Japan: Op weg naar herstel
Gepubliceerd op: 10 December 2004
Het is al zo lang geleden dat er enig blijvend goed nieuws te berichten viel uit het land van de rijzende zon dat het beleggers vergeven kan worden dat ze de recente afremming van de economische groei als een teken zien van de terugkeer van de slechte tijden. Dat zou echter, volgens de beleggingsmanagers, een fout zijn.
“Het lijkt erop dat de Japanse economie nu op een weg is beland die verder te volgen is,” zei George Hoguet, strateeg voor emerging markets bij State Street Global Advisers. “Er zijn nu vijf onafgebroken kwartalen van groei geweest, de deflatie lijkt voorbij te zijn en het ziet er naar uit dat het beleid van nul percent rente voorbij is. Het grootste risico is nu dat van voortijdige fiscale verscherpende maatregelen.”
Morgan Stanley is van mening dat het BBP dit jaar met 3,1% zal stijgen, waarvan zeker 0,5% inflatie is – de eerste echte inflatie die het land gezien heeft in jaren. SSgA verwacht dat de Japanse economie dit jaar met 2,5% zal groeien en in 2005 met tenminste 4%. Zelfs recente indicaties die duiden op een cyclische daling zouden niet genoeg zijn om die vooruitgang te doen ontsporen, aldus Robert Feldman, hoofdeconoom voor Japan bij Morgan Stanley in Tokio.
“De reden waarom het cyclische element niet zo verontrustend is, is omdat het structurele element erg goed is,” zegt Feldman. Als cruciale ontwikkelingen citeert hij onder meer de succesvolle reorganisatieprogramma’s bij banken en bedrijven, de versterkte boekhoudings- en rapportage-eisen en ook de opmerkelijke toename in de grotere aandacht die Japanse bedrijven schenken aan de relatie met hun beleggers. Kazu Joshihara, hoofd beleggingen in Japanse aandelen bij Fortis Investments, komt tot dezelfde analyse.
“Ten langen leste staat het topmanagement onder druk om vooruitgang te boeken in hun relatie met de beleggers,” zegt Joshihara. “Voor het eerst beginnen de managers in Japan hun bedrijven te zien als het eigendom van de aandeelhouders. Zij hebben dat nooit op die manier beschouwd.”
Ondertussen hebben reorganisaties van instortende reuzen weer succesvolle bedrijven gemaakt. Het klassieke voorbeeld, zegt Joshihara, is Nissan Motor Co.
“Nissan was zoals veel Japanse bedrijven,” zegt hij. “Zij hadden geweldig menselijk kapitaal, maar geen strategie. Toen men eenmaal een geschikte strategie had, begon het bedrijf winsten te maken die alle records braken.”
Deze verbeterde omstandigheden – gecombineerd met een bliksemoorlog gevoerd door specialisten op het gebied van beleggersrelaties in de VS en Europa – heeft de aandacht gevestigd op hoe goedkoop Japanse aandelen zijn geworden. De gemiddelde koers/winstverhoudingen zijn gedaald naar 15, van 65 14 jaar geleden, zei Joshihara. Ondertussen is de return on equity gestegen van ongeveer nul tot 10%, de eerste echte groei in return on equity die Japan gezien heeft in meer dan 20 jaar.
Aandelen blijven goedkoop ondanks verbeterende resultaten, voornamelijk vanwege het feit dat de markt nog steeds in hoge mate inefficiënt is; ongeveer 75% van de genoteerde Japanse bedrijven hebben helemaal geen researchrapporten, zegt Joshihara.
“Dat laat veel ruimte voor goede managers om rendementen boven marktniveau te behalen door het kiezen van de juiste aandelen,” zegt hij.
Potentiële beleggers in Japan hebben voor de verandering hun bezorgde blikken op andere landen gevestigd, namelijk op China en de VS. Terwijl de kern van de Japanse economie wordt aangedreven door de binnenlandse vraag, wordt ongeveer 25-30% van de groei gedreven door export naar China, volgens Hoguet. Een groot deel daarvan bestaat uit producten zoals edelstaal, waarvan het onwaarschijnlijk is dat de vraag ernaar scherp zal dalen. Niettemin zal een inkrimping in China op zijn minst de winsten in Japan aantasten. Feldman is nog zekerder van de Chinese factor: ongeveer twee derde van de Japanse export naar China, legt hij uit, is bestemd voor herexport naar andere markten.
“Dit heeft als gevolg dat men de economie in de VS goed in de gaten houdt,” zegt Feldman. “In veel sectoren, vooral in de auto-industrie, is hun positie erg sterk. Maar een teruggang in de VS zou betekenen dat zij een grotere plak van een kleiner wordende taart zouden moeten nemen. Dat zouden ze kunnen doen, maar het is niet een positie waarin ze graag verkeren.”
Printbare versie
|