Heeft fiduciair vermogensbeheer de kredietcrisis doorstaan?
door HjalmarTjan, Senior reporter
Gepubliceerd op: 23 Juni 2009
Fiduciair management is in de Nederlandse pensioensector inmiddels een vaste waarde. Hoe heeft deze nog jonge vorm van vermogensbeheer de crisis doorstaan? Tegelijkertijd is nog lang niet iedereen het eens over de inhoud van het begrip ‘fiduciair’ beheer. Tijd voor een evaluatie, vinden Anke Claassen en Hjalmar Tjan
De term fiduciair beheer is in korte tijd een modewoord geworden in de Nederlandse pensioensector. Aanbieders vullen dit begrip in naar eigen inzicht, wordt vaak gezegd. Heeft het daarom wel zin om überhaubt tot een definitie te komen zoals Dufas dat onlangs in zijn principles heeft geprobeerd?
FRITS BOSCH: Ik definieer fiduciair beheer als volgt: een vorm van servicegericht, geïntegreerd vermogensbeheer dat in het teken staat van het behalen van de doelstellingen van het pensioenfonds in relatie tot de verplichtingen. Dat is voor mij de definitie.
JOSE SUAREZ MENENDEZ: De term ‘fiduciair’ is ongelukkig gekozen, omdat het de lading niet helemaal dekt. Fiduciair beheer impliceert namelijk iets dat niet wordt geboden omdat er geen overdracht van verantwoordelijkheid plaatsvindt. Daarnaast vult elke aanbieder het begrip anders in. Als iets rood is, dan noem je dat toch rood en geen groen of oranje? De keuze voor die term leidt tot een inherente discussie over wat er nu wel en niet onder valt. Dat is onhandig. Dat komt de duidelijkheid en de transparantie allerminst ten goede. Ik denk dat integraal vermogensbeheer het pakket aan uitbestede taken dat eronder zou moeten vallen veel beter omvat.
DRIES NAGTEGAAL: Integraal vermogensbeheer is een prima term omdat die refereert aan de doelstellingen die je als pensioenfonds hebt. Je zorgt ervoor dat iedere externe partij die je inschakelt jouw doelstellingen overneemt. Alles wat je eraan toevoegt, of dat nu een term als ‘fiduciair’ is of niet, leidt alleen maar tot verdere discussies over de wijze waarop je dat zou moeten insteken. Dat elke vorm van externe uitbesteding servicegericht moet zijn, mag duidelijk zijn.
FB: Nee, dat is niet zo duidelijk omdat we juist onderscheid tussen verschillende soorten aanbiedingen van vermogensbeheer maken. Je hebt echt het productgericht vermogensbeheer, waarbij een vermogensbeheerder diverse soorten producten aanbiedt. Daar valt fiduciair management niet onder, want dat is een echt servicemodel. Hetgeen iets heel anders is dan een vermogensbeheerder die een bepaald product heeft ontwikkeld en dat verkoopt. Dat product is dan niet gericht op de specifieke doelstellingen van een specifiek fonds.
MARCEL ROBERTS: De term suggereert dat de verantwoordlijkheid verschuift van het pensioenfondsbestuur naar de vermogensbeheerder. Dat is niet zo. Dat is in Nederland ook wettelijk zo geregeld. Fiduciair beheer is gewoon integraal vermogensbeheer. Geen enkele Nederlandse aanbieder zal het in zijn hoofd halen om de term zoals wij die in Nederland uitleggen te gebruiken in het buitenland. Dat is veel te gevaarlijk, omdat de term meer belooft dan ze in werkelijkheid inhoudt. Servicegericht integraal vermogensbeheer is ook ongeveer de definitie die in de Dufas-code wordt gebruikt. Bij Syntrus Achmea zijn wij vijf jaar geleden begonnen met de term pensioenbelegggen, die veranderde naar financieel pensioenmanagement dat op den duur fiduciair pensioenmanagement werd omdat de hele markt die term gebruikt. Uiteindelijk geldt: Je moet als aanbieder goed aan de klant kunnen uitleggen wat het inhoudt.
