Communicatie naar deelnemers krijgt meer aandacht
door Door Mirjam Brinks
Gepubliceerd op: 16 Juni 2008
(Juni/Juli 2008)
Transparantie is hot. In alle segmenten van de samenleving is de trend waarneembaar. Zo ook in de pensioensector. Deelnemers, werkgevers, maatschappelijke organisaties, politiek, overheid en toezichthouders eisen het van de pensioenfondsen. Transparantie is ook het kernwoord van de Pensioenwet die sinds 1 januari van dit jaar van kracht is.
Deelnemers realiseren zich vaak pas vlak voor de pensioendatum welke aanspraken er zijn opgebouwd. Algemeen bestaat bij veel mensen nog altijd het idee dat zij na hun 65e zeventig procent van het laatstverdiende loon ontvangen. Dat klopt niet. Veel fondsen zijn al overgestapt op middelloonregelingen in plaats van eindloon. En daarnaast stappen steeds meer fondsen over van defined benefit systemen naar defined contribution. Door de huidige financiële crisis zijn pensioenfondsen nog meer in het nieuws gekomen. Dekkingsgraden zijn de laatste maanden bij veel fondsen (soms fors) gedaald en ook de discussie over indexatie is in volle gang.
Halverwege vorige maand concludeerde toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat 30 procent van de pensioenfondsen eind vorig jaar nog niet voldeed aan de transparantie-eisen die de Pensioenwet stelt. Hoe ver zijn pensioenfondsen nu in hun verbeterde communicatie naar deelnemers?
“De veranderde wetgeving heeft ons gedwongen om onze communicatie naar leden te verbeteren. En dat is ook goed”, zegt Mark van Aken, manager pensioenen van PMA (Pensioenfonds Medewerkers Apothekers) “Wij zijn heel actief bezig met de mensen op de werkvloer meer pensioenbewustzijn bij te brengen. Hoe we dat doen? Met gerichte acties proberen wij de aandacht naar het pensioen te trekken. Bijvoorbeeld door een postercampagne op de werkvloer en door een kaart naar iedere deelnemer op zijn of haar verjaardag te sturen. Wij hopen dat de mensen hierdoor al op jongere leeftijd over hun pensioen gaan nadenken en niet zoals nu vaak gebeurt vlak voor de pensioengerechtigde leeftijd.” Van Aken zegt met deze ‘simpele’ middelen meer traffic te willen generen naar de vernieuwde website waarop alles wat de deelnemer moet weten over het pensioen wordt uitgelegd. “Naast het voldoen aan de eisen van de nieuwe Pensioenwet, is ook meer aandacht voor klantenonderzoek een belangrijk speerpunt van het nieuwe beleid. Dit is onder andere tot uiting gekomen in een klantenpanel, een klanttevredenheidsonderzoek en een nieuwe brochurelijn”, zo zegt Van Aken over het communicatiebeleid van PMA.
“Natuurlijk hoeft een jongere die net aan zijn carrière begint niet zoveel over zijn toekomstige pensioen te weten als een 50-plusser; het is echter wel prettig als de basiskennis al jong aanwezig is.”
Stroomlijning
Bij het pensioenfonds van bank-verzekeraar SNS Reaal hebben ze de Pensioenwet aangegrepen om eens kritisch naar het eigen communicatiebeleid te kijken. “In de loop van 2007 zijn we begonnen met een inventarisatie van wat er op welk moment door wie wordt gecommuniceerd. Naar aanleiding van deze inventarisatie zijn we de communicatie met deelnemers beter gaan stroomlijnen. Natuurlijk hebben we hier rekening gehouden met de eisen die de Pensioenwet stelt. Zo sturen wij sinds het derde kwartaal van vorig jaar een startersbrief en wordt sinds 2006 al de UPO aan deelnemers verstrekt. Daarnaast hebben we als pensioenfonds sinds vorig jaar een eigen website, waarbij men van een pensioenplanner gebruik kan maken”, zo legt Mariëtte Simons, directeur van Stichting Pensioenfonds SNS Reaal, uit. En wat communiceren over indexatie betreft; dat doet het fonds al sinds 2005. “Ieder jaar krijgt iedere deelnemer van ons een brief met daarin vermeld hoe er dat jaar geïndexeerd wordt en waarom”, aldus Simons. Het pensioenfonds van de bank-verzekeraar kent een voorwaardelijke middenloonregeling met een voorwaardelijke prijsindexatie. Dit betekent dat bij een reële dekkingsgraad van 100 procent of hoger er volledig wordt geïndexeerd.
