Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Communicatie troef

Gepubliceerd op:  01 Oktober 2007 (Oktober/November 2007)
— Jeroen Steenvoorden, directeur van het pensioenfonds voor de Medisch Specialisten (SPMS)

Ook aan de beroepspensioenfondsen is de nieuwe wet- en regelgeving bepaald niet onopgemerkt voorbij gegaan. Wat brengt de Pensioenwet teweeg in beroepspensioenfondsenland? Mariska van der Westen vraagt het aan Jeroen Steenvoorden, directeur van het pensioenfonds voor de Medisch Specialisten (SPMS).

Beroepspensioenfondsen nemen in de pensioenwereld een aparte plaats in. Bij vrij gevestigde beroepsbeoefenaars is er immers geen sprake van Sociale Partners en al evenmin van pensioen als arbeidsvoorwaarde. Daarmee komt deze groep pensioenfondsen voor andere uitdagingen te staan dan ondernemings- en bedrijfstakfondsen.

Het pensioenfonds voor de Medisch Specialisten (SPMS) weet daar alles van. Zo gelden sinds 1 januari vorig jaar nieuwe spelregels ten aanzien van verplichte beroepspensioenregelingen, vertelt Jeroen Steenvoorden, directeur van SPMS. “Vroeger werd de verplichtstelling van het beroepspensioenfonds aangevraagd door de beroepsorganisaties - in ons geval, door de Orde van Medisch Specialisten. De overheid heeft nu bedongen dat de verplichtstelling alleen wordt afgegeven als een ruime meerderheid van de beroepsgenoten hieraan zijn fiat geeft, door lid te worden van een speciaal hiertoe opgerichte beroepspensioenvereniging.”

Om als verplicht beroepspensioenfonds te kunnen voortbestaan, moeten fondsen zoals SPMS aantonen dat ze representatief zijn voor de beroepsgroep. Geen eenvoudige opdracht, vertelt Steenvoorden. “Hoe krijg je voor elkaar dat tenminste zestig procent van de beroepsgroep lid wordt van zo'n vereniging? Dat is een hele uitdaging.”

Fondsen als SPMS zijn ineens genoodzaakt om actief aan klantenwerving en -binding te doen. Dat is een hele omslag. “Communicatie met de deelnemers kwam hierdoor ineens zeer hoog op de prioriteitenlijst te staan,” vertelt Steenvoorden. “Je moet het vereiste aantal handtekeningen binnen zien te krijgen en je moet je dus veel meer inspannen om de voordelen van het pensioenfonds uit te dragen naar achterban.”

SPMS ging de uitdaging met verve aan. Allereerst werd de pensioenconsument centraal gesteld: “Voorheen waren wij georganiseerd per regio. Dat hebben we omgegooid; we zijn nu georganiseerd per ziekenhuis. Daarvan zijn er zo'n 95 in Nederland. In elk van die ziekenhuizen hebben we een ambassadeur aangesteld - een medisch specialist die ons fonds in het betreffende ziekenhuis vertegenwoordigt,” vertelt Steenvoorden.

“De beste manier om draagvlak te krijgen voor een beroepspensioenregeling, is volgens ons door de regeling aan de man te brengen via iemand uit de beroepsgroep zelf. Dus hebben we een systeem opgezet van ambassadeurs - medisch specialisten die de regeling uitdragen aan hun collega's in het ziekenhuis en nieuwe leden aanwerven. Bovendien maakt dit systeem de weg vrij voor twee-richtingverkeer: de ambassadeurs vertellen ons wat er leeft bij de achterban, zodat wij beter kunnen afstemmen op de behoeftes van onze deelnemers.”

De aanpak bleek succesvol: “In sommige ziekenhuizen hebben we een score van meer dan negentig procent. Voor de hele beroepsgroep ligt dat op 72procent. Ruim voldoende voor de verplichtstelling van het fonds.”

De oprichting van de nieuw-vereiste pensioenvereniging, inclusief het aanwerven en registreren van leden, vergt een aanzienlijke en kostbare inspanning en brengt administratief een enorme rompslomp met zich mee. Om deze redenen was SPMS in eerste instantie niet blij met de nieuwe regelgeving.

“Maar achteraf zijn we de wetswijziging gaan beschouwen als een 'blessing in disguise',” zegt Steenvoorden. “Je wordt als pensioenfonds veel meer gedwongen om te communiceren en om te luisteren naar je achterban.”


Permanent klantenpanel


Inmiddels is ruim zeventig procent van de medisch specialisten lid van de beroepspensioenvereniging, maar dat is voor SPMS geen reden om op de lauweren te rusten.

“Elk jaar gaan een paar honderd specialisten met pensioen en komen er zo'n driehonderd bij. Dus als je het draagvlak niet onderhoudt, zakt het ledental snel weg,” legt Steenvoorden uit. “Je hebt eigenlijk te maken met een soort permanent klantenpanel: Als er geen tevredenheid meer is, kun je dat direct voelen in het draagvlak van je regeling.”

Het onderhouden van het draagvlak is door SPMS dan ook structureel ingebed in de organisatie.

“Daarbij hebben we geprobeerd om meerdere vliegen in één klap te slaan. Zo hebben we de nieuwe regels aangegrepen om de governance op hoger niveau te tillen.”

Zo wordt de beroepspensioenvereniging niet alleen gebruikt om via het lidmaatschap de verplichtstelling veilig te stellen. “We hebben de vereniging welbewust meer body gegeven. Als een pensioenvereniging echt iets te vertellen heeft, is het immers interessanter om er lid van te worden.” Het verenigingsbestuur beslist daarom ook over de inhoud van de regeling, en houdt toezicht op het pensioenfonds dat de regeling uitvoert. Het verenigingsbestuur laat zich hierbij minimaal om de drie jaar bijstaan door een visitatiecommissie.

