Als de geldkraan dicht gaat

Gepubliceerd op:  23 Juni 2009
— Illustratie door Phil Wrigglesworth

Lage dekkingsgraden worden deels opgelost met een extra storting door het sponsorbedrijf. Niet voor iedereen te behappen, schrijft Esther Gotink

Schommelingen in de dekkingsgraden zorgen voor flinke onrust in de accounts van beursgenoteerde ondernemingen. Tal van bedrijven – zoals Reed Elsevier, Océ, Shell, Super de Boer en KPN – hebben besloten of zien zich gedwongen om dit jaar extra geld te storten in de kas van hun noodlijdende pensioenfonds, wat flink op hun boekhouding drukt. Sommige bedrijven staan er sterk genoeg voor om die miljoenenrekening op te hoesten (Shell), andere gooien de kont tegen de krib omdat ze deze klap niet kunnen verwerken (Super de Boer).

De vraag is wat de gevolgen van de kredietcrisis zijn voor de huidige pensioenovereenkomsten. Spelen werkgevers met de gedachte alsnog over te gaan op CDC (collective defined contribution) waarmee fluctuaties in de balans kunnen worden afgewend? Onder CDC hoeft het bedrijf slechts een vaste pensioenpremie te betalen die elke vijf tot tien jaar wordt herzien; waarmee de risico’s verschuiven richting de deelnemers.

“Ik denk dat werkgevers al geruime tijd nadenken over hoe ze van de variabele pensioenlasten af kunnen komen”, zegt Theo Kocken, directeur-oprichter van risicomanagementspecialist Cardano en gepromoveerd op het onderwerp pensioenredesign en de risico’s van DB en CDC. “Ze kunnen de pensioenverplichtingen gewoon niet meer opbrengen. Sommige hebben een defined benefit-regeling (DB) maar zitten aan de bovenkant van hun premie en kunnen die niet meer bijsturen, dus zitten ze per saldo al in CDC. Het ligt niet aan onwelwillendheid van bedrijven, het ligt aan draagkracht. Als ze loonontwikkeling moeten uitstellen om een pensioengat te dichten, dan komt het linksom of rechtsom op het bord van de werknemers terecht.”

Tim Burggraaf, DC-specialist bij consultancy Mercer, beaamt dat. “Sommige ondernemingen moeten bijstorten in hun pensioenfonds nét op het moment dat ze dat geld zelf hard nodig hebben. Normaal is het al lastig dit soort hoge rekeningen te betalen, in deze crisis kan het een bedrijf om zeep helpen.” Hij denkt niet dat de werkgever al over CDC durft te reppen: “Daar is de sociale onrust nog veel te groot voor. Bovendien is de dekkingsgraad nu te laag voor een dergelijke stap. Deelnemers zouden op hun achterste benen staan. Weinig nieuwe dingen zullen de agenda halen tot de rust is weergekeerd. Je hoort werkgevers nu wel al zeggen: ik betaal de extra storting, maar we moeten hier in de toekomst wel over praten.”

CDC is ‘een betere afspraak hoe je met elkaar omgaat’, zegt Kocken: “De werkgever blijft premie betalen, daarnaast wordt het in een goed CDC-plan duidelijker hoe de risico’s zijn verdeeld over de deelnemers. Bij een DB-fonds denkt een fonds of zijn deelnemers nog steeds: de werkgever staat altijd borg, maar die zekerheid kan al lang niet meer gegeven worden.”

Voorlopige radiostilte

Na de internetbubbel en de invoering van de internationale boekhoudregels IFRS, waarmee pensioenlasten op de bedrijfsbalans kwamen, ontstond de eerste CDC-generatie. De situatie van toen is vergelijkbaar met de situatie nu: ondernemingen wilden inzichtelijker krijgen waar ze aan toe zijn.

“Wat er op dat moment gebeurde, is dat het financieel risico van de werkgever werd beperkt, waarbij dat risico voor de deelnemers toenam”, vertelt Frans Prins, directeur van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF). “Die vroegen daar op hun beurt een prijs voor: een extra storting – de zogenoemde bruidschat – of een hogere werkgeverspremie. Je hoeft geen profetische gave te hebben om te weten dat de CDC-discussie de komende jaren breder zal worden gevoerd dan tot nu toe het geval was.”

Overigens denkt ook Prins dat er eerst andere zaken aan de orde zijn: “In een fase van onderdekking is het sowieso lastig om tot alternatieven te komen. Alle aandacht gaat eerst uit naar het herstelplan, die moet worden uitgevoerd op basis van de bestaande overeenkomsten. Wie weet praten fonds en bedrijf al over een herziening van de plannen in de toekomst, maar zulke gesprekken onttrekken zich aan mijn waarneming.”

