IFRS-regels bedreiging voor Nederlands pensioenstelsel
door Door Maaike Veen
Gepubliceerd op: 16 Juni 2008
(Juni/Juli 2008)
|
|
Ralph ter Hoeven
|
Nederlandse pensioenfondsen verzetten zich luid en duidelijk tegen internationale voorstellen voor aanpassing van de wijze waarop ondernemingen hun pensioenverplichtingen in de jaarrekening moeten opnemen. Ralph ter Hoeven, hoogleraar accountancy, partner bij Deloitte en lid van de pensioenwerkgroep van de International Accounting Standards Board (IASB), acht de kans ‘behoorlijk’ dat de IASB uiteindelijk zal afzien van het verbod op winstdemping.
Pensioenfondsen waren niet blij toen zij in maart de eerste ontwerpvoorstellen zagen van de IASB voor de herziening van de IAS-19, de internationale verslaggevingstandaard (IFRS) die bepaalt hoe ondernemingen de pensioenverplichtingen en –beleggingen in hun balans moeten verwerken. “De eerste voorstellen pakken eerder ongunstiger dan gunstiger uit voor Nederland”, beaamt Ralph ter Hoeven.
Fondsen vrezen dat het unieke Nederlandse pensioenstelsel, gebaseerd op collectiviteit en solidariteit, door de nieuwe voorstellen grondig wordt ondermijnd.
En wat is dan het meest controversiële punt? Het verbod op ‘smoothing’, winstdemping ofwel de ‘corridor-methode’: ondernemingen hoeven verliezen bij het pensioenfonds kleiner dan tien procent niet op te nemen in het bedrijfsresultaat. Hoge rendementen mochten uitgesmeerd worden over vijftien tot twintig jaar. Zo werd tot op heden voorkomen dat de IFRS-boekhoudregels zouden leiden tot grote volatiliteit in de bedrijfsresultaten van een onderneming.
Want dat was de grote zorg toen IFRS een aantal jaren geleden verplicht werd voor beursgenoteerde ondernemingen. De discussie die nu is opgelaaid is dus niet nieuw, maar de bedreiging voor het Nederlandse pensioenstelsel is nu wel groter mochten de voorstellen ongewijzigd blijven.
Resultaat onvoorspelbaar
Sinds IFRS moeten bedrijven eigenlijk de financiële positie van het pensioenfonds opnemen in hun eigen jaarrekening. De volledige verplichtingen min het vermogen. Dit zorgt voor (potentiële) volatiliteit in de winst- en verliesrekening, en dus onvoorspelbaarheid van de ondernemingsresultaten. En dat wil geen enkel bedrijf.
Daar komt nog bij dat in Nederland pensioenfondsen op een behoorlijke afstand staan van de onderneming. Zij hebben een eigen bestuur en een eigen toezichthouder. “Financieel directeuren voelen dat ze premie moeten betalen, terwijl ze over het pensioenfonds niet veel te zeggen hebben, niet over de premievaststelling of hoe de assets worden belegd”, zegt Ter Hoeven. “Op het eerste gezicht is het merkwaardig dat ondernemingen pensioenfondsen in hun boeken moeten opnemen alsof alle verplichtingen en beleggingen van hun zijn.”
Maar de soep werd niet zo heet gegeten als werd gevreesd toen IFRS voor het eerst verplicht werd. Fondsen vreesden dat regelingen onder druk zouden komen en dat werkgevers de beleggingsrisico’s op werknemers zouden schuiven door over te stappen op een individuele Defined Contribution-regeling (DC). Een beperkt aantal ondernemingen takelde het ondernemingspensioenfonds af en stapte over op zo’n regeling. Zo komt een onderneming af van de pensioenverplichtingen in haar balans.
