Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Universum in beweging

Gepubliceerd op:  20 December 2007 (December/Januari 2008)
— Michelle van der Ham, customer manager, en Niels Hagemans, Vice President, Senior Customer Manager, WM Performance Services

Elke twee maanden vindt u ze weer achterin npn: de cijfers van de WM Nederlandse Pensioenfonds Index, gebaseerd op de uitkomsten van het WM Universum. Nu Nederland de verplichtingen als benchmark neemt, wordt het tijd om het Pensioenfondsuniversum van WM Company op andere leest te schoeien. Mariska van der Westen filosofeert met de performance-meters van WM over de toekomst van het universum.

“Als pensioenfonds heb je er niets aan om te weten hoe de buurman het doet. Tegenwoordig geldt er maar één benchmark, en dat zijn je eigen verplichtingen,” vertelde een pensioendeskundige aan npn.

Ingegeven door het ALM-denken, en nog eens aangezet door het nieuw Financieel Toetsingskader, heeft zich een revolutie voltrokken in de wijze waarop in de pensioenwereld naar performance wordt gekeken. Hoe goed een fonds presteert wordt niet langer afgelezen aan de performance van de buurman, maar wordt afgemeten aan de eigen verplichtingenstructuur. Daarmee komt het nut van 'peer-group' performancevergelijkingen op de tocht te staan.


Universum op de tocht


Ook Niels Hagemans en Michelle van der Ham van WM Performance Services zagen hoe zich deze paradigmaverschuiving voltrok. Het bedrijf verzorgt al sinds het midden van de jaren tachtig performancemeting en -rapportage voor de Nederlandse pensioenwereld. Op grond van het WM Pensioenfondsuniversum worden pensioenfondsprestaties tegen elkaar afgezet, terwijl de Nederlandse Pensioenfonds Index een graadmeter biedt voor de verwachte rendementen van het universum.

“De samenstelling van het universum varieert van jaar tot jaar, afhankelijk van het aantal pensioenfondsen dat data ter beschikking stelt,” vertelt Niels Hagemans. “Gedurende de jaren negentig kende het Universum het grootste aantal deelnemers. De laatste jaren is de participatiegraad met bijna de helft teruggelopen.”

Pensioenfondsen kregen een groot aantal wijzigingen in de regelgeving te verstouwen, waarvan de invoering van het nFTK de belangrijkste was. “Fondsen hadden de handen vol met de implementatie van nieuwe strategieën en het installeren van nieuwe rapportagebenodigdheden. Er schoot daardoor weinig tijd over om de data-aanlevering voor het universum te verzorgen,” legt Hagemans uit.

Tegelijkertijd constateerde men dat de nieuwe regelgeving voor pensioenfondsen meer met zich mee bracht dan tijdgebrek en verhoogde werkdruk. Van der Ham: “We zagen het aantal participanten teruglopen en we kregen ook steeds vaker vragen over de invloed van de verplichtingenkant op de rendementen.”


Big bang: een nieuw heelal


Het WM-team bezon zich op manieren om data-aanlevering voor pensioenfondsen te vereenvoudigen, om zo de drempel voor deelname aan het universum te verlagen. En om recht te doen aan de verschuivende focus naar de verplichtingen, besloot men om het universum op de schop te zetten. “We zagen aanleiding het universum te vernieuwen, en plaats in te ruimen voor aspecten zoals de dekkingsgraad,” zegt Van der Ham. Met ingang van 2008 - als het universum over 2007 wordt samengesteld - is deelname aan het universum daarom sterk vereenvoudigd, door de data-aanlevering te baseren op de DNB-rapportages. “Men kan simpelweg dezelfde informatie aan ons toezenden,” zegt Van der Ham. “Er is dus geen extra werk meer mee gemoeid.”

Door uit te gaan van DNB-rapportages kan bovendien uitgebreider aandacht worden besteed aan aspecten die voorheen onderbelicht bleven. Het nieuwe universum bedient zich van een meer verfijnde methodiek die recht doet aan de verplichtingenkant: “We zetten meer sub-groepen op en brengen ook relaties in kaart tussen bijvoorbeeld omvang of dekkingsgraad enerzijds en rendement of assetmix anderzijds,” legt van der Ham uit.


De diepte in


Het pensioenfondsuniversum wordt in het jaarrapport van WM tevens uitgebreid met additionele analyses. “Het nieuwe universum stoelen we op de DNB-rapportages, maar daarnaast houden we ook een korte enquête op basis waarvan we een aantal specifieke analyses uitvoeren,” vertelt Van der Ham. “Denk daarbij aan kostenanalyses, mede in relatie tot omvang. En analyses die dieper in gaan op het profiel van pensioenfondsen dan wel kijken naar specifieke mandaten.”

De omslag in het benchmarkdenken wordt ook op andere manieren opgepakt. Naarmate de verschillen tussen pensioenfondsen groter worden, ontstaat er een groeiende behoefte aan maatwerkanalyses, vertelt Niels Hagemans: “Sommige klanten kunnen prima uit de voeten met de meer algemene analyse van het universum. Maar andere fondsen willen dieper gaan. Zij hebben behoefte aan meer gespecialeerde performance- en risicoanalyses op individuele basis. Die bieden we nu al aan, maar de verwachting is dat we dit in de toekomst verder zullen uitbouwen.”

