Audio & Video   Profiel   Contact   Adverteren   Abonnementen   FT Global Events   Other publications  



 
Eén jaar na Zembla - npn maakt de balans op

Gepubliceerd op:  20 April 2008 (April/Mei 2008)
— Anne-Marie Munnik, Strategie en Research van Mn Services

De Zembla-documentaire ‘Het clusterbomgevoel’ lanceerde het maatschappelijk- verantwoord-beleggen-vraagstuk naar de bovenste plek op de agenda’s van pensioenfondsbesturen. Anke Claassen peilt de stand van zaken bij verschillende spelers in de markt één jaar na de beruchte uitzending.

De deelnemer beslist

Pensioen. Iets waar de gemiddelde burger zich niet of nauwelijks druk om leek te maken. Totdat het onderzoeksjournalistieke programma Zembla het onderwerp letterlijk met geweld de Nederlandse huiskamers in joeg. Pensioenfondsen werden geassocieerd met kinderarbeid, vervuiling en ongeoorloofde oorlogsmunitie. Dat mocht en kon niet waar zijn, vond de achterban die stante pede transparantie eiste. Het ene na het andere fonds haastte zich om zijn beleggingsbeslissingen openbaar te maken.



- Floris Lambrechtsen, directeur van Double Dividend

Toen Floris Lambrechtsen, directeur van Double Dividend - een bureau dat advies geeft aan institutionele beleggers over duurzaam ondernemen – in 2005 een seminar organiseerde over het onderwerp, kwam er maar een handvol pensioenfondsen opdagen. Nu komt hij mankracht te kort: “De uitzending heeft veel teweeggebracht. Pensioenfondsen staan in de schijnwerpers. Ze staan wekelijks op de voorpagina van de krant, dus moeten ze laten zien dat ze het juiste gedrag vertonen. Inmiddels heeft de top dertig van pensioenfondsen in belegd vermogen SRI (Socially Responsible Investing) stevig op de agenda staan.”



- Arthur van de Wal, Managing Director Institutional Clients bij ING Investment Management

“Waar sta ik eigenlijk voor? Dat was de eerste vraag die pensioenfondsen beantwoord moesten krijgen”, vertelt Arthur van de Wal, Managing Director Institutional Clients bij ING Investment Management. “Na Zembla werd een beleid omtrent SRI noodzakelijk. Dat helder formuleren blijkt geen sinecure. Ik merk dat men daar nog steeds mee worstelt.”

Volgens hoofd Strategie en Research van Mn Services Anne-Marie Munnik is niets doen geen optie meer. “De uitzending heeft van SRI een ‘need to have’ in plaats van een ‘nice to have’ gemaakt. Maar hoe ver het SRI-beleid gaat, dat hangt af van de achterban, vindt Munnik: “Het is veel minder een ‘must have’ als de deelnemers totaal geen interesse hebben voor het onderwerp. Wel is het noodzakelijk dat fondsen een duurzaam beleid formuleren. Daaruit moet blijken of men ver of minder ver gaat wat betreft het verduurzamen van de portefeuille.”

Volgens directeur Daan Heijting van pensioenfonds PNO Media stond het onderwerp al lang op de agenda. “De uitzending heeft het allemaal wel in een stroomversnelling gebracht.” De achterban van dit fonds is dan ook een kritische: het pensioen van de makers van de documentaire is er ook ondergebracht. Half februari publiceerde PNO een nieuwe code maatschappelijk verantwoord beleggen. Samen met de deelnemersraad heeft het bestuur via verschillende stemmingen besloten waarin wel en waarin absoluut niet mag worden belegd. “De nieuwe code gaat veel verder dan onze vorige code die in 2004 werd opgesteld. Daarin waren wapens bijvoorbeeld nog niet expliciet uitgesloten.”

Binnenkort geeft PNO Media via zijn website volledige inzage in alle beleggingen (inclusief niet beursgenoteerde beleggingen) en uitsluitingen die het fonds toepast. Zo wordt de achterban op alle fronten geinformeerd. Heijting: “Onze achterban is kritisch, maar begrijpt ook dat blijven investeren vaak meer oplevert dan je helemaal terug trekken. Als je de dialoog maar aan blijft gaan.”

