SPF Beheer blijft zelf beleggingen beheren
Gepubliceerd op: 20 April 2008
(April/Mei 2008)
|
|
Albert Akkerman, CEO van SPF Beheer
|
Turbulente tijden zijn het voor de pensioenwereld. De beurzen zijn in mineur waardoor dekkingsgraden dalen. Er is discussie over beleggen in eigen beheer dan wel kiezen voor indexfondsen omdat het toch onmogelijk is de markt op lange termijn te verslaan. De roep om verdere versobering van pensioenregelingen groeit omdat het allemaal te duur dreigt te worden. Tom Gordijn spreekt met Albert Akkerman, CEO van SPF Beheer, die ondanks alles de kalmte bewaart.
Verzet tegen versobering
Aan het eind van het gesprek grijpt Albert Akkerman zijn kans. “Nederland moet oppassen dat het zijn fantastische pensioenvoorzieningen niet afbreekt. Dat zou zeer te betreuren zijn.”
De laatste vraag luidde of er een onderwerp was blijven liggen. Ja dus. Een collectieve voorziening tot bijvoorbeeld 30.000 euro en daarboven een DC-systeem vinden in zijn ogen geen genade en daarom verzet hij zich tegen voorstellen ter versobering van de aanvullende pensioenen. “Ik reis wel eens door de VS en dan zie je in winkels of restaurants oude mensen die nog steeds moeten werken. Uit noodzaak omdat ze anders niet kunnen leven. Die ouderen zouden van hun rust moeten kunnen genieten. Zo’n situatie moeten wij hier niet willen.”
Akkerman stelt dat een goed pensioenstelsel dat zorgt voor koopkracht bij de ouderen bijdraagt aan een stuk beschaving, nog los van de economische betekenis die het voor een land kan hebben. De toenemende veroudering van de bevolking kan volgens hem ook geen argument zijn. “Pensioenen in Nederland zijn gebaseerd op twee pijlers: het omslagstelsel van de AOW en het systeem van aanvullende pensioenen op basis van kapitaaldekking. Als het omslagstelsel als eerste pijler niet houdbaar is dan zal daaraan iets moeten gebeuren. Maar dan is het juist zaak die kapitaalgedekte tweede pijler intact te houden en niet ook nog eens te versoberen.”
SPF Beheer is de uitvoeringsorganisatie van een van de oudste pensioenfondsen in Nederland, het Spoorwegpensioenfonds en de Stichting Pensioenfonds Openbaar Vervoer, dat zich in het jaar 2000 aansloot. Met een beheerd vermogen van circa € 15 miljard en een pensioenadministratie van 100.000 mensen van 90 aangesloten werkgevers is SPF Beheer een van de grotere uitvoerders op het gebied van collectieve pensioenen. Hoewel het Spoorwegpensioenfonds een rijke traditie heeft, die teruggaat tot ergens rond het jaar 1845, huist Akkerman met zijn organisatie van 180 man in een modern kantoorpand in hartje Utrecht op een steenworp van Utrecht Centraal Station.
Zelf beleggen
SPF Beheer was met de beleggingen traditioneel op Nederland gericht. Van oudsher deed het dat met eigen mensen en ook nu nog zegt Akkerman te behoren tot het soort dat zelf belegt. Globaal genomen doet SPF Beheer 70 procent van de beleggingen zelf. De overige 30 procent wordt beheerd door meer dan 20 externe managers. Daarmee kiest SPF bewust een andere route dan PGGM onlangs aankondigde.“
Wij geloven dat een pensioenfonds in staat moet zijn het gemiddelde van de markt te verslaan”, zegt Akkerman. “Wij hebben er de schaalgrootte en de expertise voor.” Het doorslaggevende is volgens hem dat een professionele organisatie beter in staat is de overal op hetzelfde tijdstip beschikbaar komende belegginsinformatie te verwerken. “Niet iedereen heeft het apparaat dat daarvoor nodig is. Wij hebben een dealing room met professionals die niets anders doen. Samen kunnen zij meer informatie aan en zijn zij veel beter in staat alle gegevens te interpreteren Die mensen doen niets anders.”
Akkerman draagt nog een argument aan. “Ik vind het heel belangrijk dat wanneer je advies uitbrengt aan je klanten je zelf ook met je voeten in de modder moet staan. Daarmee wint je advies aan kracht. En dan is er de kostenstructuur. Die is per definitie lager dan wat je betaalt voor externe managers.”