Hierover neemt het bestuur overigens altijd een besluit, het is geen automatisme. Is de dekkingsgraad lager dan 105% dan wordt er gekort, ook op de pensioenuitkeringen. Er wordt partieel geïndexeerd als de dekkingsgraad zich bevindt tussen de vereiste nominale dekkingsgraad (105% plus buffers in verband met risico) en de reële dekkingsgraad als deze lager is dan 100%. “Dit wordt ook zo naar de deelnemers gecommuniceerd en schept vooraf openheid over wat er gebeurt met de pensioenrechten. Of alle deelnemers de indexatiestaffel ook echt begrijpen, is nog niet onderzocht”, zo meldt de directeur van het pensioenfonds.
Over de roep om meer transparantie heeft Simons ambivalente gevoelens. “Enerzijds is het goed om volledig open te zijn. Geheimzinnig doen over iets roept immers al snel wantrouwen op. Maar aan de andere kant zijn er ook aspecten waar je minder transparant over wilt of kunt zijn. Denk bijvoorbeeld aan het beleggingsbeleid. Stel je hebt als fonds net een goede beleggingsstrategie bedacht. Als deze strategie naar buiten wordt gebracht zou dat de concurrentie op een idee kunnen brengen. Dat wil je natuurlijk voorkomen”, zo stelt de directeur. Volgens haar zijn er daarnaast ook altijd onderwerpen die vanwege de veelheid van informatie of ingewikkeldheid lastig zijn uit te leggen. “Dan is het van belang goed na te denken over de wijze waarop je zo’n onderwerp het beste te berde kunt brengen.”
Stichting Nedlloyd Pensioenfonds is elf jaar geleden al begonnen met open communicatie. In 1996 verscheen voor het eerst de Nedlloyd Pensioenkrant. Die was destijds bedoeld om alle betrokkenen uitleg te geven over de goede financiële positie van het zeevaartfonds. De pensioenkrant verschijnt inmiddels zes keer per jaar en bevat behalve pensioennieuws ook berichten over de onderneming. Verder heeft het fonds van de varensgasten een uitgebreide website via welke wordt getracht een voor iedereen toegankelijke uitleg te geven op het gebied van pensioen-en beleggingsnieuws, reglementen en cijfers. Zo verschaft een ‘pensioen ABC’ uitleg over ingewikkelde pensioenmaterie en financiële termen. Ook legt het Nedlloyd fonds op zijn website duidelijk uit wat er gebeurt als er in de levens van de deelnemers iets verandert, bijvoorbeeld een scheiding of een sterfgeval. Daarnaast kunnen deelnemers gebruik maken van de Pensioenpeiler; dat is een computerprogramma dat gepensioneerden, actieven en slapers inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die de pensioenregeling biedt.
Lezerspanel
Betekent dit dat Nedlloyd 11 jaar geleden al aan alle eisen die de Pensioenwet nu stelt voldeed? “Nou niet helemaal”, zo geeft Zimmerman toe. “De nieuwste eisen vragen behalve het tijdig sturen van informatie ook begrijpelijkheid. Daar zijn wij nu mee bezig. We hebben een lezerspanel in het leven geroepen en via dit panel willen we te weten komen of wat we sturen ook daadwerkelijk door de deelnemers begrepen wordt.” PNO Media, het vrijwillige bedrijfstakpensioenfonds voor de mediasector, gaat nog een stapje verder in haar communicatiebeleid. “Wij hebben gekeken naar wat het beste past bij onze doelgroepen. Dat bleek vooral het aangaan van de dialoog te zijn”, zegt Stephan Vollenbroek, communicatiemanager bij PNO Media. In één op één gesprekken legt het fonds de deelnemers de pensioenregeling uit. Deelnemers kunnen zich hiervoor via hun werkgever of via de website aanmelden. In 2007 hebben ruim 700 mensen een één op één gesprek gehad met de pensioenuitvoerder. Volgens Vollenbroek moeten dat er dit jaar nog meer worden.
Door de roep om meer transparantie maakt PNO Media sinds kort alle beleggingen openbaar (ook vastrentende en alternatieve beleggingen). Via de website krijgt de deelnemer volledige inzage in alle beleggingen en uitsluitingen van het mediafonds. Zo wordt de achterban op alle fronten geïnformeerd. “Dat eisen onze deelnemers ook”, aldus Vollenbroek. “Na de beruchte Zembla uitzending ‘het clusterbomgevoel’ lagen ook wij flink onder vuur. Wij hebben de signalen serieus genomen en zijn binnen een jaar één van de koplopers geworden in transparant communiceren.” Half februari publiceerde PNO Media dan ook een nieuwe code maatschappelijk verantwoord beleggen, met engagement als kern. Samen met de achterban heeft het bestuur besloten waarin wel en waarin absoluut niet belegd mag worden. “Transparantie stond bij ons altijd al hoog op de agenda. Door de nieuwe eisen uit de Pensioenwet en discussies rondom verantwoord beleggen is openheid van zaken nu nóg belangrijker geworden.” PNO Media werd in april winnaar van de PBM Communicatieprijzen. Deze prijs kreeg het fonds vanwege haar goede communicatie naar deelnemers.
