Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Duurzaam beleggen als motor voor rendement?

Gepubliceerd op:  01 Oktober 2007 (Oktober/November 2007)

In een uitgebreide katern over verantwoord beleggen in uitgave 16 van npn (juni/juli) werden een aantal kritische noten aangehaald in verband met verantwoord beleggen. Edwin De Boeck, gedelegeerd bestuurder en Wim Van Hellemont, Institutional Business Development Officer, KBC Asset Management, bespreken hoe de aandacht voor verantwoord beleggen gestalte kan krijgen in het vermogensbeheer.

Tijdens de Zembla-uitzending over verantwoord beleggen trokken belangengroepen onlangs hard aan de bel met het doel een golf van verandering in het financiële landschap teweeg te brengen. Maar wat in de pers lijkt als een tsunami die de beheerder bedreigt, is niets meer dan een golfslag die een beleggingsorganisatie geleidelijk doet veranderen. De primaire doelstelling van elke beleggingsvennootschap blijft het streven naar een optimaal rendement zonder hierbij de risicodoelstellingen uit het oog te verliezen. Naast de klassieke risico's kunnen ook niet-financiële risicoparameters het verwachte rendement beïnvloeden. Schending van imago, waarden en normen kan onder deze niet-financiële risico's opgenomen worden. Het opnemen van niet-financiële criteria in de beoordeling van de investeringen maakt dus deel uit van het schetsen van een risicokader.


Transparantie is een voorwaarde


De niet-financiële risico's in kaart brengen en hierover uitvoerig communiceren met de stakeholders staat vooraan op het programma. De behoefte aan transparantie werd tevens correct verduidelijkt door de twee citaten in uitgave 16 van npn:

Het eerste citaat luidt: “Maatschappelijk verantwoord beleggen vergt een complexe en genuanceerde aanpak die in het tijdsbestek van zo'n uitzending niet valt uit te leggen.” (John van Markwijk, CIO van SPF Beheer)

Dit probleem kan opgelost worden door uitvoerig te communiceren met alle stakeholders op diverse manieren. De volledige politiek van duurzaam beleggen wordt gedetailleerd beschreven op een publieke website. Jaarlijks wordt een uitvoerig debat gehouden tussen de organisatie en beleidsmakers van diverse NGO's en belangengroepen, waarbij deze uitgenodigd worden om input te geven voor de opbouw van de methodologie. Tot slot worden ook de klanten uitgenodigd op een jaarlijkse roadshow met als onderwerp het duurzaam beleid.

In het tweede citaat stelt Marcel Andriga terecht: “Als je duizend mensen vraagt wat verantwoord beleggen is, krijg je duizend meningen.”

Er bestaat dus niet één vorm van duurzaam beleggen en er is bijgevolg ook geen enkele organisatie die een monopolie op ethiek of duurzaamheid kan opeisen. Zodra de beheerder transparant is over zijn politiek en deze politiek correct uitvoert, is het aan de klant (belegger) om te kiezen bij welk verantwoord beleid hij het meeste aansluiting vindt. Bij het opstarten van een duurzaamheidsbeleid komt het er dus op aan de grootste gemeenschappelijke deler inzake de mening over ethiek te bundelen en te vertalen in een beleid van verantwoord beleggen. Indien de grootste gemeenschappelijke deler inhoudt dat er onder geen enkele voorwaarde in clusterbommen of landmijnen belegd mag worden, dan optimaliseert de beheerder het beleggingsrendement ten opzichte van het gestelde risicokader, namelijk een beleggingsuniversum waarin geen producenten van clusterbommen of landmijnen voorkomen.


