Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Uitbesteding - waarom? En wat betekent het voor bestuurders?

Gepubliceerd op:  10 December 2004

De scheiding der machten die Montesquieu al in 1748 voor de inrichting van staten voorstelde, vormt ook een goed richtsnoer voor de pensioensector aan het begin van de 21e eeuw. Dat zijn ‘L’esprit des lois’ nog eens tot uitbesteding zou kunnen leiden, heeft hij vast niet kunnen vermoeden, volgens Joep Schouten en John Westerbrink van SFB Groep.

Montesquieu bepleitte de ‘trias politica’, de scheiding der machten. Wetgevende, uitvoerde en controlerende macht zouden onafhankelijk van elkaar moeten functioneren. Het is zinvol dit inzicht ook toe te passen op pensioenfondsen en een helder onderscheid te maken tussen het wat (beleid), het hoe (de uitvoering) en controle (toezicht).

Dat gaat zo in zijn werk. Vaststellen van het pensioenbeleid is de taak van het pensioenfondsbestuur: dit-en-dat moet gebeuren tegen die-en-die voorwaarden.

Vervolgens is er de uitvoering van het beleid door de uitvoeringsorganisatie. Deze zorgt dat wat gebeuren moet, ook daadwerkelijk plaatsvindt, binnen de randvoorwaarden die het fondsbestuur heeft gesteld. De uitvoerder gaat niet zelf beleid maken.

Ten derde is er de controle, de toetsing door de toezichthouder, in ons geval de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), tegenwoordig De Nederlandse Bank (DNB).

In toenemende mate wordt ook in pensioenland deze scheiding tussen beleid - uitvoering en toetsing ingevoerd, onder andere omdat de toetsing (controle en toezicht door PVK/DNB) de laatste tijd zwaarder en specifieker zijn geworden (zie figuur 1).


Montesquieu scheiding der machten

 wat
 wetgeving
 hoe
 uitvoering
 gebeurt het?
 controle

Pensioenfonds scheiding beleid en uitvoering?

 pensioenbeleid
 fondsbestuur
 uitvoering
 fonds of uitvoerder?
 toezicht
 PVK/DNB

Figuur 1


Van ‘trust me’ naar ‘show me’

De zwaardere eisen die de toezichthouder stelt, illustreren de enorme professionalisering die de pensioensector als geheel de laatste tijd heeft doorgemaakt. En dat proces zet zich naar verwachting nog wel even door. Bovendien is de pensioenbranche volwassen geworden en treedt zij meer voor het voetlicht. Ook is het maatschappelijk belang van de sector explicieter geworden. Er is meer aandacht voor zaken als solvabiliteit - heeft een fonds voldoende in kas om z’n verplichtingen na te komen. Men is zich bewuster geworden van economisch belang: met een belegd vermogen van 500 miljard euro speelt de pensioensector een significatie rol in de financiële sector en in de totale economie van ons land.

Met die toegenomen maatschappelijke belangstelling nam ook de eis van meer transparantie toe. Het was ‘trust me’, nu is het steeds meer ‘show me’ geworden. Vertrouwen is allang geen vanzelfsprekendheid meer. Bestuurders zullen het vertrouwen moeten verdienen en steeds opnieuw moeten waarmaken.

Ook die eisen van transparantie en de plicht tot verantwoording is sterker geworden. Daarbij is vanzelfsprekend het belang van communicatie toegenomen, iets dat nog eens wordt versterkt door de toegenomen mondigheid en alle keuzemogelijkheden die de problematiek dichter bij de mensen brengt.

