Vragen aan de toezichthouders AFM en DNB
Gepubliceerd op: 20 December 2007
(December/Januari 2008)
Op 4 december tijdens npn's tweede jaarlijkse congres voor de pensioenwereld, de PensioenfondsTop, beantwoordden de toezichthouders DNB en AFM 'live' vragen vanuit de pensioensector. Mariska van der Westen doet verslag.
Vraag aan De Nederlandsche Bank (DNB): Er wordt veel gesproken over Europa en eventuele pan-Europese pensioenactiviteiten. Hoeveel pensioenfondsen zijn er nu werkelijk bezig hun activiteiten over de grens uit te voeren of daarvoor een vergunning aan te vragen?

| Jos Heuvelman, divisiedirecteur Toezicht Pensioenfondsen, DNB: Er zijn momenteel zes fondsen grensoverschrijdend bezig. |
Vraag aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM): Pensioenfondsen dienen duidelijk te communiceren over hun regeling en hun indexatie-ambitie. Maar veel deelnemers willen met die informatie helemaal niet lastig gevallen worden. Moeten we deelnemers deze informatie wel opdringen? Zou het niet beter zijn er gewoon voor te zorgen dat het wel goed komt met het pensioen?

| Gerald Santing, directeur AFM: Uit recent onderzoek blijkt dat 80% van de deelnemers nog altijd denkt te kunnen rekenen op een pensioen dat 70% van het laatstverdiende loon bedraagt. De realiteit is anders - zo werden er vanuit de zaal vandaag percentages genoemd eerder in de richting van 54%. |
Bij deelnemers die veel van baan zijn veranderd en binnen tien jaar met pensioen gaan, vrees ik dat we op relatief korte termijn zelfs mensen gaan zien die slechts 20 - 25% van het laatstverdiende loon ontvangen. Het is van belang de verwachtingen aan te passen voordat die realiteit zich voordoet, anders is er het risico dat er een vertrouwenscrisis ontstaat.
Als pensioen niet wordt begrepen en niet aan de verwachtingen voldoet, bestaat bovendien de kans dat deze secundaire arbeidsvoorwaarde minder gewaardeerd wordt dan een primaire arbeidsvoorwaarde. Op gegeven ogenblik wordt dan een kantelpunt bereikt waarop de werkgever ervoor kiest een primaire vergoeding aan te bieden in plaats van pensioen. Dat zou jammer zijn.
Vraag aan DNB: U geeft aan dat pensioenfondsen niet te snel de maximale rendementen moeten inboeken als we onze continuïteitsanalyse indienen. Maar als we binnen de toegestane bandbreedte blijven, zou DNB deze toegestane rendementsinschatting toch niet mogen afkeuren?
Jos Heuvelman: Volgens het uitgangspunt van principle-based toezicht is het fondsbestuur weliswaar verantwoordelijk, maar wij houden toezicht en daarmee de taak het bestuur te prikkelen met de vraag of men wel goed bezig is. Als er een bepaalde 'range' wordt afgekondigd is het niet zo dat de toezichthouder dan niets meer te zeggen heeft zolang men binnen die range blijft.
We hebben nu zo'n 25 tot 30 cijferexercities binnen, en op het punt van het inboeken van de rendementen maken we ons wel zorgen, want iedereen gaat voor het maximum. En het kan niet zo zijn dat iedereen tot de beste beleggers van Nederland behoort. Goede beleggers kiezen voor de bovengrens en dat kunnen we billijken; minder goede beleggers zouden een beetje afstand van die bovengrens moeten nemen.
Wij doen dan ook een oproep aan de sector: reken je niet rijk met te mooie rendementen, want je loopt het risico je deelnemers iets wijs te maken. En niemand zit te wachten op een 'woekerpensioen'.
Printbare versie
Related articles:
|