“Daarnaast is de deelnemersraad met de bijbehorende bevoegdheden opgegaan in de Raad van Afgevaardigden, die daardoor meer tanden heeft dan gebruikelijk is. Deze Raad fungeert dan weer als het verantwoordingsorgaan waaraan het bestuur verantwoording aflegt. Bovendien hebben we een auditcommissie waarin ook externen zitting hebben. Al met al hebben we het toezicht dus relatief zwaar aangezet - dat past ook bij het bouwen van draagvlak.”


Harde indexatiegarantie


In het kielzog van de nieuwe wet op beroepspensioenregelingen heeft SPMS nog een andere opmerkelijke verandering doorgevoerd: het pensioenfonds is er toe overgegaan om tenminste drie procent indexatie te garanderen.

“Hoewel het fonds is gebaseerd op solidariteit, speelt intergenerationele solidariteit een minder grote rol. Men heeft niet gekozen voor het structureel overhevelen van kapitaal en risico's tussen generaties. Als je een klassieke doorsneepremie heft, zouden de jongeren de ouderen gaan subsidiëren. Dat was niet de bedoeling. Daarom heeft men bij oprichting een ander systeem gekozen,” zegt Steenvoorden. “Wij hebben een basispensioenregeling, dus er wordt geen pensioen opgebouwd over het volledige inkomen. In verhouding tot de premie die deelnemers betalen, bouwen ze relatief lage rechten op. Vervolgens blijft er geld over, en dat wordt aangewend in de vorm van winstdeling. Die is niet gering; historisch gezien gaat het om zeven procent winstdeling per jaar. Zo bouwt een jongere deelnemer meer pensioen op dan een oudere - de rechten zijn voor iedereen gelijk, maar de jongere krijgt veel meer jaren winstbijschrijving.”

Deze aanpak heeft gevolgen voor de verplichtingen:

“Het fonds had relatief weinig harde verplichtingen, maar wel een enorme hoge buffer waaruit alle toekomstige indexaties betaald moeten worden. Dat levert een probleem op ten aanzien van waardeoverdrachten.”

Sinds 1 januari 2007 heeft men recht op waardeoverdracht, maar alleen voor zover het de harde nominale rechten betreft. Aangezien een belangrijk deel van de pensioenopbouw bij SPMS juist in het niet-nominale gedeelte plaatsvindt, leidde dat tot onverteerbare gevolgen.

“Een deelnemer die vanuit bijvoorbeeld een bedrijfstakfonds instroomt, brengt alleen nominale rechten in en profiteert vervolgens wel van die enorme buffer van het specialistenfonds. Dan krijg je de scheve situatie dat een dergelijke instromer aan het einde van de rit een hoger pensioen meekrijgt dan iemand die vanaf het begin aan het fonds deelneemt,” zegt Steenvoorden. “Andersom kan een deelnemer die het fonds verlaat alleen zijn lage, nominale rechten meenemen. Wie uitstroomt, is dus een dief van zijn eigen portemonnee. Dit veroorzaakt eenrichtingverkeer in waardeoverdrachten. Op termijn verwatert daarmee de buffer, en wordt het draagvlak voor het fonds ondergraven.”

Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Het fonds ging dan ook naarstig op zoek naar een oplossing.

“Eerst hebben we nog geprobeerd of er niet iets aan de waarde-overdrachtsregels kon worden versleuteld, maar dat bleek op korte termijn niet te lukken. Toen hebben we besloten om een deel van de winstdeling hard te maken, in de vorm van een harde indexatiegarantie van drie procent. Harde garanties mogen namelijk wel worden betrokken in de waardeoverdracht. SPMS is het eerste fonds in beroepspensioenfondsenland dat deze maatregel neemt.”

Vooralsnog heeft SPMS zijn beleggingsbeleid niet hoeven wijzigen. “Wij hebben een klein stukje van het renterisico afgedekt. Bovendien: De gemiddelde leeftijd waarop men specialist wordt is 38. Als wij het over 'jongeren' hebben dan zijn dat mensen tussen 35 en veertig. Deelnemers komen ouder binnen, dus we zijn wat minder gevoelig voor de rente,” zegt hij. “Maar je loopt wel eerder tegen je grenzen aan qua risico, en de kans op onderdekking neemt natuurlijk wel iets toe. We moeten wel scherper aan de wind zeilen. Een dekkingsgraad van 150 is toch iets anders dan een dekkingsgraad van boven de 200. Anderzijds: met een dekkingsgraad van 150 valt nog best te varen.”

Zelfs als het fonds de zeilen bij moet zetten is de harde garantie het waard, vindt hij. “Dit biedt deelnemers duidelijkheid en maakt zo de regeling aantrekkelijker. Het komt de communicatie dus ten goede.”

Communicatie is het sleutelwoord voor de toekomst, meent hij - en niet alleen voor beroepspensioenfondsen. Ook de rest van de pensioenwereld moet er aan geloven: “Je moet als fonds heel goed communiceren wat je nu feitelijk aanbiedt. En het wordt steeds belangrijker om jongeren enthousiast te maken door ze bij het pensioengebeuren te betrekken en naar ze te luisteren. Dat is de grote uitdaging.”



Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Oranje: Bärenstark in der betrieblichen Vorsorge
• „Der Pensionsfonds wird ein europäischer Player“
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Norwegian giant hurt by Lehman collapse
• Consensus on Freddie and Fannie not enough to boost confidence
• Equity-heavy Ilmarinen defiant despite losses
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Shop ‘til you drop
• US dubs PA charge ‘impossible dream’
• Saving yourself from poverty
Professional Wealth Management
• Identifying opportunities in dark times
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Wealth gatherers moving Eastwards
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008