'Kostprijs' van duurzaam beleggen


  1. Er bestaat heel wat discussie over de invloed van duurzaam ondernemen op de winstprestaties en het beursrendement van bedrijven. Dat heeft onder andere te maken met de moeilijke meetbaarheid van het begrip “duurzaam ondernemen”. Wat uit vele studies wel blijkt, is dat bedrijven die veel investeren in duurzaam ondernemen (of 'corporate social responsibility') vaak ook betere financiële prestaties neerzetten dan bedrijven die dat minder doen. Dat zegt echter nog niets over een oorzakelijk verband tussen beide. Zo is het best mogelijk dat bedrijven juist meer geneigd zijn om aandacht te schenken aan duurzaam ondernemen indien zij zich dat financieel meer kunnen veroorloven. Goede financiële prestaties van een bedrijf resulteren bovendien niet noodzakelijk in hoger dan gemiddelde beursrendementen voor de beleggers. Als de beurs efficiënt werkt, zit alle relevante informatie over die prestaties (inclusief het duurzaam ondernemen) al meteen in de beurskoersen, en kan een belegger bijgevolg geen hogere rendementen behalen dan wie belegt in minder duurzame bedrijven. Alleen als duurzaam ondernemen de uitdrukking is van een superieur bedrijfsmanagement èn dit signaal nog niet volledig door de markt wordt begrepen, kan dit ook superieure rendementen opleveren voor de beleggers, en vice versa. Een analyse van de KBC-databank (over een periode van vijf jaar voor meer dan 1.900 bedrijven uit de VS en Europa) leert dat de markt op dit vlak echter vermoedelijk wel degelijk efficiënt werkt. Er blijkt immers geen significant verband tussen de beursprestaties en de duurzaamheidsscore van bedrijven. Dit betekent dat een duurzame belegger niet systematisch meer, maar ook niet minder op de beurs kan verdienen dan wie belegt in minder duurzame bedrijven.
    De paradox van de voorbije jaren is dat alhoewel duurzame bedrijven gemiddeld dezelfde beursprestaties neerzetten als andere vergelijkbare bedrijven, veel 'duurzame beursindexen' - die veelal zijn samengesteld op basis van een combinatie tussen best-in-class en ethische uitsluiting - toch achterbleven op de bredere marktindexen. Dat heeft twee oorzaken:
    • ten eerste, doordat grote bedrijven inzake duurzaamheid vaak beter scoren dan kleine, zijn zij ook relatief sterker aanwezig in de duurzame indexen. Kleine bedrijven zijn juist ondervertegenwoordigd. Aangezien kleine bedrijven in de periode 2001-2006 gemiddeld beduidend hogere beursrendementen toonden dan de grote bedrijven, benadeelde dit de voorbije jaren het relatieve rendement van duurzame indexen ten opzichte van de bredere markt (een trend die zich het laatste jaar aan het keren is);
    • ten tweede zijn duurzame indexen, in vergelijking met bredere marktindexen, meestal meer belegd in TMT-sectoren (technologie, media en telecom) en minder in de energie- en grondstoffensectoren. Sinds 2001 deden de TMT-bedrijven het op de beurs gemiddeld beduidend slechter dan het marktgemiddelde, terwijl, de energie- en grondstoffensectoren juist veel beter presteerden, in het spoor van stijgende olie- en grondstoffenprijzen.
    Gecorrigeerd voor deze schaal- en sectoreffecten, blijkt dat duurzame indexen sinds 2001 niet minder rendeerden dan het marktgemiddelde. Overigens zijn deze effecten over een langere periode niet persistent. Zo speelden zij in de tweede helft van de jaren '90 nog in het voordeel van duurzame indexen. De sterke beursprestaties van de TMT-sectoren, het achterblijven van de energie- en grondstoffensectoren en de betere prestaties van grote bedrijven ten opzichte van kleine zorgden er in die periode voor dat de meeste duurzame beursindexen juist beter presteerden dan de bredere markt.
    Dit kan ook afgeleid worden uit figuur 1. In de periode voor 2001 zien we dat de maandelijkse rendementen van de duurzame index (Dow Jones Sustainability index) vaker hoger liggen dan het maandrendement van de brede marktindex (MSCI World). De technologiebubbel is een keerpunt met opeenvolgend een aantal extreem zwakke prestaties van de duurzame index ten opzichte van de brede markt. In de daaropvolgende periode presteert de duurzame index vaak zwakker dan de brede marktindex, maar de 3-jaars tracking error daalt. Begin '99 bedroeg de tracking error tussen beide indices 3,5% op jaarbasis. Hij groeide aan tot bijna 5% in 2001 en daalde vervolgens tot 1,4%.

  2. Indexen zoals de DJ Sustainability Index meten duurzaam beleggen volgens een best-in-class methode (zie ook figuur 2). Een engere vorm van duurzaam beleggen is de eenvoudige uitsluiting. Misschien sluit deze vorm wel aan bij de voornaamste vraag van de belegger. Deze wenst geen verregaande implementatie van ingewikkelde analyses en constructies om een duurzame portefeuille samen te stellen. De toepassing van norms based screening zal bijgevolg een grote groep beleggers aanspreken. Het voorbeeld bij uitstek is uitsluiting op basis van het Verdrag van Ottawa (1999). Indien het verdrag letterlijk wordt toegepast in de beleggingsportefeuille, dan zijn er wereldwijd niet meer dan vijf bedrijven die antipersoonsmijnen produceren en onder dit verdrag vallen. Maar zelfs indien besloten wordt om de volledige defensie-industrie en bijkomend de tabaksproducenten te weren uit de beleggingsportefeuille, blijft de 'kostprijs' relatief beperkt. Niet beleggen in de defensie-industrie en de tabaksindustrie zou de belegger in een wereldportefeuille over een periode van 34 jaar 7 basispunten aan rendement per jaar gekost hebben. Voor een belegger in Europese aandelen was de kost slechts beperkt tot ruim 2 basispunten.