Een ander alternatief om hetzelfde te bereiken is door met het ondernemingspensioenfonds over te stappen op een collectieve DC-regel (CDC). Werkgevers dragen vaste premies af en kunnen deze als kosten verwerken in de balans. “Die betaling zijn de kosten. ‘That’s it’. Er komt geen verplichting of asset op de balans”, zegt de hoogleraar en Deloitte-partner. “Dat maakt het een aantrekkelijk alternatief.” Het Spoorwegpensioenfonds en het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel stapten naast enkele grotere ondernemingspensioenfondsen (Nutreco, Akzo Nobel, SNS Reaal, Arcadis, Wegener) over op zo’n CDC-regeling. “Het gebeurt mondjesmaat”, zegt Ter Hoeven.
Dat bedrijven en pensioenfondsen slechts beperkt hun regelingen aanpasten, komt omdat de ‘beruchte’ IAS-19 bedrijven nog allerlei mechanismen bood om de impact van de pensioenverplichtingen op de balans te dempen. In de nieuwe voorstellen voor een herziening van de IAS-19 zou daar nu een einde aan komen.
Ter Hoeven: “In Nederland kennen we toch over het algemeen middelloonregelingen die door pensioenfondsen in een collectief systeem worden uitgevoerd. En er bestaat solidariteit tussen de generaties. Jongeren betalen wat minder. Ouderen wat meer. Uit veel studies blijkt dat dit een prima systeem is, dat niet zoveel geld kost en een hoge kans levert op goede rendementen en daarmee op een goed, inflatiebestendig, pensioen.”
Kernzorg
“Nu bestaat de vrees dat de huidige voorstellen voor bedrijven de laatste druppel zijn die de emmer doet overlopen en overstappen op een DC-regeling. Dan komt het risico volledig bij de werknemer te liggen. Er zijn dan geen collectieve buffers meer, de solidariteit tussen generaties is dan ook weg. Dat druist in tegen wat de afgelopen vijftig jaar met elkaar hebben opgebouwd. Dat is de kernzorg”, zegt Ter Hoeven.
De regelingen worden bedrijven te ingewikkeld, de balans te volatiel. “Werkgevers zeggen ook dat (volledige opname van de pensioenverplichtingen) geen goede reflectie geeft van de risico’s die ze lopen”, zegt Ter Hoeven. “Begrijp me goed, op zich ben ik niet tegen een overgang naar een individuele regeling als partijen daar bewust voor kiezen, maar wel als deze overstap primair wordt veroorzaakt door accountingregels. Dat is de wereld op zijn kop. Accountingregels moeten neutraal zijn en de werkelijkheid registeren in plaats van in te grijpen in de inhoud van de pensioenregelingen.”
Voor ondernemingen aangesloten bij bedrijfstakpensioenfondsen gelden dezelfde IFRS-regels, maar omdat zij met soms honderden bedrijven collectief aan het pensioenfonds bijdragen kan de individuele bijdrage per werkgever niet precies worden berekend door de fondsen. Deze geven al jaren aan dat ze informatie benodigd voor de IAS-19-berekeningen niet kunnen opleveren waardoor de aangesloten onderneming gebruik kunnen maken van een vrijstelling tot het opnemen van een pensioenverplichting op de balans.
“Je zou kunnen zeggen dat dat gunstig was, maar het creëert tot op de dag van vandaag wel ongelijkheid in de markt tussen bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen”, zegt Ter Hoeven. “Betrokkenen hebben er zelf ook niet zo’n heel goed gevoel over. Deze situatie kan niet jaar in jaar uit zo doorgaan. Er zou een echte vrijstelling voor bedrijfstakpensioenfondsen moeten komen.” Dat is één van de punten die Ter Hoeven bepleit binnen de IASB als lid van de pensioenwerkgroep. “Een formele uitsluiting in plaats van een ontsnapping”, zegt Ter Hoeven, “onder de voorwaarde dat bedrijven zich verplicht moeten aansluiten bij het pensioenfonds. En dat gebeurt in Nederland.”
