaciteit daarvoor moet worden opgebouwd. Wij hebben op het gebied van LDI hoogwaardige expertise ingekocht om een team van 25 deskundigen samen te stellen. Zo hebben we onder andere iemand aangetrokken die bij de centrale bank werkzaam was - er is dus niet veel wat dat team niet weet. Niet iedere vermogensbeheerder kan zich dat veroorloven.”
Alleen door middel van forse investeringen kan een aanbieder bij nieuwe ontwikkelingen voorop lopen en bovendien van alle markten thuis zijn. “Dat is de grote horde die je steeds weer moet nemen. De niet aflatende noodzaak om fors te blijven investeren: Dat is tegelijk de grootste uitdaging en de grootste kans voor een bedrijf als BGI.”
Het zijn met name de grote en kapitaalkrachtige partijen die met de mandaten gaan strijken. “Wij kunnen als groot huis het hele palet aanbieden. Hetzelfde geldt voor State Street en in mindere mate voor Goldman Sachs. Maar de kleinere partijen kunnen dat niet bijbenen. Ze raken òf achterop, òf ze concentreren zich op een bepaalde niche.”
Te groot voor fiduciair beheer
Zo'n niche is bijvoorbeeld het momenteel zeer populaire 'fiduciair beheer'. Voor de wat kleinere assetmanagers is fiduciair beheer big business, maar voor een gigant als BGI is deze tak van sport minder aantrekkelijk.
Ten eerste vergt een fiduciair contract doorgaans dat de beheerder niet zelf aan het beleggen slaat, maar daarvoor assetmanagers 'van buiten' inhuurt. Dat druist bij BGI in tegen de aard van het beestje. “Wij zijn eerst en vooral beleggers. Wij kunnen natuurlijk best een fiduciair mandaat aan, maar dan besteden we het beleggen niet uit - we doen het zelf,” legt Van Bergen uit. “We missen derhalve de specifieke fiduciaire expertise die er op gericht is externe managers te selecteren en te monitoren.”
Bovendien komt er bij fiduciair beheer vaak ook nog een stuk pensioenadministratie kijken.
“Dat is natuurlijk helemaal buiten ons straatje. We bieden dan ook geen fiduciaire dienstverlening,” aldus Van Bergen. “BGI heeft daar de capaciteiten niet voor.”
En BGI wil die capaciteiten ook niet ontwikkelen. “De Nederlandse markt is vanuit een wereldwijd perspectief maar een speldenprik, en zelfs binnen Nederland is de fiduciaire markt heel klein. Er is uitzicht op een beperkt aantal mandaten van formaat, waarvan een goed deel al vergeven is. Daarbij gaat het om vaste langjarige contracten dus het verloop is ook nog eens gering. Fiduciair beheer is ons model niet. Om dat op te starten voor drie, vier deals, dat is voor ons de moeite niet.”
Concuklanten
Helemaal koud laat het fiduciaire gebeuren BGI overigens niet. “We merken wel dat we steeds vaker tegenover fiduciaire concurrenten komen te staan,” vertel Van Bergen.
Saillant detail daarbij is dat de meeste van die fiduciaire concurrenten tevens klant zijn bij BGI.
“Kort geleden besloot één van onze pensioenfondsklanten om een compleet mandaat uit te besteden. Wij zijn in de running voor dat mandaat en kwamen oog in oog te staan met een concurrent die zijn beleggingsproducten bij ons inkoopt. Dat is onvermijdelijk, aangezien veel grote pensioenuitvoerders tot onze klantenkring behoren.”
Nu pensioenuitvoerders zich steeds vaker afsplitsen van hun 'moederfonds' en zich als zelfstandige uitvoeringsorganisatie op de markt begeven, doet zich de vreemde situatie voor dat BGI concurreert met zijn eigen klanten. Lastig? Helemaal niet, vindt Van Bergen. “Als wij dat mandaat winnen, zijn we daar natuurlijk blij mee. Maar als onze concurrent het mandaat wint, komt de business vaak geheel of gedeeltelijk ook bij ons terecht. Want het echte beheer wordt uiteindelijk toch bij ons ingekocht.”
Naarmate de markt zich meer verdeelt in grote, buitenlandse vermogensbeheerleveranciers en kleine lokale niche-spelers, gaat BGI zich uitdrukkelijker profileren als grossier. “Als je prima vis levert, kun je natuurlijk zelf een drie-sterren restaurant beginnen. Maar je kunt ook leveren aan alle andere drie-sterren restaurants,” aldus Van Bergen.
