Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Pensioenfonds voor voetbaltrainers scoort nog steeds
door Door Tom Gordijn

Gepubliceerd op:  16 Juni 2008 (Juni/Juli 2008)

In juni gloreren zij weer op de televisie tijdens de Europese kampioenschappen voetbal: de bondscoaches. Velen van hen zijn grootverdieners die zich om hun oude dag geen zorgen maken. Of toch wel? Een van de kleine pensioenfondsen in Nederland is het Bedrijfstakpensioenfonds voor Voetbaloefenmeesters, opgericht in 1958.

“Er zijn trainers die financieel gezien geen fonds nodig hebben maar die toch ook bij ons zijn aangesloten.” Dick Snijders, voorzitter van het Pensioenfonds voor Voetbaloefenmeesters ruimt het misverstand meteen uit de weg. De meeste voetbalcoaches zijn niet van die grootverdieners. De coaches in dienst van een Betaald Voetbal Organistie (BVO) zijn op grond van hun cao verplicht aangesloten bij het pensioenfonds. Het idee dat trainers in Nederland vrije beroepsbeoefenaren zijn die voor hun eigen regeling zorgen, klopt dus niet. Het fonds is er niet alleen voor de hoofdcoach van de selectie maar voor alle trainers tot en met de A1 teams. Inmiddels zijn ook twee vrouwen toegetreden. Trainers van amateurclubs kunnen zich vrijwillig aansluiten, wat een klein aantal ook heeft gedaan. “De beloningsverschillen tussen de trainers zijn groot en voor de gemiddelde trainer vormt ons pensioen een goede aanvulling op de AOW”, zegt Snijders.

Naast de vereiste deskundigheid wil dit pensioenfonds ook dat de bestuursleden affiniteit hebben met het voetbal. Snijders zelf maakte jarenlang deel uit van het bestuur van PSV . Bovendien trapt hij zelf op zijn 66e nu ook nog regelmatig tegen een bal en hij was jarenlang een vaste keuze in het managersteam van de Money Match, de jaarlijkse voetbalwedstrijd tussen financieel directeuren en financieel journalisten. De oefenmeesters werden onder meer vertegenwoordigd door de toenmalige directeur van de CBV Jan Reker, de huidige algemeen directeur van PSV. Nu zit Gerard Marsman, die onder meer bij Heracles en De Graafschap werkzaam was, als directeur van de CBV in het pensioenbestuur.

Een klein fonds voor zo een specifieke bedrijfstak heeft natuurlijk zijn eigen problematiek. Bijvoorbeeld het geringe aantal deelnemers: het totaal aantal verzekerden kwam eind 2007 uit op 960. Hiervan hadden er 467 een premievrije polis en 94 genoten inderdaad van hun ouderdomspensioen. Dan waren er 32 met een partnerspensioen, terwijl het aantal actieve deelnemers uitkwam op 364.

De gemiddelde verblijfstijd in het fonds is kort. Kenmerkend voor het trainersbestaan is dat zij nogal eens van werkgever wisselen. Dit komt tot uiting in de tabellen in het jaarverslag: alleen al in 2007 traden er 64 nieuwe actieven toe en werd van 59 de polis premievrij gemaakt. Maar met hetzelfde gemak keert een premievrij verzekerde enkele jaren later weer terug, bijvoorbeeld als hij een ‘jaartje op de bank heeft gezeten’ zoals Snijders het noemt.


Dick Snijders in de Money Match 1987

“Het grote aantal mutaties elk jaar vormt een behoorlijke administratieve druk voor een klein fonds als het onze. Overall groeit het fonds wel maar van de nieuwe deelnemers is circa eenderde al eens eerder aangesloten geweest,” zegt Snijders. “Wij hebben als klein zelfstandig fonds nog steeds bestaansrecht al is het wel zo dat met de nieuwe aangescherpte regelgeving voor ons de stijgende kosten relatief veel zwaarder wegen dan voor een groter fonds. Tot nu toe moeten wij constateren dat alternatieven niet leiden tot verbeteringen. Aansluiten bij een verzekeraar bijvoorbeeld leidt niet tot lagere kosten. Toch kijken wij steeds goed of wij niet in een andere structuur zouden moeten werken.”

De nieuwe Pensioenwet legt het fonds veel verplichtingen op die aanpassingen noodzakelijk maken. Dat kost veel geld, zeker in verhouding tot het vermogen. De achterban van zowel de BVO’s als de CBV, toont zich volgens Snijders tot nu toe evenwel content met de huidige structuur maar de vraag is hoe lang die nog houdbaar is.

De pensioenregelingen van het fonds zijn herverzekerd bij Aegon en het verzekeringstechnische risico is ondergebracht in een garantieovereenkomst die nog loopt tot halverwege 2010. Het fonds wordt geadministreerd door Support Company in Hoofddorp.

De pensioenopbouw bij het fonds kent twee elementen. De basis is de ‘onderbouw’. Dit is een middelloonregeling met een cap. Deze geeft een ouderdomspensioen ter grootte van 1,3 procent van de pensioengrondslag van het betreffende jaar. De ‘bovenbouw’ is een beschikbare premieregeling. Hierin wordt een leeftijdsafhankelijk percentage van de pensioengrondslag als premie aangewend voor de opbouw van een kapitaal bij leven met pensioenclausule.

