Turkse groeibriljant
Gepubliceerd op: 08 Februari 2008
Door het politieke gekrakeel over toetreding tot de Europese Unie wordt het nog wel eens over het hoofd gezien, maar de Turkse aandelenbeurs behoorde vorig jaar tot de best presterende opkomende aandelenmarkten in de wereld. Geen wonder dat nogal wat analisten Turkije begin dit jaar tipten tot outperformer. Kan Turkije ook in de internationale kredietcrisis haar imago van 'boom and bust' economie definitief achter zich laten? Maaike Veen doet verslag.
Wie de Turkse hoofdstad Istanboel binnenrijdt vanaf vliegveld Sabina Gökcen is direct getuige van de economische voorspoed die het land snel doet veranderen. Niet alleen eeuwenoude minaretten, maar ook glimmende wolkenkrabbers behoren tot de skyline. Internationale bedrijven kiezen Istanboel voor de vestiging van hun regionale hoofdkantoor. Westerse winkelketens als Zara en Marks en Spencer en restaurant Wagamama komen in hoog tempo voorbij. Veel Nederlanders mogen zich zorgen maken over toetreding van Turkije tot de Europese Unie, maar buitenlandse ondernemingen investeren massaal in de Turkse groeibriljant. Ook Nederlandse ondernemingen. Zo vallen de bankfilialen van Fortis op. De Belgisch-Nederlandse bank nam in 2005 Disbank over, de zevende particuliere bank. ING kocht vorig jaar Oyak bank.
Bedroegen buitenlandse investeringen in 2004 nog een magere 1 miljard dollar, in 2006 stond de teller op maar liefst 20 miljard. Buitenlandse bedrijven hebben dan ook een behoorlijk aandeel in het economische succes van Turkije, dat sinds de laatste financiële crisis in 2001 een ongekende economische groei doormaakt onder leiding van de nieuwe Conservatieve en pro-Europese AK-partij van premier Erdogan. Met zijn verkiezing in 2002 kwam er een einde aan jaren van problematische coalitieregeringen. Sinds 1960 heeft het leger vier keer een coup gepleegd.
Deze nieuwe politieke stabiliteit maakten broodnodige politieke, economische en juridische hervormingen mogelijk die definitief een einde lijken te hebben gemaakt aan de wisselvalligheid van de Turkse economie en het buitengewoon onverantwoorde fiscale en monetaire regeringsbeleid dat resulteerde in aanhoudende hyperinflatie.
Europese stok achter de deur
De wens van de regering om lid te worden van de Europese Unie (EU) is volgens veel analisten de stok achter de deur om het land op het pad van de hervormingen te houden. Sinds 1995 vormt Turkije een douaneunie met Europa, waardoor er vrije handel van goederen met Europa is. Tien jaar later begonnen de officiële onderhandelingen voor toetreding, hoewel de besprekingen op een aantal punten al vrij snel werden opgeschort totdat Turkije zijn havens en vliegvelden opent voor Cyprus.
“Toetreding tot de EU is een hele lange weg. Dat duurt nog wel twintig jaar,” zegt Henri Stipp, Emerging Market Debt Fund Manager bij vermogensbeheerder Threadneedle. “Het belangrijkste is dat Turkije geëngageerd blijft in de besprekingen en voortgaat met de hervormingen.” Volgens de meeste waarnemers, die Turkije in een hoog tempo hebben zien veranderen, is het EU-lidmaatschap niet zozeer van belang, maar wel de structurele hervormingen, van markthervormingen tot verbeteringen van de mensenrechten. De regering heeft zijn schuldenlast fors teruggedrongen.
In opkomende markten gaan veranderingen erg langzaam. De hervormingen die Turkije heeft doorgevoerd, duren normaal gesproken twintig jaar. De wens om bij Europa te horen heeft dit proces enorm versneld, zegt Stipp. “Het land is van een zeer volatiele economie naar een 'middle volatility' opgeschoven.”
“Eigenlijk kun je de Turkse economie verdelen in de periode voor en na 2001,” zegt ABN Amro econoom Serdar Küçükakin. Toen stortte de economie in omdat de overheid simpelweg geld bleef drukken. De Turkse Lira kelderde met veertig procent, inflatie explodeerde tot zeventig procent en de economie kromp met tien procent. Onder zware druk van het Internationale Monetaire Fonds, dat het land 15 miljard dollar leende, introduceerde de regering verreikende structurele hervormingen, zoals het privatiseren van veel staatsondernemeningen, het onafhankelijk maken van de Centrale Bank, het introduceren van een concurrentiewaakhond, en juridische hervormingen zoals het afschaffen van de doodstraf.
Deze maatregelen legden de basis voor de huidige groeispurt. De economie groeide de afgelopen jaren met gemiddeld zeven procent. In de jaren negentig was dat een magere drie procent. Inflatie daalde van bijna dertig procent in 2002 tot rond 8,7 procent vorig jaar. De regeringsdoelstelling is vier procent. De rente is geslonken van 44 procent in 2002 tot de huidige 15,75 procent. “Met een inflatie van beneden de tien procent durven bedrijven vooruit te kijken,” zegt Küçükakin. “Die maken nu drie- tot vijfjarenplannen en dat is goed voor de investeringen.”
