Het geweten van de organisatie

Gepubliceerd op:  18 Mei 2009

Het huidige economische klimaat noopt tot een veranderende rol van de compliance officer, schrijft Esther Gotink

De kredietcrisis is als een tornado door de wereld getrokken en heeft een spoor van vernieling achtergelaten. Pensioenfondsen gooien zichzelf een flinke plons water in het gezicht en nemen de schade op. Herstelplannen zijn ingeleverd, toeslag-verleningen uitgesteld. Wat volgt is een fase van ontnuchtering. Een fase waarin bovenal moet worden besloten hoe het vertrouwen van pensioendeelnemers kan worden hersteld.

“Vertrouwen heeft in de pensioensector een heel andere functie dan in bijvoorbeeld het bankwezen”, zegt Alfred Slager, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg en hoofd beleggingen bij Stork Pensioenfonds. Hij is gespecialiseerd in beleggingsbeleid en publiceerde over compliance bij pensioenfondsen. “Als de consument iets niet bevalt bij zijn bank, dan gaat hij in een slaapzak voor de bank liggen om zijn geld op te halen. Dat zal bij een pensioenfonds niet snel gebeuren. Prettig voor het fonds misschien, maar het legt natuurlijk een veel zwaardere claim op de vertrouwensfactor.”


IN HET KORT
■ Vertrouwen moet worden herwonnen
■ Wetgeving is slechts minimumkader
■ Bewustwording gaat meer tellen
■ Compliance officer speelt daar grote rol in


De lat moet omhoog

Veel banken en verzekeraars hebben aandeelhouders die hun stempel op de organisatie drukken. Slager: “Zij kunnen slecht functionerende managers in een aandeelhoudersvergadering naar huis sturen. Pensioenfondsen voelen die tucht niet. Dus moet veel meer worden gehandeld naar eer en geweten.”

Joanne Kellerman van De Nederlandse Bank (DNB) liet onlangs tijdens een speech duidelijk weten dat de governance- en compliancelat omhoog moeten (zie ook het interview op pagina 23). Ze stelt vast dat mora-liteit een steeds belangrijkere rol gaat spelen, en dat het de taak is van de compliance officer om zich snel aan te passen aan deze ontwikkeling. ‘Het gaat niet meer alleen over regulering, maar over gedrag en mentaliteit, niet meer alleen over compliance maar over compliance en integriteit.’ Ze spreekt van een ‘nieuwe duurzame bedrijfscultuur’ die nodig is om het vertrouwen in de financiële sector terug te winnen. ‘Daarbij is het de taak en verantwoordelijkheid van de compliance officer om de brug te slaan tussen wetgeving en cultuur.’

Voorheen was de rol van compliance officer tamelijk eendimensionaal, vertelt Gerben Everts, zelf verantwoordelijk voor compliance bij APG Asset Management. “Het ging dan vaak om een jurist of accoun-tant die de naleving van de mi-nimale wettelijke vereisten toetste. De compliance officer is vandaag de dag steeds meer het schaap met de vijf poten: iemand die over alle disciplines heen werkt en genoeg kennis en analytisch vermogen bezit om kritische kanttekeningen te plaatsen bij bepaalde keuzes en producten. We zijn het geweten van de organisatie.”

Volgens Everts is het terrein van ethiek en integriteit bij veel financiële instellingen nog onontgonnen. “Tien jaar geleden gingen we als sector pas concreet aan de slag met zaken als de gedragscode, en dat had heel wat voeten in de aarde. Nu pas raakt iedereen er langzamerhand van overtuigd dat een code of conduct goed is voor het functioneren van de kapitaalmarkten. Er gaat nog steeds een heleboel fout omdat het nog tussen de oren van de mensen moet komen. Hier ligt volgens de terechte opmerking van Kellerman een belangrijke taak voor compliance. Het moet niet alleen gaan om de letter maar ook om de geest van de wet.”

Alfred Slager wijst op het feit dat de Nederlandse pensioendeelnemer tot voor kort nog een welhaast grenzeloos vertrouwen in zijn pensioenfonds had (onderzoek Van Dalen en Henkes, 2006) maar dat nu paniek lijkt toe te slaan. Hij noemt de credit crunch ‘een financiële crisis die is uitgelopen op een economische en vervolgens een ethische crisis’.

“Gepensioneerden voelen zich machteloos. Ze horen dat er niet wordt geïndexeerd en denken: ‘Hé, daar heb ik niet voor getekend!’ Men ging er van uit dat wat in de pensioenregeling werd geïnvesteerd een vorm van uitgesteld loon was. Dat is lang niet meer altijd zo zwart-wit. De taak van compliance officer kan zodanig worden opgerekt dat hij dit meer expliciteert. Spel als fonds je verwachtingen uit aan de deelnemer, zodat je samen over veertig jaar nog door één deur kan.”

