Indexatielabel moet worden vervangen door pensioenlabel
door Door Josje Wijckmans en Ester Lamerikx

Gepubliceerd op:  16 Juni 2008 (Juni/Juli 2008)

Het indexatielabel dat vanaf 1 januari 2009 verplichte kost is voor pensioenfondsen, is inadequaat en geeft geen volledig beeld van het verwachtte pensioen van de deelnemer op het moment van pensionering. Het label moet worden vervangen door een instrument dat wel volledig inzage geeft in het verwachtte pensioen: het pensioenlabel.

De dagelijkse praktijk leert dat de kritiek van de markt op het indexatielabel luider en luider wordt. In onze ogen voldoet het label eveneens niet aan de verwachtingen. Werknemers, voor wie het label is bedoeld, snappen het niet. Bovendien geeft het label enkel de indexatieverwachting van het pensioen van de deelnemer weer. Dat zegt wel iets, maar niet genoeg. Om het pensioenbewustzijn van mensen te verbeteren, is het zaak hen een vollediger beeld te geven van de werkelijkheid en dus van het uiteindelijke pensioen. Het ontwikkelen van een label dat wel aan bovenstaande eisen voldoet, is dan ook noodzakelijk.

Een voorbeeld: Een werknemer die van baan wisselt en bij wie de nieuwe pensioenregeling een slechter indexatielabel heeft dan bij zijn vorige baan, zal dit ervaren als een achteruitgang. Het uiteindelijk te behalen pensioeninkomen kan echter hoger uitvallen. In het label is namelijk niet opgenomen dat de pensioenregeling – gemeten in euro’s van nu – bij de nieuwe werkgever flink beter kan zijn, waardoor de werknemer er bij een slechter toeslagbeleid per saldo er helemaal niet op achteruit hoeft te gaan.

Dit is voor een werknemer nauwelijks zichtbaar in het bestaande label. Daarnaast wordt het gevaar gelopen dat de werknemer het label verkeerd interpreteert. Het is niet ondenkbaar dat hij of zij denkt dat het label iets zegt over het uiteindelijke pensioen. Dat is uiteraard niet het geval. Om iets te weten te komen over het uiteindelijke pensioen moet de werknemer de informatie van het label koppelen aan de informatie van zijn Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

Om het pensioenbewustzijn en de communicatie te verbeteren, zijn twee producten ontwikkeld: het UPO en het indexatielabel. Met het UPO ontvangen alle werknemers in Nederland die pensioen opbouwen dezelfde informatie over het pensioen dat wordt uitgekeerd bij pensioneren, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Deze informatie is echter gebaseerd op het huidige prijspeil en zegt voor een 40-jarige werknemer weinig over de koopkracht vanaf pensionering. Om iets te zeggen over de koopkracht vanaf pensionering is het indexatielabel bedacht. Een goed label – het pensioenbootje drijft op hoog water - betekent waarschijnlijk een waardevast pensioen.

Om een tweetal redenen zijn wij van mening dat het indexatielabel het doel voorbij schiet. Ten eerste wordt voor de invulling van het indexatielabel gedacht aan ‘zwevende grenzen’. Dit betekent dat bijvoorbeeld de beste 20 procent van de markt in de hoogste categorie valt en de laagste 20 procent van de markt in de laagste categorie. Als het economisch voor de wind gaat, dan wordt bij de 20 procent best scorende pensioenfondsen wellicht een volledige looninflatie gecompenseerd. Als het tegenzit, wordt ook bij de best presterende pensioenfondsen vaak niet volledig geïndexeerd. In dat geval is het voor een werknemer leuk om te weten dat ‘zijn’ pensioenfonds relatief goed indexeert, maar hoe bepaalt de werknemer hoe goed “goed” is? Er wordt immers “alleen maar” aangegeven dat de betreffende toeslagverlening tot de beste 20 procent van de markt behoort.

Ten tweede moet het indexatielabel worden vervangen door een algeheel pensioenlabel dat kijkt naar alle te verwachten pensioenuitkeringen: na pensionering, bij overlijden tijdens of na het dienstverband en bij arbeidsongeschiktheid. Tegelijkertijd dient er rekening te worden gehouden met alle verwachte indexaties en met de kans dat minder indexatie wordt toegekend. Alleen dan zegt een label voor een werknemer iets over hoe het behaalbare pensioeninkomen zich verhoudt tot de rest van de markt, zodat de werknemer weet wat hij aan de pensioenregeling heeft.

Josje Wijckmans AAG en Ester Lamerikx AAG zijn beide consultants bij pensioenadviesbureau Watson Wyatt.

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Auf der Suche nach Standards
• Linksschiefe im Blick
• Heribert Karch: MetallRente
Nordic Region Pensions & Investments News
• Erik Valtonen
• Preparing for a bear market
• Learning from the Finnish experience
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Lehman Bros brings litigation case against Pensions Regulator
• Annuity providers nudged into action by Solvency II
• Industry calls for MIR to be exercised realistically
Professional Wealth Management
• Rebalancing for the new world order
• Applying quant methodology to beat the bank
• Return of the quants: Systematic investing to beat the market
NIEUWSBRIEF



 ARCHIEF




Contact

Abonnementen

Privacy Policy

Terms and Conditions

Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2010