MATHIJS VAN GOOL: Precies. Het pensioenfonds bepaalt uiteindelijk zelf welke invulling het kiest, en gaat dan in zee met de aanbieder die dat het dichtst kan benaderen. De term staat daar mijns inziens los van. Overigens is het wel belangrijk dat het woord vermogen erbij wordt vermeld. De term ‘fiduciair beheer’ kan van alles en nog wat betekenen. Het moet duidelijk zijn dat het om een vorm van vermogensbeheer gaat.
npn: Toen fiduciair vermogensbeheer zijn intrede deed, bleek het verschil in servicegerichtheid tussen de verschillende aanbieders nog enorm. Is dat inmiddels veranderd?
MR: Volgens mij gaan nog steeds veel partijen uit van de meeste enge definitie van fiduciair management namelijk: multimanager, of meerdere assetmanagers binnen een portefeuille, of meerdere categorieën binnen een portefeuille.
LEO DOOPER: Is daarom de term integraal vermogensbeheer niet even verwarrend als het modewoord fiduciair vermogensbeheer? Uiteindelijk belegt het pensioenfonds niet om het beleggen, maar om zijn doelstellingen te realiseren. Of je daar allemaal gradaties – van ultralight tot strong – aan plakt, is meer een gevolg van het feit dat we niet precies weten waar we het over hebben met elkaar. Dat is volgens mij nog steeds zo.
MARK BURBACH: De uitvoering en de dienstverlening en de verantwoordelijkheden verschillen nogal van aanbieder. Mijns inziens heeft fiduciair beheer een harde en een softe kant. De harde kant is vooral gerelateerd aan het vermogensbeheer, en dan vooral de cijfers in de verslaglegging (hoe goed heeft een fonds het gedaan). De softe kant is het onderdeel van het totale pensioenbeheer: hoe regel je dat en praat je daarover met de opdrachtgever? Dat is heel belangrijk maar raakt vaak ondergesneewd in de discussie, reden waarom de aandacht voor die softe kant waarschijnlijk ook van aanbieder tot aanbieder verschilt.
FB: Daarom hebbben consultants de verantwoordelijkheid om de vertaalslag te maken tussen wat een aanbieder daadwerkelijk aanbiedt en waar het pensioenfonds behoefte aan heeft. Dat is voor elk fonds anders. Daarnaast moet hij of zij controleren of de prestaties die contractueel overeen zijn gekomen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Op die manier bekeken mag er best verschil zijn, al denk ik dat de meeste aanbieders steeds servicegerichter zullen opereren omdat de sector maar ook de wetgever dat verlangt.
JS: Ik zie ook daar een bezwaar aan kleven. Er zijn nogal wat taken die binnen het pakket van de fiduciaire beheerder vallen, terwijl deze zelf bijvoorbeeld ook weer een deel van het vermogensbeheer uitbesteedt. Daarnaast heb je dus ook nog een consultant nodig. Dan krijg je op een gegeven moment toch een kerstboom die vol hangt met deeltaakjes die samen enorm veel geld kosten.
FB: Maar als een pensioenfonds zelf te weinig deskundigheid in huis heeft, zal toch iemand anders het moeten doen.
npn: Zijn er veel pensioenfondsen die fiduciair management zien als laatste redmiddel?
MB: In Nederland leggen we nu een aantal zaken langs de meetlat. We moeten voorzichtig zijn daar te snel een aantal conclusies aan te verbinden. Maar het is waarschijnlijk zinvol dat een aantal besturen zichzelf de vraag stelt: moeten wij op deze manier nog verder gaan en wat zijn de alternatieven? Het is heel verstandig daar goed over na te denken, al dan niet met behulp van gespecialiseerde consultants.
MVG: Het is niet verstandig om vanuit een ongezonde situatie zomaar bij een fiduciair manager aan te kloppen. Besturen die kiezen vanuit een gezond vertrekpunt doen dat omdat ze behoefte hebben aan een betere, meer gestructureerde wisselwerking tussen alle disciplines, zoals rapportage, risico’s en managerselectie. Hoe een fiduciaire manager die processen intern controleert, is iets waar het pensioenfonds zich goed over moet laten informeren. De communicatie tussen bestuur en manager moet onberispelijk zijn. Dat is ook een ontwikkeling die ik signaleer; aan communicatie wordt steeds meer aandacht besteed.