Bedrijven en fondsen die zich nu geconfronteerd zien met een bijstorting, reageren niet op de vraag of CDC wordt overwogen. Zo willen KPN en Reed Elsevier geen commentaar geven, stelt Océ-pensioendirecteur Henk Boer dat een ‘CDC regeling bij ons niet aan de orde is – een gedetailleerde beantwoording van uw vragen is daardoor weinig zinvol’ en laat TKP-relatiebeheerder Minne Dulleman namens pensioenfonds Super de Boer weten dat ‘ik over dit soort onderwerpen niks zinnigs kan zeggen omdat we tijdens de lopende onderhandelingen een informatiestop hebben afgesproken’. Shell-woordvoerder Wim van de Wiel reageert: “Op dit moment loopt er geen studie naar het eventueel aanpassen van het DB-systeem dat Shell nu hanteert. Uiteraard houden we de ontwikkelingen op pensioengebied wel in de gaten.”

Mariëtte Simons denkt dat ‘meer over CDC wordt gesproken dan jij en ik vermoeden’. Ze is directeur van Stichting Pensioenfonds SNS Reaal, dat in 2005 al de overstap naar deze pensioenvorm waagde. “Ik denk dat binnen HR aan de werkgeverskant en binnen het bestuur aan de opf-kant al veel over het onderwerp wordt gebrainstormd, waarbij de mening van de deelnemers via de ondernemingsraad of vakbonden pas later ter tafel komt. Het is goed om vroeg afspraken te maken, onderdekking of niet, want dan heb je vast op papier staan hoe je met elkaar omgaat en wat het beste moment voor omschakeling is.”

Kocken denkt dat de komende jaren ‘heel wat bedrijven’ zullen overstappen op een vaste premiebetaling. “Meer nog dan na de internetbubbel en de introductie van IFRS. De vergrijzing vraagt daar om, maar de kredietcrisis zal die stap versnellen.” Theo Gommer, verantwoordelijk voor de juridische afdeling bij Akkermans & Partners en directeur van het Wetenschappelijk Bureau denkt er hetzelfde over: “Ik kan niet zeggen dat ik contact heb gehad met veertig AEX-fondsen en dat dertig daarvan hebben gezegd met CDC bezig te zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat het in bestuursvergaderingen nu niet ter tafel komt.” Praten over CDC is heel delicaat, erkent Simons. “Maar er komt een tijd dat de extra werkgeversbijdrage niet langer haalbaar is. Fondsen, en ook vakbonden, moeten de realiteit van dit probleem inzien.”

Gommer is eenzelfde mening toegedaan: hij vindt dat bedrijven met een CDC-wens er goed aan zouden doen die nu al te uiten. “De uitkomsten van de discussies kunnen dan even in de week worden gelegd. Als het dan weer beter gaat, pakken ze het aantekeningenboekje erbij en kunnen ze gelijk aan de slag. We kunnen niet langer achter de feiten aanhobbelen. De kredietcrisis is een hele goede wekker gebleken om ons nu op te maken voor het echte werk: de vergrijzing, die in versnelde vorm op ons afkomt als de babyboomers in 2015 met pensioen gaan.”

CDC in het vizier

Pensioenfonds SNS Reaal stond op 116,4% toen de overstap naar CDC werd onderhandeld. “Wel boven de vereiste dekkingsgraad, maar we zaten nog in de hersteltermijn na de internetbubbel en konden niet indexeren”, vertelt Simons. “Er was geen sprake van een bijstortverplichting voor de werkgever, maar die had dat in 2002 al wel meegemaakt en moet hebben gedacht: dat was eens maar nooit weer.”

De navelstreng werd doorgeknipt toen een bruidschat van 105 miljoen euro was betaald, bestaande uit 90 miljoen om op een reële dekkingsgraad van 100% te komen en 15 miljoen kasgeld om de eerste twee jaar te kunnen indexeren, zodat het nieuwe zelfstandige fonds beslagen ten ijs kwam. Vijf jaar na dato zegt Simons tevreden te zijn met de positie van het fonds in relatie tot de huidige turbulentie. “We zijn alweer uit herstel, en daar hebben we eigenlijk niks voor hoeven doen.”

Eind dit jaar loopt de eerste vijfjarentermijn voor de CDC-regeling van SNS Reaal af. Prominent op de agenda staat de premiehoogte. “We hebben bij aanvang van de nieuwe overeenkomst niet gesproken over de werkgeverspremie omdat die toen net was vastgesteld.” Simons wil niet ingaan op de vraag wat ze van de werkgever verlangt. “Daar doe ik nog even geen uitspraken over.”

Frans Prins denkt dat een boeiende periode aanbreekt. Bedrijven die recentelijk een bijstorting hebben moeten doen om tot voldoende herstel te komen, zullen nu zeer nauwlettend de CDC-fondsen in de gaten houden waarvan de eerste vijfjarentermijn nu afloopt. “Het is een goede gewoonte in de pensioensector om te zien hoe anderen het doen en daar lering uit te trekken. Uiteraard hangt ook veel af van het arbeidsvoorwaardelijke overleg, niet alleen van wat de werkgever wil.”