Voor wie nog mocht twijfelen haalt hij er het jaarverslag 2007 van SPF Beheer bij dat medio april verschijnt. Over de jaren 2003 – 2007 bedroeg het cumulatief rendement van het fonds 61,9% tegenover de benchmark van 57,3%. Het gemiddelde rendement in dezelfde periode kwam uit op 10,1% tegen een benchmark van 9,5%. De dekkingsgraad kwam ultimo 2007 uit op189.“
Ik zie dan ook geen reden voor het bestuur van SPF om nu niet te indexeren. Bij het Spoorwegpensioenfonds is sprake van voorwaardelijke indexering. Bepalend voor indexatie is de financiële situatie van het fonds. De dekkingsgraad is in de eerste maanden van 2008 wel omlaag gegaan maar ligt nog altijd boven de 170.”
Eigen vestiging in Azië
Akkerman zegt niet zenuwachtig te worden van de beurs. Hij gebruikt liever de term ‘zorgelijk’ voor de ontwikkelingen. “Maar tevens is het nu het moment om na te denken of je niet een grotere exposure in aandelen wilt hebben want ze zijn wel aantrekkelijk geprijsd. Dat moet je overigens niet te veel timen. Onze beleggingskoers op lange termijn ligt vast waarbij ruimte is om op de korte termijn kleine aanpassingen door te voeren.”
Alleen wanneer markten moeilijker toegankelijk zijn kiest SPF Beheer ervoor de beleggingen in die regio door externe managers te laten doen. Als voorbeeld noemt Akkerman Japan, een niet gemakkelijk te doorgronden markt. Bijkomend nadeel: het tijdsverschil dat het lastig maakt er echt bovenop te zitten. Als een bepaalde regio kansrijk wordt neemt het Spoorwegpensioenfonds de zaak toch liever in eigen hand. Akkerman: “De ontwikkelingen in Azië zijn veelbelovend en bieden een goed perspectief. Daarom overwegen wij een deel van onze beleggingen daar in eigen beheer terug te halen. Voorwaarde is een eigen vestiging ter plekke van waaruit je belegt. Daar kijken wij nu naar.”
De dekkingsgraad van het Openbaar Vervoerfonds is met 153 lager dan die van het Spoorwegpensioenfonds. Door de afwijkende opbouw van de deelnemers is ook de aard van de beleggingen anders met een grotere nadruk op vastrentende waarden. De gemiddelde leeftijd is relatief hoog. Het personeel blijft langer dan gemiddeld bij dezelfde werkgever. De grotere afhankelijkheid van de rentestand vergt ook een eigen beleid op het gebied van risicoafdekking en matching met de toekomstige verplichtingen.
“Het Pensioenfonds Openbaar Vervoer loopt op het punt van risicomanagement en de risicobeheersing voorop. Recent is het risicomanagement besproken met DNB. Per saldo wordt het restrisico als laag ingeschat”, zegt Akkerman.
SAS 70
Met trots vermeldt de website van SPF Beheer dat het een SAS 70 type II verklaringen heeft en noemt het “dé bezegeling van onze goede inrichting en beheersing van de processen in een internationaal erkende richtlijn voor accountants.”
De ruime dekkingsgraad van de fondsen leidt tot de vraag of er geen druk is vanuit de sponsors om een deel van de overwaarde terug te storten. Akkerman kent deze discussie bij ondernemingspensioenfondsen van nabij. Hij is verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van het pensioenfonds van de KLM. Ondernemingspensioen fondsen zijn door terugbetalingen negatief in het nieuws gekomen. Volgens hem overigens veelal ten onrechte. Er is gewoon uitvoering gegeven aan een gesloten overeenkomst rond overschotten en tekorten.
Mede door de overname van Aegon van Optas verzekeringen (voorheen het Pensioenfonds voor Vervoer en Havenbedrijven) speelt de problematiek wie eigenaar van het opgebouwde pensioenvermogen is. De sponsor of de deelnemers. Bij Unilever werden eind jaren negentig ook afspraken gemaakt over omvangrijke terugstortingen. De koepelorganisatie van de bedrijfstakpensioenfondsen is bezig met een studie naar de vraag over de eigendom van het pensioenvermogen.“
De situatie bij bedrijfstakpensioen-fondsen is compleet anders. Het Spoorwegpensioenfonds heeft circa 60 aangesloten bedrijven. Het zou wat moelijk worden vast te stellen wie hoeveel zou moeten ont vangen, zo je een dergelijk besluit al zou nemen", zegt Akkerman. “Je zou er ook voor kunnen kiezen de bijdrage aan de ver mogensvorming van het fonds te verminderen waardoor je feitelijk ook geld terug geeft. Maar het is niet aan de orde. Bij bedrijfstakpensioenfondsen zijn bij mijn weten geen overschotten en tekorten regelingen.”