MR: Is het wel allemaal een kwestie van deskundigheid? Binnen het bestuur van een pensioenfonds moet een balans bestaan tussen enerzijds deskundigheid en anderzijds de kwaliteit van bestuur. Aan een bestuur met alleen maar deskundigen heb je niets, je hebt ook mensen nodig die bijvoorbeeld in staat zijn om de beleggingscommissie, een adviseur en een fiduciair manager aan te sturen. Je moet het zoeken in de combinatie. De mensen in het bestuur moeten ook zelf kunnen aangeven wat zij denken dat goed is voor hun fonds. Zij moeten in staat zijn om op de juiste wijze gebruik te maken van de kennis van consultants en van hun vermogensbeheerder. Dat is ook vanuit de vermogensbeheerkant bezien de juiste kruisbestuiving.
JS: Dat klopt. Het lijkt mij ook prima dat een vermogensbeheerder zijn klanten up to date houdt over de laatste ontwikkelingen. Waar ik mij echter een beetje aan stoor is dat door de marketing rond fiduciair beheer de illusie ontstaat dat voor de introductie van dit concept niets aan dit alles werd gedaan. Sinds 1994 bestaat er in de Verenigde Staten al een Prudent Investor Act waarin staat dat een vermogensbeheerder met een integrale blik naar zijn klant moet kijken en niet naar het enkele beleggingsinstrument. Dat integrale karakter moet je als pensioenfonds altijd van je vermogensbeheerder kunnen verwachten. Dat is niet iets dat je enkel kunt eisen als die vermogensbeheerder toevallig het etiketje ‘fiduciair’ heeft opgeplakt.
npn: Het succes van het fiduciaire model wordt voor een groot deel toegeschreven aan de toegenomen complexiteit van regelgeving en de daarmee samenhangende consolidatie-ontwikkeling. Heeft het model, nu ook tijdens de kredietcrisis, de beloften kunnen waarmaken?
LD: Er bestaan geen wetenschappelijke proeven waarmee je kunt laten zien of het wel of niet werkt. Er moet dringend onderzoek worden gedaan of een bepaalde vorm van fiduciair beheer nu echt positieve consequenties heeft gehad op de bedrijfstak waar deze voor is ingezet. Als je naar de markt kijkt, zie ik twee overwegingen waarom men met een fiduciair in zee gaat: Je hebt situaties waarin men goed heeft nagedacht over de eigen situatie van het pensioenfonds en geconcludeerd heeft dat dit model de beste oplossing is. Je ziet helaas ook pensioenfondsen die echt met de handen in het haar zitten en denken: dit is een strohalm waar ik me aan vastklamp want het kan een aantal van mijn problemen oplossen. Dat is het probleem waar we het hier over hebben.
MR: Het is lastig om daarop te reageren omdat de definitie door iedereen anders wordt ingevuld. Je kunt daarom geen eenduidig antwoord geven of fiduciair management nu wel of niet goed heeft gewerkt. Het model legt de aandacht veel meer bij managerselectie en risicobeheer dan voorheen het geval was. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is geweest die zijn nut prima heeft bewezen. Ook in deze crisistijd.
FB: Dat antwoord durf ik niet te geven. Voor de crisis heeft het FTK, de wetgeving dus, er al voor gezorgd dat vermogensbeheer veel meer op balansmanagement en risicobeheer is gedreven. Maar de afgelopen twaalf maanden zijn wij met zijn allen verzeild geraakt in een situatie die bijna iedereen flink heeft onderschat. Met iedereen bedoel ik zowel de toezichthouders als de consultants als de pensioenfondsen én de vermogenbeheerders. Meer dan de helft van de pensioenfondsen zijn met hun dekkingsgraad onder de honderd gedoken. Dat had nooit gemogen.
