SP vindt aftopping een farce
Gepubliceerd op: 01 Oktober 2007
(Oktober/November 2007)
|
|
Fons Luijben, Tweede Kamerlid voor de Socialistische Partij
|
Anke Claassen vraagt Tweede Kamerlid voor de Socialistische Partij Fons Luijben wat zijn partij gaat ondernemen tegen de 'Bos-Belasting', het aftoppen van de aftrekbaarheid van pensioenpremies en andere kabinetsplannen. Ook het geschil van de havenarbeiders met hun voormalig pensioenbeheerder Optas laat de SP niet onberoerd.
Meer maatwerk in tweede pijler
Koffietijd. Luijben 'drinkt een bakkie' terwijl hij fel ageert tegen de Bos-Belasting: “Iemand die achttienduizend euro heeft bovenop de AOW, is die rijk? Daar kun je volgens mij dikke vraagtekens bij zetten. Zogenaamd welgestelden extra laten bijdragen, is bijzonder onrechtvaardig.”
Vanaf 2011 moet, volgens de plannen van het kabinet, iedereen die voor zijn 65e stopt met werken en die een pensioen heeft van achttienduizend euro of meer, meebetalen aan de AOW. Want, zo redeneert dit kabinet, deze groep kan het missen en anders is het systeem op termijn onbetaalbaar. Volstrekt onlogisch, vindt Luijben, voormalig Rabobank-directeur en nu SP Tweede Kamerlid voor pensioenen en ouderenbeleid.
“Deze groep betaalt dan dubbel: twintig procent van de AOW komt uit algemene middelen. Daar dragen gepensioneerden ook aan bij. Wij zullen alles uit de kast halen om dit te voorkomen.”
Volgens de SP schiet de AOW in zijn huidige vorm sowieso al te kort. Vooral remigranten die in het buitenland hebben gewerkt en allochtonen hebben daar last van. “Mensen die tussen hun vijftiende en 65e niet in Nederland hebben gewoond, lopen al een AOW-gat op. Moet die groep dan ook extra betalen?”
Luijben vindt het niet eerlijk dat deze laatste groep in 2015 opnieuw wordt getroffen: dan verdwijnt de AOW-partnertoeslag. Een gepensioneerde werknemer krijgt geen AOW meer voor zijn of haar partner als die nog geen 65 jaar is. “Wij denken dat er daardoor vooral onder de allochtone bevolking grote financiële problemen zullen ontstaan.”
Een van de oplossingen kan volgens Luijben een aanpassing op de AOW-franchise zijn. Normaal gezien wordt deze berekend op de volledige AOW. Daar mag best wat flexibeler mee worden omgesprongen. Luijben: “Het is vaak voorspelbaar of mensen later in hun leven te maken krijgt met een AOW-gat. Je zou die franchise daarop aan kunnen passen. Dat kan volgens mij heel goed binnen de tweede pijler worden opgelost.”
De SP denkt dat het tweede-pijlersysteem voldoende ruimte biedt om de gaten in de eerste pijler weg te werken: “Er moet worden onderzocht of er binnen die tweede pijler maatwerkmogelijkheden kunnen worden gecreëerd die hiervoor een oplossing bieden. Daarnaast moeten er meer individuele mogelijkheden worden geschapen om via het collectieve systeem van het bedrijfstakpensioenfonds extra pensioen op te bouwen.”
Extra pensioenopbouw is ook nodig voor de ZZP'ers (Zelfstandigen zonder personeel). Daarom denkt de SP dat aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds verplicht moet worden. “Deze groep heeft over het algemeen minder mogelijkheden om een goed pensioen op te bouwen. Het lijkt ons verstandig dat wordt onderzocht in hoeverre de ZZP'er zich zou moeten aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Dat kan vanwege de oneerlijke concurrentie onderling alleen als het ook verplicht wordt. Het zijn immers forse premies, want ze moeten zowel het werknemers- als het werkgeversaandeel ophoesten.”
Ook de andere plannen van het Kabinet kunnen de SP niet bekoren. De voorgenomen aftopping van de aftrekbaarheid van pensioenpremies is een schoolvoorbeeld van symboolpolitiek, meent Luijben. “Het is een farce. Als je nagaat over hoeveel mensen dat gaat, schrik je van het geringe aantal. Een paar honderd op een miljoen, dat schiet natuurlijk niet op. Of je dat nu vooruit of achteruit incasseert, die mensen blijven boven de schaal van 52 procent zitten, ook na hun 65e. Daar moeten wij bij de SP dus een beetje om lachen.”
API's
De oprichting van de API's (Algemene Pensioen Instellingen) neemt de SP serieuzer. Al kan het met die oprichting twee kanten op. API's gebruiken voor expansie naar het buitenland ziet de SP niet zitten. “Voor een standpunt hieromtrent wachten we de plannen van het kabinet af. We weten nog niet op welke wijze dit wordt ingevuld. Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft beloofd om eind van dit jaar een overzicht van die inrichting voor te leggen. We weten dat het ABP liever een andere route kiest. Ons oordeel hangt af van hoe Donner het weet te presenteren.”
