Kiezen voor kwaliteit
Gepubliceerd op: 08 Februari 2008
|
|
Frans Prins, directeur OPF
|
In de discussie rond het bestaansrecht van kleinere pensioenfondsen komen ondernemingsfondsen er bekaaid van af. Er wordt ten onrechte gesuggereerd dat ondernemingspensioenfondsen hun beste tijd gehad hebben, vindt hun koepelorganisatie. Mariska van der Westen in gesprek met Frans Prins, directeur van OPF: “Kwaliteit mag wat kosten.”
“In de uitlatingen van diverse - vaak grote - pensioenpartijen, maar soms ook van De Nederlandsche Bank, wordt steeds opnieuw de indruk gewekt dat kleinere fondsen, en dan met name ondernemingspensioenfondsen, geen bestaansrecht meer hebben. Die beeldvorming is ten enen male onterecht,” zegt Frans Prins, directeur van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen, OPF.
De koepelorganisatie voor ondernemingsfondsen heeft er tabak van dat haar aangeslotenen worden afgeschilderd als dure, inefficiënte of ondeskundig bestuurde relikwieën die hun beste tijd gehad hebben.
Zowel tijdens pensioenseminars als in de media wordt regelmatig gewag gemaakt van de consolidatietrend in de pensioenpolder. De problemen en nadelen van kleinere pensioenfondsen worden op deze platforms breed uitgemeten, en er wordt gespeculeerd op een toekomstig pensioenlandschap gedomineerd door niet meer dan 50 tot 150 grote pensioenfondsen. Over het algemeen zijn het juist de ondernemingsfondsen die zowel qua deelnemersaantal als qua belegd vermogen tot de kleinere pensioenuitvoerders behoren. “Daarmee wordt de indruk gewekt dat het ondernemingspensioenfonds als pensioenuitvoerder op zijn retour is. Niets is echter minder waar,” vindt Prins.
Het is ontegenzeggelijk een feit dat het aantal ondernemingspensioenfondsen al jaren gestaag terugloopt. Tussen 1998 en 2007 is één op de drie ondernemingspensioenfondsen opgeheven. Maar men moet wel bedenken dat het hier hoofdzakelijk om zeer kleine pensioenfondsen gaat, stelt Prins. Uit gegevens van DNB blijkt dat het in meer dan tachtig procent van de opgeheven fondsen ging om fondsen met een voorziening pensioenverplichtingen (VPV) van minder dan een miljoen euro. In ruim negentig procent van de gevallen betrof het een ondernemingspensioenfonds met een VPV van minder dan vijftig miljoen euro.
Eenmansfondsjes, dus.
“Daar komt bij dat het aantal actieve deelnemers over diezelfde periode juist is toegenomen,” zegt Prins. “Bovendien is het belegd vermogen van ondernemingspensioenfondsen in die tijd verdubbeld.”
Kosten en baten
Prins' boodschap is duidelijk: Ondernemingspensioenfondsen zijn nog lang niet uitgerangeerd. Zijn bureau in de Haagse Malietoren ligt opgetast met documenten en rapporten. Hij neemt een boekwerkje van een stapel en schuift het me toe: 'Kosten en baten van ondernemingspensioenfondsen'. “Onlangs heeft PricewaterhouseCoopers in opdracht van OPF een onderzoek uitgevoerd naar de voor-en nadelen van ondernemingspensioenfondsen,” zegt hij. “Daarin wordt een aantal veel geciteerde bezwaren tegen ondernemingspensioenfondsen genuanceerd of zelfs ontzenuwd.”
Eén van die vermeende bezwaren geldt het prijskaartje van ondernemingsfondsen. “In de huidige discussie wordt keer op keer verwezen naar het feit dat ondernemingspensioenfondsen per deelnemer hogere uitvoeringskosten hebben dan bedrijfstakfondsen. Dat klopt: door hun grotere omvang kunnen grotere ondernemings- en bedrijfstakfondsen aanzienlijke schaalvoordelen realiseren, waardoor ze hun uitvoeringskosten kunnen drukken,” zegt Prins. “De vraag is echter in hoeverre de hogere kosten van kleinere ondernemingsfondsen daadwerkelijk een bezwaar vormen.”