Taak fondsbestuurders aanzienlijk verzwaard

Het zijn strengere en zwaardere eisen waar fondsbestuurders zich mee geconfronteerd zien; terwijl zij daarnaast ook nog gewoon hun andere taken als werkgever, werknemer of vakbondsbestuurder hebben. Ondertussen worden de bestuurders steeds maar weer geconfronteerd met enorme hoeveelheden nieuwe vragen. Over premie en premiebeleid. Over asset liability, de optimale afstemming van verplichtingen en bezittingen. Over nieuwe boekhoudregels en accounting standards. Over actuariële kwesties. Bestuurders kunnen onmogelijk op al deze gebieden deskundig zijn. Ze zijn hierbij afhankelijk van professionals die van zo’n specialisme hun vak gemaakt hebben, actuarissen, pensioenjuristen, vermogensbeheerders, administratiedeskundigen, ict-specialisten, economisch analisten, communicatiespecialisten. Deze hoef je als fonds niet allemaal zelf in huis te hebben, deskundigheid en professionaliteit zijn in te kopen of uit te besteden.

Inkopen of uitbesteden betekent verzekerd zijn van professionaliteit op de gebieden waar je het zelf niet bent. Maar dat houdt niet dat je het ook helemaal kunt overlaten. De bestuurder blijft wel degelijk zelf verantwoordelijk. Daarom zijn goede afspraken van groot belang; over verwachtingen, kwaliteit en prijs, controlecriteria.

Out- en insourcing vraagt om ander competenties

Uitbesteden of inhuren vergt wel een ander soort deskundigheid, andere competenties van bestuurder. De voornaamste is deze: zorgen controle te houden over de uitvoering. En waarborgen dat geleverde prestaties beoordeeld en getoetst kunnen worden aan de afgesproken kwaliteit.

Voor fondsen die alles nog zelf deden -beleid en uitvoering- was het altijd zaak de inhoudelijke deskundigheid goed op peil te houden. Nu er steeds meer sprake is van inhuren en uitbesteden, gaat het voor de bestuurder eerder over het beoordelen van deskundigheid van anderen en er goed mee leren werken. Vergelijk het met een auto; je hoeft echt niet te weten hoe ABS en ESP op je auto precies werken. Het is wel van belang dat je weet wat het is, zodat je kunt besluiten of je zoiets op je auto wilt hebben of niet. En dan helpt het als je weet hoe je het gebruikt, op droge of op gladde wegen, en bij voorwiel-, achterwiel- of vierwielaandrijving. Maar hoe het precies werkt, dat laat je keurig aan de deskundigen over. Voor de moderne fondsbestuurder die taken uitbesteedt en deskundigheid inkoopt, maakt de focus op de inhoud plaats voor beheersing, voor controle.

Speelveld afbakenen en ruimte laten

Tot de beheersingscompetentie van de fondsbestuurder behoort onder andere een goede afbakening van het speelveld van de deskundige of uitvoerder. Dat is belangrijk omdat daarmee ook aangegeven wordt welke speelruimte nog wel is toegelaten. En dus: hoeveel ruimte er is voor verbetering.

Wie als opdrachtgever alleen maar heel scherp inkoopt, heel gedetailleerd en op Tayloriaanse wijze omschreven, krijgt wat hij vraagt: een goedkoop, gestandaardiseerd product. Maar hij laat ook kansen lopen, omdat hij geen ruimte schept voor verbetering. Het is vaak beter niet alles dicht te timmeren maar ruimte te laten voor verbetering. Durf ook bij externe partners te investeren in r&d en in ontwikkelingspotentieel. Bied ruimte voor innovatie en voor nieuwe ideeën. Dat getuigt van visie. Zo is er jaren geleden door de directie van deze onderneming al gepleit voor ruimte om namens de pensioenbranche te communiceren met de samenleving. Dat zou beter zijn voor de pensioengerechtigde, voor de werkgever en voor de branche als zodanig, die zo gebaat is bij vertrouwen. Aan dat vertrouwen moet voortdurend gewerkt worden, anders wordt de legitimiteit ondermijnd. Maar indertijd was de branche daar niet voor. Want, zo was toen de redenering, het ingelegde geld was bestemd voor oudedagsvoorzieningen, niet voor reclame. Inmiddels is het tij gekeerd, denk aan de Pensioenkijker en aan alle campagnes. Nu wordt een veelvoud uitgegeven aan voorlichting om het vertrouwen dat tanende was weer te herstellen. Communicatie was en is cruciaal. Zonder openheid en transparantie ondermijnt de branche haar eigen legitimiteit. Dan gaat de pers vraagtekens zetten bij het bestaansrecht. En dat heeft negatieve invloed op het vertrouwen dat mensen in de pensioenbranche hebben. Waardoor de toezichthouder ingrijpt met maatregelen die het vertrouwen moeten herstellen door hoge eisen te stellen. Aan solvabiliteit maar ook aan bestuurders en aan uitvoerders.