Rooskleurige toekomst voor Nederland
Als BGI en vergelijkbare vermogensbeheerders zich meer richten op de groothandel is er nog geen reden tot bezorgdheid over het aandeel van buitenlandse huizen in het vermogensbeheer, vindt Van Bergen. Lokale visrestaurants doen goede zaken. Dat ze hun vis van een buitenlandse leverancier betrekken doet daar niets aan af.
Integendeel: Volgens hem ligt er voor de Nederlandse sector een rooskleurige toekomst in het verschiet.
“Voor pensioenuitvoeringsorganisaties breekt er een hele interessante periode aan. De professionalisering zet door, en hetzelfde geldt voor de schaalvergroting. Je ziet nu al een aantal fusietrajecten en daar verwacht ik er nog wel meer van. Uiteindelijk blijven er een aantal grote, goed toegeruste uitvoerders annex fiduciair beheerders over. Als die eenmaal de laatste Nederlandse pensioenkruimels hebben opgezogen, voorzie ik dat ze Nederland ontgroeien en zich op de Europese markt gaan richten,” voorspelt hij.
Dan is het uit met het defensieve spel en gaat de Nederlandse pensioensector in het offensief: “Wat een Angelsaksische fiduciair beheerder als Goldman Sachs nu in Nederland doet, dat doen Nederlandse uitvoerders straks in de rest van de wereld.”
Als het er om gaat internationale pensioenbusiness te winnen zijn de geluiden momenteel echter heel wat minder positief. Volgens velen wordt Nederland aan alle kanten voorbij gestreefd. Zo lijkt België hard op weg om Nederland af te troeven op het gebied van het Europese pensioenbedrijf.
“Dat zullen we nog wel eens zien,” zegt Van Bergen, onverwacht fel. “Daar geloof ik helemaal niets van.”
De strenge regelgeving in Nederland is volgens hem een voordeel. “Juist doordat we die strengere regels hebben, zijn bij ons transparantie en expertise scherp toegenomen. De Belgen hebben nu een grote mond, maar uiteindelijk moeten ook zij aan die striktere regels voldoen. Dat kan misschien wel tien jaar duren, maar ik garandeer je dat het gebeurt. En dan hebben wij een voorsprong, want wij hebben onze zaakjes op orde.”
Hij is niet bang voor Belgische concurrentie: “Helemaal niet. Dat gaan we winnen.”
Als een bedrijf besluit zijn pensioenfonds in België te vestigen, is er bovendien geen enkele reden waarom de uitvoering van de regeling en het vermogensbeheer niet door een Nederlandse uitvoeringsorganisatie zouden worden verzorgd. De Nederlandse sector kan de aanwezige expertise prima uitbuiten, waar het betreffende pensioenfonds dan ook gevestigd is.
Uitvoerders die zich over de grens als aanbieder profileren, worden door BGI in elk geval van harte toegejuicht. Als het lokale restaurant zich ontpopt tot internationale keten is dat immers ook goed voor de grootleverancier: “Die internationale uitvoerders zijn per slot van rekening ook onze klanten.”
De evolutie van een beleggingsgigant
“Barclays Global Investors is van oorsprong een Amerikaans bedrijf dat zijn bestaan dankt aan de universiteit van Berkeley, California,” vertelt Van Bergen. “In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd daar het theoretische bewijs geleverd dat indexbeleggen superieur is aan actief vermogensbeheer. Dat is een waarheid als een koe.”
In het midden van de jaren negentig heeft BGI ook een actieve beheerpoot opgezet. “Dat lijkt een breuk met de eerdere filosofie, maar is het niet. Wij denken met een kwantitatieve aanpak consistent aan de goede kant van de lijn te kunnen presteren. We hebben met actief beheer ondertussen een track record van 15 jaar opgebouwd,” zegt Van Bergen.
Inmiddels wordt ongeveer de helft van het vermogen actief beheerd met kwantitatieve strategieën in aandelen, obligaties en alternatieve categorieën. “In Nederland staat BGI bij veel institutionele beleggers nog altijd bekend als een indexhuis. Eigenlijk is dat vreemd als je bedenkt dat we wereldwijd bijna 20 miljard euro beleggen in hedgefondsen. Daarmee zijn we de derde grootste hedgefondsbelegger ter wereld.”
Printbare versie
|