Ten eerste wordt een deel van het kostenverschil verklaard vanuit het feit dat ondernemingspensioenfondsen meer flexibiliteit en maatwerk leveren. “Dat is wel duurder, maar levert ook toegevoegde waarde,” aldus Prins. Ten tweede tillen de stakeholders van ondernemingsfondsen minder zwaar aan kosten dan aan andere, kwalitatieve zaken. “De toegevoegde waarde is voor de belanghebbenden vaak van groter belang dan de hogere uitvoeringskosten.”
In het PWC-onderzoek is overigens alleen rekening gehouden met uitvoeringskosten exclusief kosten voor het vermogensbeheer. Prins weet niet hoe groot de kostenverschillen tussen bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen zijn als met vermogensbeheerkosten wordt rekening gehouden. Volgens De Nederlandsche Bank dalen kosten voor vermogensbeheer “spectaculair” naarmate men een groter vermogen te beheren heeft.
Kwaliteit mag wat kosten
De Nederlandsche Bank onderkent dat kleinere fondsen een meerwaarde kunnen bieden. Zo zei Klaas Knot, divisiedirecteur Toezichtbeleid het afgelopen najaar in npn: “Ook klein kan een waarde hebben, bijvoorbeeld door meer ruimte voor maatwerk en persoonlijk contact met de deelnemers.” Hij voegde hieraan wel toe: “Het gaat er om dat een pensioenfonds betaalbaar blijft voor alle belanghebbenden ten opzichte van de alternatieven.”
Uit het PWC-onderzoek komt naar voren dat de kosten door de belanghebbenden - inclusief de werkgevers, werknemers, en gepensioneerden - van ondergeschikt belang wordt geacht. “Deze respondenten werd gevraagd aan te geven welke van 29 aspecten zij het belangrijkste vinden. Kosten staan pas op de twaalfde plaats,” zegt Prins.
Kwalitatieve aspecten zoals betrokkenheid, vertrouwen, en beschikbaarheid van mensen worden van groter belang geacht dan kosten. “Het is bovendien niet zo dat de hogere kosten worden verhaald op de deelnemers. Integendeel: het is de werkgever die het leeuwendeel van deze meerkosten voor zijn rekening neemt,” zegt Prins. “De onderneming heeft dat er graag voor over.”
Kwaliteit mag wat kosten.
“Er wordt door de aangeslotenen van OPF veel waarde gehecht aan maatwerk en een eigen pensioenregeling. Dat moet je niet onderschatten - daar heeft men vaak heel wat voor over,” zegt Prins. “Zo komt het met enige regelmaat voor dat men een verzekerde regeling heeft en dan na verloop van tijd toch besluit dat men liever met een eigen pensioenfonds verder wil. De service en de rendementen bij de verzekeraar vallen nog wel eens tegen, en men raakt een stuk 'eigenheid' kwijt - dan doet men het toch liever zelf. Een verzekerde regeling opzeggen is geen sinecure. Zo'n stap is bepaald niet eenvoudig en vaak kostbaar bovendien. Maar toch heeft men dat er dan voor over.”
Eigenheimers
Ondanks de duidelijke behoefte aan 'eigenheid' zijn ondernemingspensioenfondsen zich natuurlijk uitstekend bewust van de voordelen van schaalgrootte. “We zien onder onze aangeslotenen dan ook veel belangstelling voor samenwerking,” zegt Prins.
Dat kan wel zo zijn, maar tot nog toe lijkt er van daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingspensioenfondsen bitter weinig terecht te komen. Waarom wordt er niet op veel grotere schaal gezamenlijk ingekocht en gezamenlijk gebruik gemaakt van mensen en middelen?
