Leeftijdsdifferentiatie
Gepubliceerd op: 18 Mei 2009
Stelling: Pensioengelden moeten worden opgedeeld naar verschillende leeftijdsgroepen. Jongere deelnemers kunnen risicovoller beleggen dan de oudere klanten. Op die manier wordt het fonds opgeknipt in cohorten.
VOOR
 Eduard Ponds
Bij de financiering van collectieve pensioenen wordt door fondsen voor alle deelnemers dezelfde opzet gehanteerd. Een uniform ingevuld financieringsbeleid is vanuit het perspectief van de verschillende leeftijds-groepen echter niet optimaal; jongere deelnemers hebben baat bij veel risico in het beleggingsrisico terwijl de oudere deelnemers juist geen of weinig risico dienen te nemen. Leeftijdsdifferentiatie binnen het pensioenbeleid kan een oplossing zijn.
Bovendien wordt de komende jaren een vergrijzing van het deelnemersbestand voorzien. Het groeiende belang van ouderen kan op zichzelf reden zijn om het beleid meer op de oudere deelnemer af te stemmen. Hetgeen wel betekent dat het beleggingsbeleid in de praktijk conservatiever – dus minder aantrekkelijk voor jongeren – wordt. Ik stel voor dat pensioenfondsen een leeftijdspecifiek indexatiebeleid introduceren. De indexatie van ouderen blijft daarbij gerelateerd aan de lonen, zoals nu. Voor jongeren wordt die gekoppeld aan het pensioenfondsrendement. Naarmate de deelnemer ouder wordt, zal de rendement-indexatie geleidelijk worden vervangen door loonindexatie.
Met dit voorstel wordt het risicoprofiel van de deelnemers aangepast in de richting van de inzichten van optimale levensloopplanning. In ruil voor het geaccepteerde rendementsrisico krijgen jongere deelnemers het vooruitzicht op een hogere verwachte aangroei van hun aanspraken. Ze kunnen meer risico lopen omdat ze nog een lange resterende arbeidsperiode hebben, dus meer flexibel zijn om tegenvallers op te vangen. Het is zeker voor vergrijzende fondsen een aantrekkelijk alternatief omdat op maat kan worden gestuurd – op zowel indexatiezekerheid voor ouderen als een aantrekkelijk rendement voor jongeren.
Dit gaat niet ten koste van de solidariteit. Bij de loonindexatie blijft de risicodeling in stand zoals veel pensioenfondsen nu via de indexatiestaffel regelen. Kortom, laat de jaarlijkse verhoging van pensioenen bij jongeren afhangen van het rendement op de beleggingen en handhaaf bij de deelnemers die dichter bij de pensioengerechtigde leeftijd zitten het loon als leidraad. Bij de implementatie kan men denken aan een segmentatie in drie leeftijdsgroepen: jong, middelbaar en gepensioneerd. Uiteraard kan de segmentatie worden doorgevoerd tot op cohortniveau.
Had leeftijdssegmentatie binnen pensioenregelingen bestaan voordat de kredietcrisis begon, dan was voor ouderen een veel conservatiever beleid gevoerd waarmee de dekkingsgraad minder laag was uitgevallen. Pensioenfondsen hadden dan een veel betere sol-vabiliteit kunnen tonen en bewaken dan in de huidige systematiek.
Eduard Ponds, hoogleraar economie collectieve pensioencontracten verbonden aan de Universiteit van Tilburg, Netspar en APG.
TEGEN
 Peter Eenshuistra
De stelling suggereert dat individuen zelf kunnen uitmaken op welke wijze wordt belegd in de portefeuille van het pensioenfonds. Ik denk dat het pensioenfondsbestuur verantwoordelijk moet blijven – ook voor hoe die zijn beleggingen inricht. Dat kun je niet op het bord van de deelnemers leggen.
Ik ben voorstander van onderzoek naar differentiatie maar krijg de indruk dat leeftijdssegmentatie neigt naar de defined contribution-regelingen waarin de werkgever tegen de werknemer zegt: ‘Ik heb tienduizend euro per jaar over voor jouw pensioenzorg en zeg maar hoe je dat had willen besteden.’ We zetten daarmee de solidariteit van ons pensioenstelsel op losse schroeven.
Elke keuze die je maakt met betrekking tot het beleggingsbeleid heeft consequenties voor de uitkomsten van het pensioencontract. Doe je dat naar cohortes, dan vraag ik mij af wat je nog meer doet dan het treffen van een individuele regeling – en dat is wellicht de doodsteek aan het pensioenfonds en op termijn aan het Nederlandse pensioensysteem.
Wil de jongere groep meer risicovol beleggen, dan zal de dekkingsgraad aannemelijkerwijs veel meer op en neer gaan. Wat betekent dat in een crisistijd voor het dekken van de kosten van de oudere generatie? Je zit uiteindelijk toch met zijn allen binnen dezelfde regeling, ook al heb je te maken met verschillende investeringsprofielen.
Dat is mijn bezwaar. Individualisering binnen een pensioenfonds leidt tot een enorme volatiliteit binnen dat fonds. Of ga je de cohorten zo afschermen dat ze los van elkaar komen te staan? Dat lijkt mij niet bevorderlijk voor het pensioenproduct.
Elk pensioenfonds heeft een andere demografische opbouw. Je hebt relatief jonge fondsen zoals Pensioenfonds Zorg en Welzijn, en relatief rijpe fondsen als Pensioenfonds Predikanten. Ons fonds (Predikanten, red.) zou door het oudere deelnemersbestand slechts voor een heel klein deel risicovol kunnen beleggen. Ik kan de gevolgen daarvan niet overzien in deze hypothese, maar denk wel dat ons fonds daarmee flink uit balans zou raken.
Kortom, je riskeert een forse disbalans in je beleggings-portefeuille als je die inricht naar leeftijdscohortes. De toezicht-houder zou als gevolg daarvan aanmerkelijk hogere buffereisen willen stellen om nog aan de veilige kant van de streep te blijven. Ja, het is waar dat jongeren aanmerkelijk meer financieel risico kunnen nemen – ik ben dan ook voorstander van verdere studie – maar je kunt dat ook bereiken door daar in de doorsnee van je portefeuille mee te werken, niet door segmentatie naar leeftijd.
Peter Eenshuistra, directeur Pensioenfonds Predikanten.
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|