Wetgeving moet worden gezien als een minimumkader, waarop je altijd meer mag en zou kunnen doen, formuleert Peter Borgdorff het. Hij leidt Pensioenfonds Zorg en Welzijn. In zijn voormalige functie als directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) hielp hij in 2004 met het opstellen van een ontwerpcode voor goed pensioenfondsbestuur. “De VB-code schreef veel meer voor dan de code die uiteindelijk werd verankerd in de Pensioenwet. Achteraf gezien juich ik deze minder strikte benadering toe. Het dwingt meer tot het zoeken naar wat specifiek bij jouw fonds past. Ik ben voorstander van zelfregulering, ik geloof heilig in het dragen van verantwoordelijkheid in eigen kring.”

De kleine lettertjes

De pensioensector heeft op dat vlak nog wel wat te leren, stelt Borgdorff: “Toegegeven, wij zitten niet in marmeren kantoren en betalen onszelf geen dikke bonus. Bij financiële instellingen waar dat wel het geval was – en die veelal een grotere medezeggenschap hebben – liep het uit de hand, niet bij ons. Maar dat wil niet zeggen dat pensioenfondsen geen enkele blaam treft. Wij waren als institutionele beleggers betrokken bij de instellingen die nu zo worstelen, dus moeten we ons afvragen: hebben we onze stem wel verheven tegen de beloningsverhouding en tegen de doorlopende roep om winstmaximalisatie, en hebben we de deelnemers van de pensioenregeling wel voldoende geïnformeerd over de risico’s die in het systeem zaten? Dat hebben we misschien in de kleine lettertjes gemeld, maar niet expliciet gemaakt. We hebben er met zijn allen maar zo min mogelijk over gezegd.”

Tijd om de hand in eigen boezem te steken en gedrag en mentaliteit meer naar de voorgrond te brengen, concludeert hij. “We kunnen niet aannemen dat mensen achter ons blijven staan omdat we het allemaal zo goed bedoelen. Ze verlangen uitleg en dat moeten we serieus nemen. We kunnen niet langer zeggen dat bepaalde zaken er niet toe doen – ze doen er wél toe. Ik onderschrijf Kellermans mening dat compliance en governance hernieuwde aandacht verdienen.”

Ook René Bastian, directeur van de Unie van Beroepspensioenfondsen, steunt de opmerkingen van Kellerman: “Ze vraagt om een andere mindset van fondsen. Dat hebben we in de governance code proberen te operationaliseren, maar uiteindelijk gaat het om je attitude – niet of je je louter aan de wet conformeert.”

Volgens Bastian stonden beroepspensioenfondsen eerder open voor intern toezicht dan andere fondsen. “Ik denk dat dat komt omdat onze besturen bestaan uit beroepsbeoefenaren zelf. Die hebben een houding van: ‘als het moet, dan maken we er een succes van’.” Hij zegt bij andere fondsen vrij lang kritische geluiden over intern toezicht te hebben opgevangen: “Je laat anderen in de keuken kijken en dat is even wennen. Bij ons werd daar anders op gereageerd omdát we als deelnemers in het bestuur al in die keuken keken.”


Vreemde eend
De principes van goed pensioenfondsbestuur zijn bij wet verankerd, maar fondsen krijgen een zekere vrijheid in de invulling. Zeven beroepspensioenfondsen kozen een unieke constructie: zij brachten het interne toezicht onder in de Stichting Dienstverlening Beroepspensioenfondsen (SDB). “We zijn een vreemde eend in de bijt”,  zegt UvB-directeur René Bastian die de stichting leidt. “We kennen geen sociale partners of CAO en onze pensioenen zijn verplichtgesteld, dus regelen we bepaalde zaken op andere wijze.” Zo is de SDB bedacht als samenwerkingsvorm die de governance regelt. Elk fonds levert een commissaris aan de SDB. “We hebben dus een pool van deskundigen, waaruit een commissie van drie wordt samengesteld om het intern toezicht bij een fonds uit te voeren. Het was een interessantere prijs-kwaliteitverhouding dan we in de markt aantroffen.”


