Beste lezer,
Gepubliceerd op: 01 Oktober 2007
(Oktober/November 2007)
Rustig herfstweer. Als er iets is waar de pensioenwereld aan toe is, is het dat wel. Temperaturen rond normaal en vrijwel overal droog: Zou het ervan gaan komen?
Nu de contouren van de kredietschade zich beginnen af te tekenen, belopen winstdalingen en afboekingen in de miljarden. Maar hiermee verdwijnt tevens de onzekerheid - en daarmee het 'crisisgevoel' - uit de markt. Ook op andere fronten lijkt er kalm weer op til. Zo belooft Klaas Knot, divisiedirecteur bij De Nederlandsche Bank op pagina 19 - 21 van deze npn: “Nu krijgen we een periode van wat meer bestuurlijke rust, in ieder geval van de zijde van de toezichthouder.”
De vooruitzichten voor een kalme herfst zijn dus goed. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat er ineens niets meer te beleven valt in Pensioenland. Integendeel. Zo wordt met spanning afgewacht wat de woelige zomer heeft gedaan met de dekkingsgraden en daarmee met de indexatievoornemens. En pensioenfondsen kunnen de rust goed gebruiken want ze hebben nog heel wat werk te verrichten, willen zij op 1 januari 2008 klaar zijn voor het toezicht op goed pensioenfondsbestuur.
“We hebben daartoe een inventarisatie gemaakt: hoe gereed is men? Het beeld dat daaruit naar voren komt is nog niet heel vrolijk. Er moet nog veel gebeuren in de tweede helft van dit jaar,” aldus Knot.
Daarmee staat dit najaar vooral in het teken van governance.
Pensioenfondsen zijn hard aan het werk om hun 'governance' naar een niveau te tillen dat door de beugel van de toezichthouder kan. Zeker voor kleinere fondsen is dit geen sinecure, en volgens velen is een consolidatieslag dan ook onvermijdelijk.
Elk jaar heffen vijftig fondsen zichzelf op. Men zoekt, waar mogelijk, aansluiting bij een bedrijfstakfonds of brengt de regeling onder bij een verzekeraar. Ook fondsen die wel blijven voortbestaan, geven een stukje zelfstandigheid en eigen identiteit op in ruil voor schaalvoordelen. “Pensioenfondsen gaan zich afvragen: Wat is die identiteit me waard?” aldus Peter J. C. Borgdorff, vertrekkend directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen.
Voor wat betreft het vermogensbeheer verlaten steeds meer pensioenfondsen zich op de diensten van fiduciaire beheerders. Zo heeft onlangs ook het pensioenfonds van De Nederlandsche Bank een fiduciair in de arm genomen. Een groot aantal fondsen maakt daarbij gebruik van organisaties die naast fiduciair beheer tevens de pensioenadministratie en algehele bestuursondersteuning tot hun taken rekenen.
Hiermee rijst de vraag of er niet erg veel uitvoerende macht wordt afgedragen aan externe partijen en of pensioenfondsen hiermee niet te veel van hun eigen identiteit prijsgeven. Het hoofdartikel van deze npn verdiept zich op pagina 31 - 35 in dit heikele vraagstuk.
Een zo complex onderwerp is niet in een paar pagina's weer te geven, en npn komt hier in een latere editie graag op terug. Wij nodigen pensioenbestuurders dan ook nadrukkelijk uit om hun eigen visie op deze problematiek aan de redactie kenbaar te maken, door een e-mail te zenden naar npn@ft.com.
Duidelijk is wel, dat fondsen bijzonder veel waarde hechten aan hun zelfstandigheid. Zo vertelde Harry Penders, bestuursvoorzitter van het DNB-fonds, aan npn: “Wij zijn een zelfstandig pensioenfonds en hebben als zodanig onze eigen verantwoordelijkheid.”
In reactie op de toenemende uitbesteding en verzakelijking van het pensioenbedrijf is het daarom interessant om op te merken dat er nu een tegenbeweging ontstaat. Pensioenfondsen worden veeleisender als het erop aankomt de regie in handen te houden; ze wensen nauwer betrokken te worden bij de uitvoering en vragen ook een grotere betrokkenheid van hun uitvoerder. Zakelijkheid en betrokkenheid sluiten elkaar niet langer uit.
Zakelijkheid gecombineerd met betrokkenheid: dat is feitelijk de essentie van goed pensioenfondsbestuur. En dus een mooi thema voor een najaar in het teken van governance.
Mariska van der Westen, hoofdredacteur, npn
Printbare versie
|