Het fonds heeft over de laatste drie jaar driekwart van de indexatie kunnen dekken. Eind 2006 bedroegen de pensioenaan-

spraken € 5,95 miljoen. De dekkingsgraad bedroeg eind 2006 ruim 112 procent, een percentage dat in 2007 gelijk bleef. De indexatie is afhankelijk van de resultaten van het fonds zelf.

Ondanks de kleine omvang voldoet het bestuur aan de strenge kwaliteitseisen. Snijders zelf is jarenlang werkzaam geweest binnen Philips, waarvan tien jaar als directeur corporate finance en twaalf jaar als algemeen directeur van het Philips pensioenfonds en Schootse Poort Pensioen- en Vermogensbeheer. Ook nu nog bekleedt Snijders vele functies in de financiële wereld. De meeste andere bestuursleden hebben eveneens een financiële achtergrond.

”Wij kijken goed naar de collectieve verantwoordelijkheid en vullen waar nodig de kennis van bestuursleden op het gebied van pensioenen aan.”


Pensioenfonds DAF naar PME

Door Tom Gordijn

Het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro PME heeft met terugwerkende kracht per 1 januari 2006 de pensioenafspraken van DAF overgenomen. Daarmee verhuizen 4500 deelnemers en een vermogen van € 400 mln naar het met 660.000 deelnemers en

€ 21,5 miljard vermogen veel grotere bedrijfstakpensioenfonds. Hans van der Windt, algemeen directeur van PME licht toe.

“Steeds meer werkgevers zetten hun pensioenfonds op afstand en daarom zie je een run op het bedrijfstakpensioenfonds. Ze komen terug.”

DAF kreeg de vrijstelling begin jaren negentig na het faillissement en de daarop volgende doorstart van de truckfabrikant. Voor de deelnemers maakte dat niet uit want voor hen moeten de voorwaarden van de pensioenregeling gelijk zijn aan die van anderen in dezelfde bedrijfstak. DAF had zijn eigen fonds ondergebracht bij Nationale Nederlanden.

Bedrijven vonden het destijds nog wel aantrekkelijk een eigen fonds te hebben want het was niet ongebruikelijk dat er geld uit de fondsen naar de ondernemingen kon worden overgeheveld.

“Dat is wel veranderd nu,” zegt Van der Windt. “Met aandelen wordt de laatste tijd minder verdiend dus de functie van money maker die zorgt voor een aantrekkelijke kasstroom is verzwakt. Minstens even belangrijk is dat veel zaken, zoals de financiële normen en bestuurlijke verantwoordelijkheid nu met de nieuwe wetgeving veel strakker zijn geregeld. Bovendien maken de IFRS-regels het voor bedrijven veel minder aantrekkelijk een eigen fonds te hebben, gelet op de gevolgen die het kan hebben voor de verlies- en winstrekening.”

Het effect van de striktere regelgeving is dat de kosten omhoog zijn gegaan. Het maakt dan nogal uit of je die moet maken als groot of als een klein fonds. Dus kiezen steeds meer ondernemingspensioenfondsen nu voor het bedrijfstaksfonds. DAF werd in zijn overstap naar PME onder meer voorgegaan door NXP (de verzelfstandigde chipsdivisie van Philips) en NedCar.

De datum van 1 januari 2006 is gekozen omdat met ingang van toen de wet VPL van kracht werd. Die regeling gold vanzelfsprekend ook voor de mensen bij DAF. De gehele administratieve bijwerking vanaf de ingangsdatum tot op de dag van vandaag zal nu door PME plaatsvinden.

Van der Windt wijst erop dat de aansluiting van ondernemingsfondsen binnen de sector een aantal zaken vereenvoudigt. “Het vermindert de administratieve druk want als je al bij het bedrijfstakfonds bent aangesloten, hoeft er weinig te gebeuren wanneer een werknemer binnen de sector van baan verandert. Het bevordert de eenheid binnen de sector. Het kostenniveau is ook relatief lager.”

Dus dringt zich de vraag op of PME zelf niet goed eraan zou doen aansluiting te zoeken bij het nog grotere bedrijfstakpensioenfonds van de kleinmetaal PMT.

“Daar wordt al jaren over gespeculeerd. De samenwerking tussen beide fondsen loopt steeds beter. Wij moeten maar afwachten wat daar ooit nog eens uit kan groeien. Het zou wel van groot belang zijn omdat ook tussen deze twee bedrijfstakken een omvangrijk verkeer van werknemers plaatsvindt. Het organiseren van dat proces moet voorop staan.”

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Oranje: Bärenstark in der betrieblichen Vorsorge
• „Der Pensionsfonds wird ein europäischer Player“
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Norwegian giant hurt by Lehman collapse
• Consensus on Freddie and Fannie not enough to boost confidence
• Equity-heavy Ilmarinen defiant despite losses
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Shop ‘til you drop
• US dubs PA charge ‘impossible dream’
• Saving yourself from poverty
Professional Wealth Management
• Identifying opportunities in dark times
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Wealth gatherers moving Eastwards
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008