DN: Ik weet niet of je dat kunt zeggen. Je moet heel voorzichtig omspringen met allerlei waardeoordelen over de situatie in 2008. Ik zou me kunnen voorstellen dat over een paar jaar een aantal fondsen dat er nu slecht voor staat, het achteraf gezien per saldo beter heeft gedaan dan we nu denken. Los daarvan hangt er nog veel af van de mate waarin de sponsor bereid is om eventuele tekorten bij te storten. Tussen ondernemingspensioenfondsen bestaan op dit punt enorm grote verschillen. Sommige kunnen in hun handen wrijven omdat de sponsor naar de lange termijn durft te kijken en nu de tekorten bijstort. Andere sponsors zullen nu misschien zeggen: één keer en nooit meer.
npn: Als risicobeheer één van de speerpunten van fiduciair management is, en risicobeheer blijkt in de aanloop naar de kredietcrisis onvoldoende aandacht te hebben gekregen, wat zegt dat over het model? Hoe kan dit in de toekomst worden verbeterd?
FB: De focus op risico zal nog intenser worden. De fiduciair beheerder zal het vermogensbeheer steeds meer insteken vanuit risicobeheer. Dat is een goede zaak, want we praten hier over de doelstellingen van pensioenfondsen. Een fonds is verplicht om toch een grote mate van garantie te kunnen geven om ten minste in nominale pensioenen te kunnen voorzien, en daarna liefst nog indexatie.
MR: We hebben de crisis volgens mij niet onderschat. We zitten met zijn allen in hetzelfde schuitje dat kapitaalsysteem heet. Die keuze hebben we met elkaar gemaakt. Vervolgens maak je een integraal risicopakket. Daarin neem je tevens het risico mee dat de sponsor bereid is te lopen. In dat totale plaatje is de vermogensbeheerder weer een onderdeel, waaruit op zijn beurt de mate van vermogensbeheerrisico voortvloeit. Toch is het de bedoeling dat je als vermogensbeheerder, maar ook als pensioenfonds, blijft kijken naar het totale huis dat je hebt neergezet. De aanhoudende lage lange rente buiten beschouwing gelaten, vind ik dat het huis in al deze hevigheid redelijk is blijven staan.
MB: Ik maak me zorgen dat we nu juist te veel focussen op het gebruik van het woord risico. Identificeer en onderken de risico’s, deze kunnen per pensioenfonds verschillen. Ga vervolgens creatief een oplossings- en uitvoeringsagenda bepalen in samenwerking met het fonds. Daarnaast is creatief met kansen omgaan evenzeer een speerpunt van de fiduciair manager. Dat is de andere kant van de medaille die we niet moeten vergeten. Dat neemt niet weg dat we twee jaar geleden allemaal wat meer naar de specifieke risico’s hadden moeten kijken. Momenteel heeft sturen op nominale pensioenen de aandacht, maar we moeten een redelijke balans vinden. We kunnen niet alle pijlen blijven richten op derisking want dat gaat ten koste van indexatiepotentieel. Men moet in ieder geval goed nadenken over de consequenties en elk fonds zal een aantal scenario´s moeten laten doorrekenen en uitproberen. Daar kan een integraal vermogensbeheerder eveneens een hele goede rol in spelen.
npn: Dat doorrekenen gebeurt toch al jaren in de ALM-studies? Toch is men niet in staat geweest om de risico’s van een hevige crisis als deze bloot te leggen. Heeft de ALM-studie in zijn huidige vorm zijn langste tijd gehad?
JS: Qua model is het te statisch en de lange termijn van vijftien jaar is onrealistisch gebleken in de afgelopen tien jaar. Het houdt te weinig rekening met de kortere termijn. De risico’s in de staarten van de modellen zijn onderbelicht gebleven. Dat had niet mogen gebeuren.
MB: Dat moet je wel in perspectief zien. ALM geeft toch een bredere kijk op de zaak, want daarin heb je doorgerekend: wat doe ik met mijn premies; hoe zijn mijn inkomsten en uitgaven over een langere periode? Vaak heeft de ALM-studie raakvlakken met de CAO-overleggen en kunnen dat belangrijke randvoorwaarden zijn.