Nieuwe klanten
SPF Beheer is aan het onderzoeken of het zijn diensten niet ook kan aanbieden aan andere pensioenfondsen dan de twee die het op dit moment bedient. Akkerman noemt zijn bedrijf een ‘speciaalzaak’ die ook voor anderen aantrekkelijk kan zijn. Maar hij kent zijn grenzen; “Meer dan vijf moet je er niet willen hebben als klant. Dat is voor mij de natuurlijke grens. Er lopen nu gesprekken met drie potentiële geïnteresseerden die nog dit jaar tot resultaat moeten leiden.” Omdat hij niet verwacht dat ze alle drie zullen toehappen is Akkerman op zoek naar meer gegadigden. Volgens hem heeft hij voldoende te bieden: lagere kosten dan gemiddeld en een hoog serviceniveau. Folders heeft hij evenwel niet geschreven. “Ze kunnen met alle plezier bij ons langs komen en zichzelf overtuigen.” Gelet op de trend in de markt denkt Akkerman dat er uiteindelijk door samengaan van uitvoeringsorganisaties er een stuk of zes à zeven grote zullen overblijven, waaronder SPF Beheer. Hij waarschuwt ervoor dat een al te grote concentratie bij één uitvoerder ook nadelig kan uitpakken. Mammoet tankers zijn niet zo wendbaar. Een te grote organisatie krijgt volgens hem te maken met ingewikkelde bedrijfsvoeringsvraagstukken. Daarom zet hij vraagtekens bij de plannen van ABP en Cordares.
MVO
Voor beleggende instellingen geldt tegenwoordig dat zij ook worden beoordeeld op hun maatschappelijk gedrag. De tv uizending van Zembla vorig jaar was voor het Spoorwegpensioenfonds (SPF) en het Pensioenfonds Openbaar Vervoer (SPOV) aanleiding het beleid nog eens aan te scherpen. Want ook al is het Spoorwegpensioenfonds volgens Akkerman altijd koploper geweest, toch kreeg dit fonds een kritische beoordeling.
“Wij hebben de tien principes van het Global Compact van de VN als uitgangspunt. Daarbinnen hebben wij drie accenten gekozen die wij ook vertalen naar regels: het milieu, kinderarbeid en de wapenindustrie. Hier zoomen wij extra op in, de andere principes komen later”. Bedrijven die niet aan de criteria voldoen sluit het SPF uit. Niet alleen verdwijnen de aandelen uit de portefeuille, er worden ook geen leningen aan verstrekt. Zitten ze in een van de kantoorpanden waarin is belegd dan zal het huurcontract niet worden verlengd.” Om de hele portefeuille hierop te screenen is een hele klus”, aldus Akkerman. SPF Beheer heeft specifiek voor MVO personeel aangetrokken. “Wij hebben twee jaar uitgetrokken om de portefeuilles van 15 miljard euro te screenen en ons beleid tot in de haarvaten van de organisatie door te voeren.”
Naast dit beleid waarbij actie wordt ondernomen op het gedrag van anderen, heeft SPF ook een actief beleid geformuleerd. Met het Koninklijk Instituut voor de Tropen is SPF een microfinancieringsfonds opgezet. Ook neemt SPF deel in het microfinancieringsfonds dat SNS Asset Management in 2007 met succes opzette. In Mali zette SPF een fabriek op waar boeren de noten konden verkopen van de Jatropha plant die overal in dat land als erfafscheiding dient. Die noot werd voordien nooit gebruikt maar nu dient hij als grondstof voor biobrandstof. De fabriek is nu in mede eigendom van een coöperatie van boeren.
Albert Akkerman is een self made man. Na de HAVO begon hij als jongste bediende op de incassoafdeling van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid. De Handelsavondschool en specifieke studies op het gebied van administratie (SPD) en ITC (AMBI) versterkten de theoretische basis en uiteindelijk haalde hij zijn MBA in Groningen. Aan Nijenrode volgde een Advanced Management Programma.
Zijn loopbaan hield gelijke tred. Na het SFB volgden de Ziekenfondsraad, ICT consultant bij Steenwinkel Vrisou Van Eck en directeur financiën en vermogensbeheer bij het schildersfonds SFS. Daarna volgde het pensioenfonds van KLM waar hij eerst directeur pensioenen was en later de eindverantwoordelijke werd. Hij keerde als eindverantwoordelijke terug bij SFS en is vanaf juni 2002 CEO van SPF Beheer.
Printbare versie
Related articles:
|