Luijben maant tot voorzichtigheid: “Het Nederlandse pensioensysteem behoort tot arbeidsvoorwaarden afgesproken tussen werkgevers en werknemers, en de staat die een toezichthoudende rol speelt. Dat moeten we zo houden. De API-constructie moet niet de expansiedrang van pensioeninstellingen naar het buitenland willen bevorderen. Dat zal er omgekeerd geredeneerd immers toe lijden dat het voor buitenlandse instellingen mogelijk wordt om de Nederlandse markt te betreden. Daar is de SP een fel tegenstander van. Europa moet zich niet met ons pensioensysteem komen bemoeien.”
Veel positieve ontwikkelingen binnen ons pensioensysteem ziet de SP onder leiding van het huidige kabinet dus niet tot stand komen. Al is de SP wčl positief over de nieuwe pensioenwet: “Deze wet is veel flexibeler dan het oude kader. Daar zijn we blij mee.”
Over de Europese regelgeving op pensioengebied is hij een stuk minder enthousiast. Als het aan de SP ligt, is het laatste woord hierover nog lang niet gezegd. Het gespaarde vermogen van 750 miljard aan Nederlandse pensioengelden zou door die regelgeving wel eens in gevaar kunnen komen, denkt Luijben. Bovendien vreest hij dat Europa roet in het Rijnlandse model zou kunnen gooien: “Feitelijk wil Europa de vrije marktwerking introduceren. Als je het Rijnlandse model afzet tegen het Angelsaksische model, Defined Benefit versus Defined Contribution, zijn wij vanzelfsprekend voorstander van het Rijnlands model.”
De introductie van de oer-Hollandse polderversie van Defined Contribution, Collectief DC, bekijkt de SP dan ook met argusogen. Luijben: “Het is absurd om de risico's bij de werknemers neer te leggen. Dat gebeurt via dit systeem eigenlijk ook. De kans dat dit uiteindelijk opschuift naar individueel DC moet vermeden worden.”
Een ander Europees euvel - de Belgische pensioenwervingscampagne - baart de SP inmiddels geen zorgen meer. De vertrekkend Belgische premier Verhofstadt bleek met zijn glossy folder enkel een zuidelijke storm in een glas water te kunnen veroorzaken. Pensioenfondsen met aantrekkelijke belastingvoordelen de grens over lokken, lukte hem niet: “Donner heeft ons gerust kunnen stellen. Bovendien horen wij van onze contacten bij zowel ondernemings- als bedrijfstakpensioenfondsen dat er nauwelijks bewegingen zichtbaar zijn die wijzen op een vlucht naar het buitenland.”
Rol toezichthouder te beperkt
Over het geschil dat de havenarbeiders hebben met hun voormalige pensioenbeheerder Optas en de nieuwe uitvoerder Aegon is Luijben heel duidelijk. “Dat is een drama.” De havenarbeiders zien het surplus verdwijnen in culturele doeleinden in plaats van in hun pensioen. Dat kan en mag volgens de SP niet mogelijk zijn. “Ik kan er nog niet veel over zeggen want het is nog onder de rechter, maar het is een dubieuze situatie. Ik ben vreselijk bang dat het juridisch allemaal wel goed in elkaar zal zitten en dat de rechter ook uiteindelijk die richting uitgaat in zijn uitspraak. Er is fundamenteel iets fout gegaan. Of dat nu komt omdat mensen hebben zitten slapen of omdat mensen willens en wetens anderen op het verkeerde been hebben gezet, dat is niet duidelijk.”
Als de uitspraak van de rechter negatief uitpakt voor de havenarbeiders, moet de wetgeving worden aangepast, vindt Luijben: “Als het juridisch gezien tot de mogelijkheden behoort dat de arbeiders kunnen fluiten naar hun centen, moet daar dringend paal en perk aan worden gesteld. Het kan niet zo zijn dat premies die mensen betalen voor hun pensioen uiteindelijk niet bij hen terecht komen. Daarvoor heb je dit pensioensysteem niet opgebouwd. De havenarbeiders hebben maar een armetierig pensioentje. Ditzelfde geldt voor de mijnwerkers. Zij zitten in een gelijkaardige situatie. Daar heeft een transactie van gelden door ING plaatsgevonden. De vrijgekomen middelen behoren toe aan de mensen die ervoor hebben gespaard. Ik geef ze volstrekt gelijk.”
Na vragen vanuit de Kamer heeft Donner uitgezocht of de toezichthouder in dit geschil een rol van betekenis kan hebben. Dit is niet het geval, weet Luijben. “Volgens Donner is de rol van de toezichthouder te beperkt om dit soort zaken aan te kunnen pakken. De toezichthouder toetst eigenlijk alleen maar of toezeggingen uit het verleden na zijn gekomen, maar houdt zich niet bezig met de inhoud van die toezeggingen.”
Dat moet volgens de SP dan ook veranderen: “Als de arbeiders hun geld verliezen, moet het toezicht flink worden aangescherpt. Jammer genoeg hebben de havenarbeiders en de mijnwerkers daar op dit moment niets aan.”
Printbare versie
Related articles:
|