DN: ALM biedt wel degelijk een goede basis voor de lange termijn. We moeten echter concluderen dat we in aanvulling op de ALM-studie ook scenario-analyses voor de korte termijn zullen moeten uitvoeren. Daar heeft het in het verleden aan ontbroken. En daardoor is het beeld van de huidige toestanden teveel buiten beschouwing gebleven, ook voor pensioenfondsbesturen.
FB: Dat klopt. We hebben in een schijnzekerheid geleefd. Die ALM-studies lieten zien dat het op de lange termijn allemaal wel goed zou komen. Nou, op de korte termijn zijn we allemaal keihard onderuit gegaan.
LD: Nee Frits, dan ga ik met Dries mee. Het ALM-model as such kan op deze manier blijven voortbestaan. Wat veranderd moet worden, is hoe we omgaan met het model en welke waarde we er aan hechten. Daar zit het probleem. Als een model aangeeft dat er geen risico is, wil dat niet zeggen dat de wereld risicovrij is. Modellen zijn per definitie een abstractie van de realiteit, en juist die realiteit hebben we misschien allemaal uit het oog verloren.
npn: Het pensioenfonds van de schoonmakers heeft als een van de weinige fondsen over 2008 kunnen indexeren. Jullie hebben dus de juiste keuzes gemaakt. Zijn die keuzes tot stand gekomen in overleg met jullie vermogensbeheerder?
MARI MARTENS: Onze vermogensbeheerder heeft ons twee jaar geleden uitstekend geholpen. Ik vind dat wij toentertijd al heel grondig naar onze risico’s hebben gekeken: de rentedaling en het inzakken van de aandelen. Toch varen wij niet blind op het advies van de vermogensbeheerder. Hij moet zijn keukendeuren af en toe openzetten voor onze consultant. Dat contact is door de crisis nog verder geïntensiveerd. We zijn er niet geheel onbeschadigd, maar toch goed uitgekomen. Zoals het er nu voor staat, zitten we binnen een jaar weer op een dekkingsgraad van 105% en binnen twee jaar op de vereiste 111%. Wij mogen dus absoluut niet klagen.
npn: Wat is wijsheid in de huidige situatie?
MM: Je doelstelling continu in het oog blijven houden. Dat is wijsheid. Moet je aansturen op een zo hoog mogelijk rendement? Wij doen dat bewust niet. Wij kijken bij het bedrijfstakpensioenfonds van het schoonmakersbedrijf naar de grootste kans op indexatie, zonder daarvoor gigantische buffers nodig te hebben. Want dat is toch wat wij willen? De grootste kans op indexatie zonder het nemen van onnodige risico’s.
MB: Het belangrijkste is dat je je beleid hieromtrent zo concretiseert dat zowel voor de opdrachtgever als de opdrachtnemer helder is wat de doelstellingen zijn. Enkel op die manier kunnen beide partijen daadwerkelijk in control komen.
JS: Het pensioenfonds is er niet om puur vermogen te creëren volgens vermogensbeheer. Sommige fondsen hebben de verleiding niet kunnen weerstaan en zijn voor meer rendement gegaan dan ze eigenlijk nodig hadden en hebben dus risico’s genomen die eigenlijk niet nodig waren. Hebzucht is hier wellicht niet aan de orde, maar men was misschien wel bang om aangesproken te worden op het missen van overrendement. Dat zullen fondsen in de toekomst toch in de gaten moeten houden.
FB: Als ik één ding heb geleerd in de afgelopen twaalf maanden, dan is het dat niemand weet welke kant de financiële markten op zullen gaan. Daaraan zal het beleid moeten worden aangepast. De Nederlandsche Bank heeft aangegeven dat we binnen vijf jaar weer op een dekkingsgraad van 105% moeten zitten. Dit terwijl de herstelplannen alweer waren verouderd nog voordat de inkt droog was.
