Hebben kleinere pensioenfondsen nog bestaansrecht?
Gepubliceerd op: 08 Februari 2008
Kleinere pensioenfondsen staan voor grote uitdagingen. Om deze het hoofd te bieden en om te buigen tot kansen, kan samenwerking uitkomst bieden. Een bijdrage van Kees-Pieter Dekker, advocaat pensioenrecht bij Clifford Chance.
De pensioenregelgeving, ook de Europese, eist steeds meer van pensioenfondsen; denk aan het FTK en de eisen voor goed pensioenfondsbestuur. Met name de kleinere pensioenfondsen zullen meer en meer moeite hebben om aan deze zwaardere eisen te voldoen. En de vraag die dan - als vanzelfsprekend - wordt gesteld is of de kleinere pensioenfondsen nog bestaansrecht hebben. Of zijn er nog uitdagingen voor de kleinere pensioenfondsen te vinden? De toekomst voor de kleinere pensioenfondsen is wellicht minder somber dan hij lijkt en daarbij is samenwerking het sleutelwoord.
Europa biedt misschien wel de grootste uitdaging voor de kleinere pensioenfondsen. De Europese pensioenfondsenrichtlijn biedt Nederlandse pensioenfondsen de mogelijkheid om grensoverschrijdend te gaan werken en - bijvoorbeeld - een Tsjechische pensioenregeling uit te gaan voeren.
Vooralsnog worden de grensoverschrijdende activiteiten van de Nederlandse pensioenfondsen gehinderd door de strenge Nederlandse pensioenwetgeving, maar daar kan verandering in komen als de plannen van het Ministerie van Sociale Zaken voor de invoering van de Algemene Pensioen Instelling, of wel de 'API', werkelijkheid worden. De API kan door de kleinere pensioenfondsen worden aangegrepen om hun krachten te bundelen en grensoverschrijdend te gaan werken, dit alles onder het motto van 'samen sterk'.
De API is gebaseerd op de Europese pensioenfondsenrichtlijn en geldt als het Nederlandse antwoord op de ontwikkelingen in de ons omringende lidstaten. Zoals de plannen nu bekend zijn, verschilt de API op enkele belangrijke punten van een regulier pensioenfonds. En door deze verschillen zou het makkelijker moeten zijn om grensoverschrijdende activiteiten te ontplooien.
Een groot knelpunt van de Nederlandse pensioenwetgeving is het verbod op 'ringfencing'. Dit houdt in dat als een pensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert, deze pensioenregelingen financieel één geheel vormen. Het is niet toegestaan om de gelden voor de verschillende regelingen in compartimenten te verdelen. Door dit verbod kan een slecht renderend pensioenfonds dus niet fuseren met een goed renderend pensioenfonds. Het goede pensioenfonds vermogen zal dan verwateren door het slechte pensioenvermogen.
Voor een API geldt het verbod op ringfencing niet, zodat het aantrekkelijker is om daadwerkelijk meerdere pensioenregelingen uit te voeren. Door de compartimentering van de verschillende pensioenvermogens, wordt voorkomen dat een goed renderend pensioenvermogen verwatert door een slecht renderend pensioenvermogen.
De andere verschillen tussen de API en reguliere pensioenfondsen zien op de bestuurssamenstelling, de medezeggenschap en het financieel toezicht. Zo zal een API niet verplicht zijn om een paritair samengesteld bestuur te hebben, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, noch zullen de verplichtingen inzake de deelnemersraad op de API van toepassing zijn. Om de deelnemers in de pensioenregeling toch enige mate van medezeggenschap te geven, wordt voorgesteld om dit te regelen via de ondernemingsraad, zoals dat nu al het geval is bij verzekerde pensioenregelingen. Wellicht belangrijker is dat het FTK niet zal gelden voor de API. Dit zal dan in ieder geval tot gevolg hebben dat de eisen voor het vereist minimum eigen vermogen niet zullen gelden. Of er een apart financieel toezichtregime zal worden uitgedacht valt nog te bezien. Omdat de API meer weg heeft van een commerciële pensioenverzekeraar zal het niet ondenkbaar zijn als het toezichtregime voor verzekeraars van toepassing wordt verklaard. Wat dat betreft zullen we de plannen moeten afwachten.
Hoewel de plannen voor de API er veelbelovend uitzien moet er nog wel duidelijkheid komen over de fiscale status van de API en dan met name voor de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting.
Hoewel de API niet het exclusieve domein is van de kleinere pensioenfondsen, ook de middelgrote en grote pensioenfondsen kunnen gebruik maken van de API, biedt de regeling van de API de kleinere pensioenfondsen wel genoeg uitdagingen om tegenwicht te bieden aan de middelgrote en grote pensioenfondsen. Maar daarbij is het van belang dat de kleinere pensioenfondsen gezamenlijk optrekken en samen de uitdaging aangaan, want alleen door samenwerking tussen de kleinere pensioenfondsen zullen zij in staat zijn om een tegenwicht te bieden aan de middelgrote en grote pensioenfondsen. De toekomst zal moeten uitwijzen of samen ook sterk betekent.
Kees-Pieter Dekker, advocaat pensioenrecht,
Clifford Chance LLP, Amsterdam.
Printbare versie
Related articles:
|