Checks and balances

Goed pensioenbestuur pension fund governance hoe moet dat gestructureerd worden? Immers, pensioenfondsen zijn stichtingen en een stichting is eigenlijk van niemand. Zou een fonds alleen van de werknemers zijn (‘pensioen is uitgesteld loon’) dan kan de werkgever zeggen: de premie is ingelegd en u doet er maar mee wat u goed dunkt. Een tekort is dan je eigen verantwoordelijkheid. Daarmee komen we dichter bij een ‘beschikbare-premie systeem’ dan werknemersvertegenwoordigers lief is. Aan de andere kant is wel geopperd dat de sponsor betaalt, dus het fonds is van de werkgever. Maar ook daarmee zijn velen het niet eens. Het is dus een niet-afgeronde discussie. Ook de Pensioenwet neemt geen stelling. Het huidige model van de stichting die evenmin van iemand is past daar goed bij. De pensioenwereld wordt gedomineerd door de sociale partners, werkgevers en werknemers. Daar zijn wel kanttekeningen bij te plaatsen, maar het is in mijn ogen bepaald niet ongezond. En: het voorziet in een evenwichtig systeem van checks and balances.

DNB ziet toe, RvC is overbodig

Het uiteindelijke toezicht ligt natuurlijk bij De Nederlandse Bank. Sommige deskundigen pleiten de laatste tijd om nog een toezichtorgaan aan het pensioenfondsbestuur toe te voegen in de vorm van een raad van commissarissen. Dat is een vreemde figuur want een raad van commissarissen houdt namens aandeelhouders toezicht op het bestuur van een onderneming en ziet erop toe dat de bestuurders geen fratsen gaan uithalen die niet in het belang zijn van de aandeelhouder. Maar dat is bij een stichting helemaal niet aan de orde. Met een Raad van Commissarissen, zoals wel bepleit door adviesbureaus Allen & Overy en Boer & Croon ontstaat een vreemd gedrocht, een wonderlijke mengeling van bestuurs- en organisatievormen. Een vlucht in complexiteit.

Ook zelfuitvoerders gaan meer uitbesteden

Bij zelfuitvoerende fondsen zijn beleid en uitvoering feitelijk in één hand, bestuursleden leiden zelf hun uitvoeringsorganisatie. Dit zijn teveel eieren in een mandje. Het inzicht wint ook daar veld dat beleid en uitvoering beter wat verder uit elkaar gehaald kunnen worden.

De meeste bedrijfstakpensioenfondsen hebben beleid al gescheiden van uitvoering. Bij veel ondernemingspensioenfondsen is dat anders omdat zij bijvoorbeeld de administratie door de eigen onderneming laten doen. Het nadeel daarvan is dat voor de onderneming niet duidelijk is welke prijskaartje er aan de pensioenuitvoering hangt en dat er erg veel onzichtbare kosten en risico’s zijn.

Uitbesteding van uitvoeringsactiviteiten vindt bij bpf-en maar ook bij opf-en meer en meer plaats. Voornamelijk omdat het inzicht veld wint dat het fonds het beste gebaat is met een professionele uitvoerder die ook heel goed kan omgaan met de steeds meer complexe aangelegenheden die het gevolg zijn van DNB-toezicht, asset liability management, de nieuwe accountingrules, vermogensbeheer etc.


In samenwerking met: SFB Groep

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Dutch fund hangs tough with minor gains
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008