  3. Verantwoord beleggen kan ook een bron van inspiratie zijn voor de zoektocht naar extra financieel rendement. Strategieën als integratie en pionierscreening spelen hierop in door de verwachting dat bepaalde duurzaamheidsthema's in de toekomst een uitgelezen kans geven aan bedrijven om hierin voorloper te zijn en bijgevolg een hoger dan gemiddeld rendement op te leveren. Water en hernieuwbare energie zijn hiervan uitstekende voorbeelden. De noodzaak om extra te investeren in de waterindustrie blijkt uit gezondheids-, economische en ecologische statistieken. Meer dan 1 miljard mensen vinden geen drinkbaar water op minder dan 15 minuten loopafstand van hun huis. De helft van de nutsbedrijven verliest 30 tot 50% van zijn water door lekken in het distributienetwerk. En de opwarming van de aarde veroorzaakt watertekort en wateroverlast op diverse plaatsen in de wereld. Juist die klimaatsverandering en stijgende olieprijzen zijn drijfveren om meer te gaan investeren in hernieuwbare schone energiebronnen. Zo engageert de Europese Unie zich om tegen 2010 meer dan 20% van haar elektriciteitsproductie te generen uit hernieuwbare energiebronnen. KBC Asset Management specialiseert zich al sinds 2000 in deze marktsegmenten en heeft aldus een lange ervaring met het thema opgebouwd. Een portefeuille in water en in alternatieve energie kan een uitstekende aanvulling zijn om de globale portefeuille te diversifiëren en een aantal accenten te leggen in het beleggingsbeleid. Beide thema's realiseerden in de afgelopen 4 jaar overigens zeer sterke beleggingsresultaten.

De kritische noo(t)(d)


Bij elke vorm van verantwoord beleggen moet telkens de volgende bedenking gemaakt worden. Pensioenfondsbeheerders worden geconfronteerd met het conflict tussen de lange termijndoelstelling van de pensioenopbouw en de korte termijnvisie voor het behalen van goede beleggingsresultaten. Hetzelfde geldt voor de periode waarop veel beheerders, voorstanders en critici hun standpunten inzake het rendement van verantwoord beleggen verdedigen. Dit strookt zelden met de lange termijnverplichtingen van de pensioenfondsen. Men kan zich verder ook afvragen of de vergelijking met traditionele beleggingen correct is. Indien een belegger ervoor kiest om op basis van ethische grondslagen zijn beleggingsuniversum te beperken, dan is niet het totale, maar het beperktere universum de benchmark voor zijn beleggingen.

Ten tweede zijn de meeste pensioenfondsen duurzamer dan vaak gedacht wordt. Een grondige vergelijking tussen duurzame indices en traditionele indices toont aan dat duurzame indices met een best-in-class benadering vaak meer dan 50% van de totale marktwaarde uitmaken van traditionele indices. Voor portefeuilles van pensioenfondsen geldt in vele gevallen dus ook dat meer dan 50% van de beleggingsportefeuille eveneens vertegenwoordigd is in de duurzame indices. Indien 50% van het cliënteel van de pensioenfondsen aanstuurt op een verantwoord beleid volgens een best-in-class methodologie, dan zou men de portefeuille kunnen trancheren volgens vereisten qua verantwoord beleggen. Verder worden thema's als hernieuwbare energie en water ook niet expliciet uitgespeeld in de beleggingsportefeuille. Heel wat bedrijven die deze thema's bespelen, worden al opgenomen omwille van hun aantrekkelijke verwachte rendement zonder uitdrukkelijke vermelding van de aandacht voor het thema. Wordt dit dan 'window dressing' genoemd wanneer men dit vermeldt als verantwoorde belegging?

Tot slot vormt de afwezigheid van een monopolie in de invulling van ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid een keuzemogelijkheid voor de belegger. Laat dus ook op het vlak van de ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid concurrentie spelen! Transparantie is hierbij een kritische voorwaarde. Zo weet de klant dat het beheer al dan niet aansluit bij de waarden en normen die voor hem gelden. Bijkomend zal de klant zijn rol als belanghebbende spelen in het sturen van zijn pensioenfondsbeheerder, net zoals de vermogensbeheerder zijn rol als aandeelhoudersactivist kan spelen tegenover de bedrijven.

KBC Asset Management is een onafhankelijke vermogensbeheerder met langdurige ervaring op het vlak van duurzaam beleggen. Reeds in 2004, ruim voordat de Belgische overheid dit in 2007 verplicht stelde, besloot KBC Asset Management om investeringen in controversiële wapens (landmijnen, clusterbommen) te weren uit al zijn beleggingsportefeuilles. Op dit ogenblik beheert KBC AM meer dan 5,5 miljard euro in duurzame beleggingsfondsen op een totaal beheerd vermogen van 170 miljard euro.


Figuur 3: Duurzaamheidsstrategieën


In samenwerking met: KBC Asset Management

CONTACT

Enrico Broersen
Business Development Manager Netherlands
T +31 10 4368 363
e-mail: Enrico.Broersen@kbc.be
www.kbcam.be

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Dutch fund hangs tough with minor gains
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008