De behoeftes van pensioenfondsen worden specifieker waardoor de vraag naar gespecialiseerde dienstverlening in de lift zit. “Er vindt een professionaliseringsslag plaats en die brengt een stijgende behoefte aan ondersteuning met zich mee, onder meer in de vorm van risicomanagementtools,” aldus Hagemans. “Er wordt ons bijvoorbeeld steeds vaker gevraagd om een uitgebreid risicosysteem op te zetten waarmee het fonds zelf uiteenlopende en gedetailleerde scenario's kan doorrekenen bijna tot op het niveau van de individuele aandelen.”


Meer variatie


Nog niet zo lang geleden telde de Nederlandse pensioenwereld meer dan duizend pensioenfondsen die onderling slechts weinig van elkaar verschilden. Nu beweegt de pensioensector zich echter in de tegenovergestelde richting, vertelt Hagemans. “De markt is sterk in beweging, en je ziet twee trends die zich tegelijkertijd aftekenen. Enerzijds is er een duidelijke consolidatietrend, doordat schaalvoordelen in een steeds complexere beleggingsomgeving van groter belang worden. Aan de andere kant zie je dat pensioenfondsen ten aanzien van hun structuur en beleggingsbeslissingen steeds meer uiteen gaan lopen.”

Het aantal fondsen neemt af, maar de diversiteit neemt toe.

Ook de grotere variëteit is terug te voeren op een complexere beleggingsomgeving: “Midden jaren negentig van de vorige eeuw was er in zekere zin sprake van een 'eenheidsworst'. Men bediende zich allemaal van dezelfde beleggingsinstrumenten. Maar de rendementsverwachtingen zijn sindsdien een heel stuk conservatiever geworden, waardoor institutionele beleggers gedwongen worden ook naar alternatieve categorieën te kijken,” zegt Hagemans. “Het keuzepalet is veel breder geworden. En beleggen is geen exacte wetenschap - er zijn zoveel meningen als er beleggers zijn. Er ontstaat dus een grotere verscheidenheid in de wijze waarop de portefeuille wordt ingevuld.”

Bovendien worden keuzes meer gebaseerd op een verplichtingenstructuur die verschilt van fonds tot fonds. “Er is daarom niet langer één juiste benadering die voor iedereen geldt,” vervolgt Hagemans. “Het ene fonds kiest er bijvoorbeeld voor het renterisico af te dekken met derivaten, terwijl een ander fonds dat op grond van zijn rentevisie juist niet doet. Je ziet een steeds grotere divergentie op het gebied van beleggingsstrategie.”

Dit is goed nieuws voor de performance-meters van WM. “Het is die verscheidenheid die ons werk zo boeiend maakt,” zegt Michelle van der Ham.

Haar collega Niels Hagemans vult aan: “Het nieuwe universum brengt die verscheidenheid in kaart. We gaan hier met plezier mee aan de slag, want dit levert heel interessante en relevante informatie op.”

Dat die informatie nog altijd relevant is, staat volgens hem buiten kijf. "Aangezien fondsen uiteindelijk aan hun verplichtingen dienen te voldoen zijn deze weliswaar een relevante benchmark, maar welke paden worden bewandeld om dit doel te bereiken is minstens zo belangrijk. Hierbij valt te denken aan kosten, hoogte van de vereiste premies en beleggingsrisico. Uit het gezichtspunt van 'good governance' valt het te betwijfelen of het verstandig is om deze paden te bewandelen met oogkleppen op. Als pensioenfonds heb je er dus wel degelijk wat aan om te weten wat de buurman doet."



Een beetje alternatief


Op het gebied van alternatieve beleggingen kijken veel pensioenfondsen nog de kat uit de boom, vertelt Hagemans: “Wij constateren al enkele jaren dat de belangstelling voor alternatives nog slechts mondjesmaat wordt vertaald in daadwerkelijke allocatie. Slechts een kwart van de pensioenfondsen in het universum van 2006 investeert op enigerlei wijze in alternatieve categorieën. Dat is weinig in verhouding tot het grote aantal drukbezochte seminars over dit onderwerp.”

Over het algemeen zijn het de grotere pensioenfondsen die een teen in het alternatieve water steken. Maar ook bij de grotere spelers gaat het veelal om niet meer dan die éne teen:

“Pensioenfondsen in het universum die wel in alternatieve klassen zitten, doen dit slechts op zeer bescheiden schaal. Het gewicht van alternatives in de portefeuille is minder dan twee procent, dus dat is eigenlijk marginaal.”

Hagemans denkt dat die allocatie nog wel wat omhoog kan. “Uit onderzoek is gebleken dat de exposure aan alternatives toch wel tenminste vijf procent moet bedragen wil hiervan enige impact op de portefeuille uitgaan.” Hij is dan ook benieuwd of het nieuwe universum een toename in de alternatieve klassen laat zien.

De terughoudendheid van met name de kleinere fondsen zal ten dele te maken hebben met de hoge instapdrempel, de relatief hoge kosten van deze categorieën, en de benodigde deskundigheid. Het ligt voor de hand dat deze barrières mettertijd worden geslecht door de trends in de richting van schaalvergroting en professionalisering. “Uit de cijfers over 2007 zal moeten blijken of er op dit punt al significante ontwikkelingen te zien zijn,” aldus Hagemans.



WM Company in het kort


WM Company is van oorsprong een Brits bedrijf dat vanuit Schotland performancemeting en -rapportage verzorgde in het Verenigd Koninkrijk, waar pensioenfondsen zich meer verlieten op peer group vergelijkingen dan strategische benchmarks. In het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw breidde men de activiteiten uit naar Nederland. Het bedrijf is in 2003 overgenomen door State Street en maakt sedert dit najaar deel uit van de mondiale business unit State Street Investment Analytics.

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Dutch fund hangs tough with minor gains
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008