MVG: Ik hoop dat een heleboel besturen zich er nu bewust van gaan worden dat we te maken hebben met ontwikkelingen die nog meer hands on betrokkenheid dan voorheen vereisen. Er zal een nieuwe golf van pensioenfondsen zijn die gaan uitzoeken welke grote professionele vermogensbeheerder hen integraal in dit proces kan bijstaan. De kredietcrisis zou dus wel eens goed kunnen uitpakken voor fiduciaire aanbieders.
npn: Zullen vooral kleinere fondsen de overstap naar fiduciair beheer maken om hun deskundigheid op peil te kunnen houden?
FB: Deskundige mensen zijn sowieso redelijk schaars. Een goede organisatie staat of valt met goede mensen. Ik maak in de praktijk mee dat sommige kleinere fondsen het toch slechter doen omdat ze de juiste deskundigheid missen, maar ook omdat ze nu met de crisis ineens veel meer werk op hun bord krijgen. Vergaderde zo’n bestuur eerst vier keer per jaar, nu zullen ze toch bijna maandelijks rond te tafel moeten. Het duurde even voordat dat besef was doorgedrongen.
MVG: Ik denk niet dat dat iets met klein of groot te maken heeft. Je moet goed kunnen organiseren. Anders ben je niet verantwoord bezig met je vermogensbeheer en kun je de grote verantwoordelijkheid van het besturen van een pensioenfonds gewoon niet dragen. Daarvoor moet je intern gewoon goed zijn georganiseerd. Die organisatie is door de crisis zeker intensiever geworden. Het is aan het bestuur om die handschoen op te pakken.
DN: Het staat los van de omvang van een pensioenfonds. Bij een klein pensioenfonds kan de sponsor bijvoorbeeld deel uitmaken van een hele grote multinational waardoor ze juist heel goed georganiseerd zijn.
npn: Van pensioenfondsen mogen we in de nabije toekomst dus nog meer deskundigheid verwachten?
MVG: Ik hoop dat als de crisis één positief effect heeft gehad, dat dat het verhogen van de deskundigheid van pensioenfondsbesturen is. De toezichthouder en de sociale partijen zullen druk moeten uitoefenen op besturen om die processen goed te krijgen.
JS: Maar dan moet je direct de vraag stellen: tot op welk niveau moet dat gelden? In hoeverre moet een bestuur bijvoorbeeld in staat kunnen zijn om daadwerkelijk terug te rekenen wat zijn vermogensbeheerder heeft gedaan en welk effect dat heeft gehad? In hoeverre moet een fonds die verdieping in kunnen en kun je dat redelijkerwijs van een fonds verwachten? Dat is ook een discussie die nog steeds gevoerd wordt.
DN: Er is een ontwikkeling gaande waarbij een aantal fondsen al is afgehaakt. De consolidatie van de pensioensector lijkt mij onvermijdelijk. Aan de andere kant zie je de ontwikkeling dat veel besturen juist een stuk professioneler zijn geworden en dat de samenwerking met externe partijen ook verbeterd is. Dat is een positief effect. De crisis heeft toch een katalyserende werking.
npn: De professionalisering is een gevolg van de striktere regelgeving. Ook zijn financiële producten de afgelopen jaren steeds ingewikkelder geworden. Is dit laatste wel nodig? De kredietcrisis heeft immers bewezen wat voor gevolgen ontransparantie en onbegrijpelijkheid kunnen hebben.
JS: Dat is een vraag waar we serieus mee bezig zijn. Want is die complexiteit geboren vanuit de productontwikkeling van de aanbieder, of uit noodzaak voor het blijvend behalen van goede beleggingsresultaten? Schijnbaar hebben we niet all risico’s kunnen overzien. Dat is nu allemaal ontploft. Kortom, in hoeverre is de nu aanwezige complexiteit daadwerkelijk functioneel voor pensioenfondsen? Moet het allemaal niet een tandje minder?
MM: We hebben een simpelere regel bij Bpf Schoonmaak: Als het bestuur het niet snapt, doen we het niet.
MR: We moeten wel uitkijken dat we niet gaan zeggen: alles wat complex is, is niet goed gebleken. Er zijn ook best complexe dingen die hun werk wel naar behoren hebben gedaan. Diversifiëren heeft beperkt gewerkt. Heeft diversifiëren in de toekomst zin? Jazeker. Dat mandje moet ook in de toekomst met verschillende eieren worden gevuld.