Ook voor vermogensbeheerders is openheid van zaken nog belangrijker geworden, weet Munnik. “De uitzending heeft de sector gedwongen een les in transparantie te volgen. Er moet zo min mogelijk grijs gebied over blijven, zodat het voor alle betrokken partijen duidelijk is waar ze staan en welke verantwoordelijkheden ze hebben.”

“Het draait om heldere definities”, vindt ook Van der Wal. “ Vermogensbeheer is een vertrouwensrelatie. Onderdeel van die relatie is je klanten volledig inzicht geven in de keuzemogelijkheden. Het moet bijvoorbeeld helemaal helder zijn waarom een bedrijf wel of niet uitgesloten wordt uit een portefeuille. Ook je stembeleid op aandeelhoudersvergaderingen moet duidelijk zijn geformuleerd.”

Toch blijft de eerste verantwoordelijkheid van vermogensbeheerders het behalen van een goed financieel rendement, zegt Van der Wal. “De eindverantwoordelijkheid over de gemaakte keuzes blijft bij het pensioenfondsbestuur liggen.”

Uitsluiting en engagement

Om de verantwoordelijkheid voor een vergaand uitsluitingsbeleid te kunnen dragen, is het volgens PNO Media niet mogelijk om dit aan vermogensbeheerders over te laten. Deze laatste zijn niet in staat de code op uniforme wijze toe te passen, vindt Heijting. Daarom ging het in zee met researchbureau Hermes, dat daartoe wel in staat is. “Als we dit aan vermogensbeheerders zouden over laten, kunnen we onze doelstelling dat onze code volledig wordt nageleefd, momenteel niet bereiken. Daarom hebben we de besluitvorming voor 100 procent bij een bedrijf gelegd dat hierin is gespecialiseerd.”

Hermes adviseert het fonds maandelijks en per kwartaal. “Zij screenen het beleggingsuniversum op de criteria die onze deelnemers belangrijk vinden en zijn momenteel met honderd bedrijven in discussie waarvan een groot deel ook in onze portefeuille zit. Als een bedrijf zijn leven niet betert, kan dat uiteindelijk tot uitsluiting leiden. Daarnaast voeren ze ons stembeleid.”

Volgens Heijting is het volledig uitbesteden van de duurzaamheid niet de meest voor de hand liggende keuze. “Het is beter als vermogensbeheerders dit zelf gaan doen. Ook op het niveau waarop wij dat willen.”

Daar is Lambrechtsen het mee eens. “Dat pensioenfondsen en vermogensbeheerders hun maatschappelijke verantwoordelijkheid vertalen in een uitsluitingsbeleid, is een stap in de goede richting. Daarover ging de documentaire en daarmee ook de eerste inhoudelijke discussie. Maar nu is het tijd om een stap verder te gaan.”

De discussie moet nu volgens hem een meer fundamenteel karakter krijgen Het onderwerp wordt te veel benaderd via de gebruikelijke kwantitatieve modellen die vragen om definities en meetbare eenheden. “De modellen waar vermogensbeheerders mee werken halen nauwelijks een kwalitatief strategisch niveau dat nodig is om duurzaamheid op een strategische manier te integreren.”

Dat lukt niet, omdat er nog weinig onderzoek plaatsvindt naar modellen die een correlatie aan kunnen tonen tussen duurzaamheid en risicofactoren, en het aanwezige materiaal wordt volgens Lambrechtsen nauwelijks gebruikt. “Pas als dit wel het geval is, zal de stap om duurzaam te beleggen, kleiner worden. Nu bieden vermogensbeheerders mondjesmaat duurzame beleggingsproducten aan die bepaalde criteria volgen, maar die nemen duurzaamheid niet mee op strategisch niveau. Als een vermogensbeheerder niet zelf integraal met duurzaamheid aan de slag gaat, is het lood om oud ijzer en dat is ook niet consistent met wat een duurzame belegger verwacht.”