Indexatielabel
Pensioenfondsen zijn duidelijk druk bezig met het voldoen aan alle eisen die de Pensioenwet stelt op het gebied van transparantie. Als voortvloeisel hiervan komt daar vanaf 1 januari volgend jaar zelfs nog een eis bij. Het indexatielabel. Ook dit label is een middel in de verbetering van de communicatie naar de deelnemer. Dit label moet (potentiële) deelnemers en gewezen deelnemers in een pensioenregeling en ook aan reeds gepensioneerden, inzicht geven in de inflatiebestendigheid van hun pensioenregeling. Volgens Piet Hein Donner, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, moet het label een belangrijke rol gaan spelen bij eerlijke communicatie over de kwaliteit van de toeslagverlening en zal het onmisbaar moeten zijn om een goed oordeel te vellen over de kwaliteit van de pensioenregeling. Informatie over de toeslagverlening dient volgens de minister op een beeldende en kwalitatieve maatstaf te worden uitgedrukt”, zo liet hij eind vorig jaar weten in Reflector, het magazine van de Nederlandse vereniging van assurantieadviseurs en financiële dienstverlening (NVA). Resultaat moet zijn dat deelnemers aan een pensioenregeling op een duidelijke en begrijpelijke manier worden geïnformeerd over de verwachtingen ten aanzien van de toekomstige toeslagverlening en de risico’s die daaraan verbonden zijn.
Onder pensioenfondsen lopen de meningen over het indexatielabel nogal uiteen.
Een deel van de pensioenregelingen zal moeten communiceren dat hun verwachte indexatie achterblijft en slecht afsteekt bij andere pensioenregelingen. Ook zijn partijen bang dat het indexatielabel zou kunnen worden gezien als kwaliteitskeurmerk voor de hele pensioenregeling en dat het mede daardoor zou zorgen voor onnodige onrust onder deelnemers.
Pensioenfonds ABP is echter een groot pleitbezorger van een indexatielabel voor pensioenen. “Zo’n label geeft klanten meer inzicht in de kwaliteit van het pensioen. En meer inzicht betekent meer vertrouwen.” aldus ABP-voorzitter Dick Sluimers, die bij de publicatie van de halfjaarcijfers 2007 zijn steun voor het indexatielabel uitsprak.
Zowel Van Aken van PMA als Simons van Pensioenfonds SNS Reaal hebben daarentegen hun twijfels over de invoering van het indexatielabel. Ook hier geldt volgens beiden dat de toch al vaak ingewikkelde pensioeninformatie door zo’n label alleen nog maar ingewikkelder wordt. Volgens Simons is het de vraag of er met dit label niet meer verwarring dan oplossing geboden wordt. Van Aken vreest ervoor dat mensen denken dat het label iets zegt over de gehele pensioenregeling terwijl het alleen maar over de indexatie gaat.
Ook Ton Zimmerman, directeur van het Nedlloyd Pensioenfonds zet zijn vraagtekens bij het indexatielabel. “Ik vraag me af of dit label wel past in de eisen van de Pensioenwet als het gaat om begrijpelijkheid.”
Bootjes
Uit onderzoek van TNS Nipo, dat onlangs aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, blijkt dat het merendeel van de Nederlanders het label niet begrijpt. Het gaat dan vooral om het beeldmerk. Dit is een plaatje van twee bootjes met in het midden een peilstok. Deze bootjes, of een ander logo, het is nu nog een concept, moeten straks duidelijk maken of een pensioenfonds wel voldoende indexeert. Het ene bootje geeft de verwachting onder normale omstandigheden aan. De andere verwachtingen bij zwaar weer. Een bootje dat vaart op een rivier met een hoog waterpeil, betekent dat je pensioen sneller groeit dan de prijzen (of de lonen). Een bootje dat nagenoeg op de bodem ligt, geeft aan dat het pensioenfonds niet indexeert. ”Het plaatje is nogal gecompliceerd”, meent Leny van der Heiden, waarnemend directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB). ”Natuurlijk moet er door de fondsen goed gecommuniceerd worden over de indexatieambitie en hoe die waargemaakt wordt. Ik ben dan ook zeker voorstander van het indexatielabel. Naar mijn idee is het echter wel belangrijk dat daar een beeld bijkomt dat door de deelnemers wordt begrepen. Anders heeft het label geen nut”, zegt Van der Heiden. De VB heeft samen met de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) en de Unie van Beroepspensioenfondsen (UvB) een alternatief beeldmerk ontwikkeld. Dit wordt nu getest op begrijpelijkheid. Volgens de waarnemend directeur van de VB speelt behalve de ingewikkeldheid van het plaatje ook gebrekkige pensioenkennis een rol bij de twijfel over het indexatielabel. 1 juli moet alle informatie over het nieuwe indexatielabel beschikbaar zijn en weten de pensioenfondsen waar ze aantoe zijn.
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|