De IASB-pensioenwerkgroep is tot op heden één keer bij elkaar gekomen. Ter Hoeven: “Dat heeft niet echt geleid tot veranderingen. Wij mogen af en toe wat roepen en hopen dat er naar ons geluisterd wordt.” De IASB wil eerst een aantal korte termijnaanpassingen invoeren in 2011 en dan pas tot een fundamentele herziening komen. Ze vinden een aantal zaken zo zwak dat ze die eerst willen oplossen. “Ik vind dat een merkwaardige volgorde. Je zou zeggen dat je eerst tot een fundamentele herziening moet komen. Ik pleit er dan ook voor om IAS-19 nog een aantal jaren door te laten gaan totdat er een fundamentele herziening klaar is. Ondertussen zou ik voor een tweetal type regelingen een interim oplossing voorstellen.”
Dat zijn de eerder genoemde formele vrijstelling voor bedrijfstakpensioenfondsen en voor middelloonregelingen met voorwaardelijke indexatie en een kostendekkende financiering. “Bij deze middelloonregelingen betalen werkgevers een vaste premie en lopen deze slechts een beperkt risico afgezet tegen de risico’s die de deelnemers in het fonds zelf lopen. Het al dan niet toekennen van indexatietoeslagen is immers een zwaar sturingsmiddel die van groot belang is voor het uiteindelijk te bereiken pensioenresultaat. Gegeven de risicoverdeling zouden voor dit type regelingen, onder voorwaarden, dezelfde boekhoudregels moeten gelden als bij DC-regelingen. Door de voorwaardelijkheid van de indexaties ligt het risico van deze belangrijke component volledig bij de (oud)-werknemers en gepensioneerden”, meent de accountant. Bij een pensioen dat in veertig jaar is opgebouwd bestaat zo’n zestig procent uit indexaties. “In goede toelichtingen moeten bedrijven hard maken dat de bulk van het risico bij de werknemers ligt en niet bij de werkgever. Het is een vrij stoutmoedig idee omdat het indruist tegen de huidige principes van IAS-19, omdat zodra een regeling tot risico’s voor de werkgever leidt, deze als Defined Benefit verwerkt moet worden en de werkgever verplicht is deze risico’s volledig mee te nemen. Het is niet helemaal uit te sluiten dat na een paar slechte jaren toch afgesproken wordt tot een hogere premie of dat als de dekkingsgraad beneden de 105 procent zakt de werkgever eenmalig een bijstorting doet.”
Lobby
De projectleidster voor de nieuwe pensioenstandaard, Anne McGeachin, liet echter onlangs op een congres weten dat ze niets voelt voor een uitzonderingspositie voor Nederland. Ter Hoeven: “Ik lees wel eens dat het een gelopen race is. Zo moet dat niet worden gezien. De inspraakprocedures zijn volop in werking. Er komt eerst nog een ‘exposure draft’ en dan pas de definitieve voorstellen.” De Stichting Ondernemingspensioenfondsen noemt de berichten over ‘een gelopen race’ ook voorbarig. OPF lobbyt bij de relevante nationale en internationale ‘stakeholders’ in overleg met andere betrokken partijen in Nederland. De OPF zit in de klankbordgroep om Ter Hoeven als enige Nederlander in de IASB pensioenwerkgroep te adviseren. Er wordt nu gewerkt aan een gezamenlijk ‘position paper’ die zal worden ingebracht in de IASB.
Het democratische gehalte van de IASB is volgens Ter Hoeven een heikel discussiepunt. “Er zijn veertien bestuursleden en die bepalen het beleid. De adviescolleges mogen alleen adviseren. Het is een ondoorzichtig proces, maar uiteindelijk moeten de standaarden goedgekeurd worden door de Europese Commissie wil het in Europa ingevoerd worden. En daar speelt het Europees Parlement ook een rol. Het is voor mij moeilijk in te schatten, maar ik zie een behoorlijke kans, als ik alle kritieken nu hoor, dat niet alle voorstellen één op één de standaard zullen halen, dat de IASB uiteindelijk eieren voor zijn geld kiest en de meest controversiële punten mede door de kritiek uit Nederland niet zal opnemen.”
Printbare versie
Related articles:
|