Zo wordt er flink geïnvesteerd in infrastructuur - wegen en hogesnelheidstrein -, in grote ziekenhuizen en in de financiële sector. Maar er wordt over de hele breedte geïnvesteerd. In 2002 was het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking tweeduizend dollar; nu bedraagt dat bijna tienduizend dollar. Meer en meer Turken kunnen een huis kopen, een auto aanschaffen, of op vakantie gaan. En voor deze nieuwe welvaart beloonden de kiezers de AK-Partij in juli vorig jaar met een tweede regeringstermijn met een grotere parlementaire meerderheid.
Achilleshiel
Door de EU-besprekingen zal Turkije's economie en politieke bestel verder naar Europa convergeren, zo is de verwachting. En dat is goed voor de groei. Als de rente verder daalt, dan trekken investeringen nog verder aan. Het bedrijfsleven, waar nog steeds een klein aantal families voor een groot deel de dienst uitmaken, zal transparanter moeten worden.
“Maar,” zo waarschuwt de ABN Amro-econoom, “de economie is aan het afkoelen.” Economen schatten dat de economische groei de komende jaren lager zal uitkomen. ABN Amro schat de groei voor 2008 in op vijf procent en Merrill Lynch op zes procent. In 2009 ziet ABN Amro de groei op zes procent uitkomen en de Amerikaanse bank op 6,4 procent. Voor beleggers vormt Turkije's macro-economie het grootste risico.
Belangrijkste Achilleshiel voor Turkije is het grote tekort op de lopende rekening, dat ook nog eens met relatief veel kortlopend buitenlands geld is gefinancierd. Het tekort op de lopende rekening was naar schatting 7,1 procent van het bruto nationaal product en stijgt volgens ABN Amro naar acht procent dit jaar. Een derde van het handelstekort wordt veroorzaakt door de hoge olieprijs, schat Küçükakin. Turkije heeft weinig grondstoffen en is voor haar productie erg afhankelijk van de import van deze ruwe materialen en halffabrikaten.
Turkije is door het grote tekort op de handelsbalans erg kwetsbaar in de huidige financiële crisis, zegt Maarten-Jan Bakkum, strategist voor emerging markets bij ABN Amro Asset Management. “Het land heeft veel kapitaal nodig om dat tekort te financieren. Als er door de internationale financiële crisis zorgen ontstaan over geldstromen, dan heeft Turkije daar veel van te leiden.” Dat bleek ook wel toen op 22 januari de internationale beurzen zwaar onderuit gingen. De benchmarkindex voor de beurs van Istanboel donderde met 6,4 procent naar beneden en was daarmee één van de grootste verliezers onder de internationale aandelenmarkten. Ook de opkomende markten zijn niet langer immuun voor de kredietcrisis.
Risicomarkt moet zich bewijzen
“In een teruggang van de wereldeconomie heeft elk land te lijden,” zegt Tripp, “maar Turkije, Roemenië en Bulgarije zijn meestal de eersten die worden geraakt, vanwege hun grote tekort op de lopende rekening. Als liquiditeit in de financiële markten een probleem wordt, dan moet Turkije een hogere premie gaan betalen. Het wordt dan moeilijker om hun tekort te financieren.” Turkije is evenwel eerder ongeschonden uit zware marktonzekerheid gekomen. In 2006 toen er algehele ongerustheid ontstond over de opkomende markten trokken beleggers 10 miljard dollar terug, maar dit leidde niet tot het in elkaar storten van de markt of de valuta.
Ook de oplopende spanningen aan de grens met Noord-Irak en aanvallen van het Turkse leger op Turkse Koerdische rebellen die zich daar schuil houden, leidden eind vorig jaar ondanks krachtige uitspraken van het leger niet tot escalatie van het conflict. De financiële markten behielden hun vertrouwen, gerustgesteld door de perceptie dat Turkije de spanningen niet wil laten escaleren, druk in gesprek is met alle partijen en het bondgenootschap met Amerika niet op het spel wil zetten door zijn hand te overspelen. “Buitenlandse investeerders geloven niet dat politieke gebeurtenissen de fundamenten van de markt zullen ondermijnen,” zei Emre Tezmen, directeur van Tera Stock Brokers, eind vorig jaar tegenover Dow Jones Newswires.
Pensioenfondsen hebben het beleggen in opkomende markten, gemiddeld zo´n tien procent van het beheerd vermorgen, vrijwel allemaal uitbesteed. Bij ABN Amro maakt Turkije slechts twee procent van de belegde portefeuille van het Global Emerging Markets Fund uit. “Ik zie op dit moment meer mogelijkheden in andere markten, zoals India, Zuid-Afrika, China, en Israël,” zegt Bakkum. Volgens hem heeft Turkije goede langetermijnvooruitzichten, maar is het nog steeds een ´echte risicomarkt´. “In goede tijden gaat het heel goed, in slechte tijden heel slecht. Het is daarom nu geen vanzelfsprekende keuze.”
Kredietbeoordelaars zoals Standard and Poor´s en Fitch zijn ook voorzichtig. Turkije heeft nog steeds een ´speculative grade´. Er waren verwachtingen dat het land in de eerste helft van dit jaar een betere rating zou krijgen, maar de kredietbeoordelaars zijn terughoudend. De komende tijd is een test voor Turkije. Het moet laten zien dat het geplande hervormingen van de sociale zekerheid snel doorzet en dat het vasthoudt aan een verantwoord fiscaal beleid, ook als het economisch tegen gaat zitten.

|