Dochters van Tabaksblat

Stefan Peij, directeur van de Governance University die gericht is op het professionaliseren van intern toe-zicht, zegt dat de terreinen corporate governance en compliance pas begin deze eeuw volwassen werden, versneld door boekhoudschandalen als Enron en WorldCom. “Code Tabaksblat was voor veel sectoren een wekker om eens goed na te denken over governance. Wat betreft gedrag was duidelijk sprake van normvervaging, dus werden als eerste de code of conducts aangepakt. Er zijn verschillende ideeën over wat een commissaris, een aandeelhouder, een bestuurder zou moeten doen en dat werd scherper neergezet. In drie jaar tijd werd een governance code gelanceerd in zo’n twaalf andere sectoren – ze worden ook wel ‘de dochters van Tabaksblat’ genoemd – en de pensioen-sector was daar één van.”

Peij, die evenals Borgdorff zitting had in de VB-werkgroep voor de ontwerp-governance code, pleit voor permanent intern toezicht. “Omdat dat leidt tot een efficiëntere en kwalitatief betere governance. Maatschappelijke partijen vinden het steeds minder accep-tabel dat het interne toezicht bij pensioenfondsen vrijheid blijheid is. Veel fondsen kiezen voor een visitatiecommissie maar dat wordt niet algemeen erkend als intern toezicht – meer als een optie die in de governance code werd opgenomen onder druk van pensioenfondsen die vreesden voor een machtsverschuiving. Naar mijn mening moeten stakeholders – en met name gepensioneerden en slapers – op bestuursniveau een stem krijgen.”

De governance-goeroe vreest dat zelfregulering in het geding komt als fondsen hun governance niet voortva-render aanpakken. “De sector moet de oproep van Joanne Kellerman interpreteren als een kans om weer eens met de code aan de slag te gaan door meer de zachte disciplines aan te pakken in plaats van aan te sturen op de noodzaak voor striktere regelgeving.”

Hij roept fondsen op alvast goed hun huiswerk te doen. “Een visitatiecommissie is een aardig begin: het is een beetje oefenen met het kijkje in de keuken, maar het is beter een raad van commissarissen-model in te voeren. Ik vermoed dat het daar vroeg of laat toch op aankomt, dus kunnen fondsen daar beter vast mee aan de slag gaan.”

We hebben nog altijd het beste pensioensysteem ter wereld, onderstreept Slager. “Dat moeten we niet vergeten. Desondanks kan het geen kwaad terug te keren naar de tekentafel. Fondsen moeten werken aan bewustwording en ruimte geven aan debat. Zaken als voorwaarde-lijke indexatie moeten transparanter en begrijpelijker worden gemaakt. De compliance officer kan hier een proactieve rol in spelen.”

Meer interne discussie

Everts stelt voorop dat de compliance officer princi-pieel dient te handelen. “Hij of zij moeten durven zeggen: hierin gaan we te ver, daar doen we niet aan mee. Ook al doet de rest van de wereld het wel. Als bepaalde investeringen tegen de principes van het fonds indruisen – ook al zijn ze wettelijk geoorloofd – moet je ze niet doen. De regulatoire arbitrage in de overgang van het regime van kapitaaleisen is daar een goed voorbeeld van.

“Banken stootten en masse tijdelijk activa af in speciale vehikels en konden met gelijkblijvende kapitaaldekking nieuwe risico’s aangaan. Keer op keer. De hele wereld deed mee. Pensioenfondsen en toezichthouders wisten heel goed dat dit soort constructies buiten de balans werden gehouden en het feitelijke risico van de bank steeds minder goed werd gedekt door het verplicht voorgeschreven kapitaal. De gevolgen kennen we.

“Van de andere kant is het evengoed mogelijk dat bepaalde beleggingen maatschappelijk omstreden zijn maar binnen jouw organisatie wel gegrond blijken – in dat geval is het goed de interne discussie te voeren zodat je niet voor het blok staat als er van buitenaf kritiek volgt. Dat knaagt aan je reputatie. Integriteit wordt het element waarin financiële ondernemingen zich zullen onderscheiden en hun duurzaamheid zullen bewijzen.”

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• IAS 19: Angst vor der eigenen Courage?
• Sparkasse Osnabrück mag es 2010 einfach
• Deutschland muss Europas SRI-Vorreiter werden
Nordic Region Pensions & Investments News
• Lobbying for a Nordic solution
• Timo Viherkenttä, Keva
• How to capitalise on second-hand treasures
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Mattioli Woods secures Freedom Sipp book
• DWP stands by FAS figures
• Solvency II fears cause Axa to pull annuity pilot
Professional Wealth Management
• A new era in wealth management
• Time for a health check
• Will hedge funds make Santa’s list?
NIEUWSBRIEF



 ARCHIEF




Contact

Abonnementen

Privacy Policy

Terms and Conditions

Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2010