Van der Wal voelt zich niet aangesproken: “Dat is een bekend argument. De institutionele business van nu is juist erg oplossingsgericht. Ook uit deze discussie blijkt weer dat uiteindelijke oplossingen eerder klantspecifiek zijn. Het gaat er om wat voor vermogensbeheerbeslissingen je kunt bieden. Dat is veel vaker maatwerk dan een productoplossing.”

Munnik; “Wij beleggen absoluut niet enkel thematisch. Wij kijken in alle beleggingscategoriën hoe je SRI kunt integreren. Daarnaast sporen wij de brokers waar we zaken mee doen actief aan om onze beginselen te volgen. Het is wel waar dat de traditionele beleggingsindustrie nog niet overtuigd is dat er met duurzaamheid geld te verdienen valt. Wij geloven wél dat bijvoorbeeld emissierechten in de koers gaan zitten.”

Groen is gaaf

Volgens Lambrechtsen is het tijd dat de industrie een meer filosofische benadering integreert in het financiële denken. “Het gaat heel erg over: ‘Wat is het juiste gedrag?’ Iedereen gaat door met vervuilen en uitstoten van CO2 totdat er meer geld te verdienen valt met schone energie. Het zijn de langetermijndenkers die het voortouw nemen. De consument stond echt niet bij Toyota aan de deur te schreeuwen dat hij een groene auto wilde. Toch bracht het bedrijf de Prius op de markt. Wat het bedrijf eigenlijk deed was zeggen: ‘groen is gaaf!’ En dat werd een succes. Ook beleggers zullen zelf meer initiatief gaan tonen en op duurzaamheid lange termijn doelstellingen gaan formuleren, al schat ik dat dit wel even zal duren.”

Van der Wal denkt dat pensioenfondsen SRI nog meer integraal in hun portefeuille zullen integreren. “De ontwikkeling in de markt is dat pensioenfondsen niet meer alleen een kleine duurzame portefeuille hebben. SRI zit doorvlochten in de hele portefeuille. Ik denk dat die trend zich doorzet.”

Munnik ziet dat een puur uitsluitingsbeleid al uit de mode raakt. “Uitsluiting zal zich nog verder richting actief engagement ontwikkelen. Dit zal ook resulteren in een sterker samenwerkingsverband om bedrijven die het niet zo nauw nemen met maatschappelijke thema’s beter onder druk te kunnen zetten. We staan nog maar aan het begin van de integratie van SRI-criteria in beleggingsprocessen. Hoe dat verder uit te werken is het thema voor de komende tijd.”

PNO Media blijft doorgaan op de ingeslagen weg. “We blijven heel actief proberen om onze vermogensbeheerders aan te sporen nog meer met SRI te doen. We spreken ze elk kwartaal en vragen dan heel bewust welke vorderingen ze zelf maken en welke research ze doen. Er zijn nog te weinig beheerders die inzien dat meer SRI een voordeel voor de eigen onderneming oplevert. Ook pensioenfondsen zelf mogen best nog meer initiatief aan de dag leggen.”

Pensioenfondsen zijn langetermijnbeleggers en zouden samen met hun vermogensbeheerders best een grotere stap in de wereld van SRI kunnen zetten, besluit Lambrechtsen: “Mondjesmaat komen er institutionele beleggers die omgekeerd durven te denken, zoals het Noors Petrolium Fonds. Die zeggen: ‘Als ik zorg dat mensen een goed loon hebben, en ze goed worden opgeleid, dan worden het betere consumenten en dat is goed voor de economie. Ik heb op de lange termijn dus belang bij goede arbeidsomstandigheden.’ Ik hoop dat de institutionele industrie deze witte ridders snel zal volgen.”

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Master-KAG 2009
• Nest Sammelstiftung: Vollkommen überzeugt
• Nachhaltigkeit: Zu häufig reines Lippenbekenntnis
European Pensions & Investment News
Nordic Region Pensions & Investments News
• Realigning to emerging markets
• Gro Nystuen - Norwegian council on ethics
• Danish DIP persists with diversified outlook
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• AMPS slams Treasury stance on anti-forestalling
• Lifetime annuities survey: Full PDF
• DB scheme closures: the facts
Professional Wealth Management
• Does the client really know best?
• German Bites
• Targeting domestic markets
 ARCHIEF




Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2009