FB: Stel nou dat de aandelen 50% omlaag gaan en de rente gaat ook nog eens met 3% omlaag zoals nu is gebeurd. Wat gebeurt er dan? Wilt u dat risico lopen?
MB: Dat moet een discussiepunt zijn binnen pensioenfondsbesturen: wat doen wij als dat soort scenario’s zich openbaren? Laten we eerlijk zijn: vooraf kun je daar weinig over zeggen. Toch wil je niet in zo’n situatie terechtkomen. Vanuit dat perspectief gezien kunnen de kosten die je moet betalen voor bijvoorbeeld een rentehedge wel meevallen.
MR: Wij zijn de fiduciair beheerder van Rabobank. Het bestuur heeft duidelijk de beslissing genomen om te hedgen. De Rabobank heeft een paar jaren geleden een paar miljard mogen storten, in het Rabobank pensioenfonds. Het bestuur had zoiets van: we hebben nu een goede dekkingsgraad, dat willen we ook vasthouden. Daar hebben we ongeveer een jaar over gedaan. Cardano heeft daar ook over meegedacht. Eigenlijk is het simpel, de kosten moeten opwegen tegen de baten.
npn: Heeft de kredietcrisis gezorgd voor een vertrouwensbreuk tussen het pensioenfonds en zijn uitvoerder?
JS: Het vertrouwen heeft misschien niet direct een deuk opgelopen maar is er niet een hele andere vraag aan de orde? In hoeverre is vertrouwen genoeg? Vertrouwen is goed, weten is beter. In die zin staan die relaties op gespannen voet met hoeveel er door de fiduciair beheerder wordt besloten. Is dat te veel, of te weinig geweest? Daarover moeten besturen van pensioenfondsen bij zichzelf te rade gaan. Dat kan heel lastig zijn.
LD: Het lijkt erop dat pensioenfondsbesturen zich veel explicieter met die controlerende taken zullen gaan bezighouden. Dat is echt iets wat ik constateer over de laatste periode. Het klimaat verschuift veel meer van trust me naar show me. Dat werkt en dat komt de transparantie ten goede.
FB: Er is een punt dat we nog niet hebben aangesneden: dat datgene wat soms wordt aangeboden niet helemaal de lading dekt. Je kunt allerlei mooie brochures maken waarin je zegt dat je dit en dat doet, maar in de praktijk kan dat weleens reuze tegenvallen. Bij fondsen die dat meemaken, kan dan wel degelijk een vertrouwenbreuk onstaan.
MVG: Sinds kort hebben wij ons vermogensbeheer uitbesteed aan Mn Services. Wij zijn daar op alle afdelingen gaan kijken en we hebben elke bezemkast opengetrokken. Daarnaast hebben wij twee bestaande klanten van hen geïnterviewd om ons te informeren over hun ervaringen tot zover. Dat heeft ons heel wat duidelijkheid verschaft. Na een heel jaar van voorselectie en definiëren wat het bestuur nu echt wil, kwamen we bij hen terecht.
npn: Een aantal fondsen vindt het belangrijk dat de Nederlandse pensioencultuur aanwezig is bij de partij met wie het in zee gaat. Heeft dat bij jullie ook een rol gespeeld?
MVG: Ik vind het eerder bepalend welke cultuur jij als bestuur wilt hebben. Wij waren op zoek naar een flexibele partij die heel servicegericht te werk gaat en die met verschillende mogelijkheden van vermogensbeheer kan spelen. Ik wil het dus eigenlijk omdraaien: de cultuur die je terug wilt krijgen, bepaal je door eerst je uitgangspunt als bestuur vast te leggen. Die bezoeken hebben een doorslaggevende rol gespeeld.
npn: Durven de aanwezigen hier aan tafel een voorzichtige blik op de toekomst te werpen? Zal de rol van de fiduciaire vermogensbeheerder nog worden uitgebreid, of juist worden afgezwakt?