Volgens Prins is het juist de karakteristieke eigenheid die pensioenfondsen hier parten speelt. Elk ondernemingspensioenfonds is anders, en elk fonds is gehecht aan de eigen identiteit. “Er komt een stukje gevoel bij kijken: Men moet wel over een drempel heen.” Toch constateert hij dat de behoefte aan en bereidheid tot samenwerking toeneemt. “Zo hebben we nadrukkelijk opdracht gekregen vanuit onze achterban om het dossier van de Algemene Pensioen Instelling (API) nauwlettend te volgen en te beïnvloeden. Een API kan een goed alternatief bieden aan ondernemingspensioenfondsen die intensiever willen samenwerken. En ook wordt er momenteel hard nagedacht over de oprichting van gemeenschappelijke bestuursbureau's.”
Hier en daar worden wel concrete samenwerkingsinitiatieven ontplooid. Prins wijst op Pensioengroep Zuidhoorn, het meer recente Pensioencoöperatieproject van Compendeon, en het door pensioenfonds VolkerWessels geïnitieerde beleggingsplatform 'voor en door' pensioenfondsen, First Liability Matching (zie pagina 16 - 17). Drie concrete samenwerkingsverbanden - het is geen indrukwekkend aantal. “Er zijn inderdaad nog weinig formele initiatieven,” beaamt Prins. “Maar je moet niet vergeten dat er in de pensioenkringen wel heel veel wordt uitgewisseld.” Bij OPF aangesloten fondsen zijn georganiseerd in een aantal van deze 'pensioenkringen' waarin verschillende pensioenfondsen op informele basis ervaringen en kennis uitwisselen.
Bovenop de API
Het wordt ondernemingspensioenfondsen die willen samenwerken bovendien momenteel niet gemakkelijk gemaakt. Fondsen die op zoek zijn naar mogelijkheden om hun krachten te bundelen, lopen tegen een aantal wettelijke beperkingen aan, zoals het groepscriterium - dat ondernemingen verbiedt om een gezamenlijk pensioenfonds op te zetten zonder dat zij in een concern verbonden zijn - en het verbod op 'ringfencing'. OPF ijvert al langere tijd voor aanpassing van die regels.
Daarbij kreeg men onlangs steun uit onverwachte hoek. Grote, semi-commerciële pensioenpartijen, bezorgd over het tweederangs vestigingsklimaat en de concurrentie van andere pensioenlanden, dringen met klem aan op een nieuwe pensioeninstelling die de bewegingsvrijheid biedt om ook internationaal een rol te spelen. De beoogde Algemene Pensioen Instelling (API) biedt ook perspectief voor ondernemingspensioenfondsen: zo zou de instelling ringfencing mogelijk moeten maken.
“De belangstelling voor de API onder onze aangeslotenen is zeker aanwezig. Wij zitten hier als OPF dan ook bovenop,” zegt Prins. “Er wordt wel eens geopperd dat sociale partners niets voor een API zullen voelen, omdat ze in juridische zin met zo'n constructie niet langer eigenaar zijn van het vermogen. De directe beschikking over het pensioenvermogen zowel als de aansprakelijkheid vallen toe aan de API. Dat betekent echter niet dat je als bestuur je zeggenschap kwijtraakt, zoals wel wordt gedacht. Alleen komt die zeggenschap nu tot uiting in het contract dat je met de API sluit. Dat betekent een behoorlijke lastenverlichting. Dat zou voor ondernemingspensioenfondsen dus wel degelijk een interessante mogelijkheid kunnen zijn.” Willen sociale partners liever het eigenaarschap behouden, dan zouden zij bovendien zelf een API kunnen oprichten.
Hij voegt toe: “Hoewel het dossier nog haken en ogen kent, is het zaak dat de minister haast maakt om dit rond te krijgen. De vaart moet er wel in blijven en daar spant OPF zich ook voor in.”
Printbare versie
Related articles:
|