MM: Fiduciair beheer zal een blijvende factor zijn in de Nederlandse pensioensector. De verantwoordelijkheid van het beleid zal bij het bestuur blijven liggen, maar de beheerder zal meer en meer actiever mee moeten denken. Dit heeft tot gevolg dat de fiduciair beheerder nog transparanter zal moeten opereren.
LD: De hoofdlijn wordt mijns inziens toch het verhogen van de bestuurlijke competentie bij pensioenfondsen. Net zoals dat in andere takken van de financiële sectoren nu wordt geëist. Misschien is dat ook wel het goede wat we aan deze slechte periode zullen overhouden. Vanuit dat perspectief voorspel ik dat de relatie met de externe fiduciair beheerder nog volwassener wordt. Ook dat is een positief gevolg van een negatief verleden.
JS: Het model is ondergeschikt aan de toepassing. Fondsen zullen steeds meer integraal naar hun risico’s gaan kijken. Dit heeft tot gevolg dat de communicatie tussen het bestuur, de (eventuele) beleggingscommissies en de vermogensbeheerder nog intensiever zal worden. De tijd zal leren of fondsen daar een fiduciaire vermogensbeheerder bij gaan gebruiken.
DN: Verwacht mag worden dat er vanuit de markt alternatieven voor de huidige propositie van fiduciair ontwikkeld zullen worden die zijn gebaseerd op transparantie, eenvoud en lage kosten. Dat is op zich een goede ontwikkeling. Dit kan een bepaalde mate van shake out tot gevolg hebben onder fiduciair beheeders. Tegelijkertijd zullen besturen professioneler gaan opereren en professioneler met de diverse vormen van vermogensbeheer omgaan. Er ontstaat dan een betere balans tussen vraag en aanbod op dit terrein. Uitgangspunt hierbij moet zijn het bestuursmodel van het fonds waarbij het fonds voor de benodigde checks en balances zorgt en hierbij het concept van vermogensbeheer kiest dat het beste hierbij aansluit.
MVG: Uitgangspunt van het bestuur moet zijn dat ze voldoende know-how moeten bezitten om de verantwoordelijkheid voor de beleggingen te kunnen waarmaken. Indien het bestuur voldoende expertise bezit, kan de rol van de fiduciair verschillend worden ingevuld. Als het gaat om de functie van fiduciair vermogensbeheer in de beheersbaarheid van vermogensbeheer van pensioenfondsen denk ik dat deze rol niet meer is weg te denken en alleen nog maar zal toenemen.
FB: Fiduciair beheer is here to stay. De service- en doelstelling gerichte benadering van de pensioen en de vermogensbeheerproblematiek zal doorzetten. Met de komst van de Algemene Pensioen Instelling zullen pensioenfondsen fuseren en gezamenlijk fiduciair outsourcen. Dat wil niet zeggen dat alle vormen van fiduciair beheer succesvol zullen zijn. Fiduciair beheer is een ambacht dat sterk afhankelijk blijft van de gekozen structuur en kwaliteit van de aanbieder.
MB: Meer pensioenfondsen zullen de uitvoering bij fiduciaire beheerders gaan onderbrengen. Voor het welslagen van de besturing is het ontwikkelen van een goede dialoog, met overdracht van kennis, een belangrijk aandachtspunt. Een actieve inmenging en een nauwkeurige vastlegging van verantwoordelijkheden en verwachtingen zullen in de toekomst nog meer van belang zijn.
Frits Bosch, Directeur, Bureau Bosch; Mark Burbach, Hoofd beleggingen, Blue Sky Group; Leo Dooper, Directeur, De Pensioen Coöperatie; Mathijs van Gool, Directeur, St Psf ’t Anker, St Psf SCGH Hygiëne; Mari Martens, Bestuurder St Bpf Schoonmaak, FNV Bondgenoten; Dries Nagtegaal, Voorzitter, Pensioenfonds Predikanten; Marcel Roberts, Directeur klantrelaties, Syntrus Achmea Vermogensbeheer; Jose Suarez, Menendez Adviseur Pensioenen, FNV Bondgenoten
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|