Slordige communicatie

Theo Gommer was aanvankelijk tegenstander van CDC ‘hoewel ik het systeem niet onlogisch vind’. Hij noemt boekhoudkundige regelgeving een slecht motief om een heel nieuwe pensioenregeling te starten. Ook vindt hij dat de overgang vaak slecht is gecommuniceerd met de deelnemers. “Die beseffen meestal niet dat alle risico’s naar hen zijn verplaatst – tot de nood aan de man is.” Hij merkt dat juridische pensioenvraagstukken vaak zeven tot tien jaar achterlopen. “Dus we zijn nu druk bezig met zaken die eind jaren negentig speelden met de overgang van eindloon naar middelloon versus het verwachtingspatroon van de deelnemer. Ik weet zeker dat hetzelfde gaat gebeuren met CDC. Daar kan nog een staartje aan zitten.”

Pensioenjurist Harry Veenendaal vroeg in 2007 in het Nederlands Juristenblad aandacht voor deze problematiek. Hij betoogde dat het danig schort in de communicatie, niet uit opzet maar uit slordigheid. “Werknemers die in een DB-regeling zaten kregen onvoldoende informatie omtrent de risicoverschuiving in de jaren na de internetbubbel. Volgens een arrest van de Hoge Raad van 19 september 2003 mag dat niet (zie kader, red.); de werkgever heeft een strenge zorgplicht dienaangaande.”

Veenendaal meent dat onduidelijkheden rond de eerste CDC-transfers de weg openen naar juridische procedures. Zelf adviseert hij Jort Kelder tegen Quote, de werkgever die in gebreke zou zijn gebleven toen individuele pensioentoezeggingen werd afgekocht en omgezet naar CDC. “Als het een zaak wordt en de informatievoorziening blijkt inderdaad onvoldoende te zijn geweest, dan bestaat er een mogelijkheid dat Kelder de zaak op die grond kan winnen.” Los van het feit dat het hier een pensioenregeling betreft die is ondergebracht bij een verzekeraar en niet bij een pensioenfonds, ziet Veenendaal mogelijkheden om deelnemers van CDC-fondsen op eenzelfde manier bij te staan.

Ook Kocken is slecht te spreken over de communicatiekant. “Er zijn mensen die de juridische weg kunnen bewandelen als niet goed is geïnformeerd hoe dat stokje is doorgegeven. Dat is overigens niet aan de werkgever maar aan het bestuur van het pensioenfonds. Die heeft volgens de pensioenwet een communicatieplicht. Het is een governance kwestie, en daar ontbreekt het nog wel eens aan. Ik ken voorbeelden uit de praktijk, maar daar kan ik niet openlijk over uitwijden, waar zaken als de risicotoename voor de deelnemers niet duidelijk zijn gecommuniceerd. Je moet als bestuur ongelooflijk zorgvuldig zijn met wat je doet.”

Toch denkt Veenendaal dat CDC de weg is die veel bedrijven willen inslaan: “CDC is here to stay. Bedrijven zijn als gevolg van de internetbubbel en IFRS dit systeem in gevlucht, de kredietcrisis zal voor dezelfde reactie zorgen.” Kocken waarschuwt dat CDC niet moet worden gezien als de redder in nood: “Er zijn DB-fondsen die het afgelopen jaar verrassend goed hebben gepresteerd en er zijn CDC-fondsen die alsnog zijn gekweld. CDC is geen antwoord op de kredietcrisis, het is een verduidelijking van de afspraken. Het geeft de werkgever rust omdat de premiebetaling helder is. Het geeft werknemers rust omdat ze precies weten waar ze aan toe zijn en zich daarvoor kunnen indekken. Mits ze weten welke risico’s ze op hun schouders nemen.”


Informatieplicht

De Hoge Raad bevestigde in een arrest van 19 september 2003 het vonnis van het Hof Amsterdam dat de werkgever een uitdrukkelijke zorgplicht heeft ten aanzien van voorlichting aan de werknemer inzake de pensioenregeling. Een werknemer had in deze casus bij het sluiten van de beëindigingsovereenkomst onjuiste/onvolledige informatie van de werkgever ontvangen. Het hof was van oordeel dat de werkgever niet aan de zorgplicht had voldaan. Daarbij overwoog het hof dat de ondeskundigheid van de werknemer ten aanzien van pensioenvraagstukken moet worden meegewogen. Het viel de werknemer niet te verwijten dat hij de onduidelijke tekst in de brochure niet taalkundig had ontleed.

(bron: ‘Informatieplicht ondernemings-pensioenfondsen’ door mr.drs. H.F. Veenendaal en mr.drs. Th. J.M.L. Verhoeff in Nederlands Juristenblad nr. 29, 24 augustus 2007)

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Zeit für Immobilien und Firmenanleihen
• PWC wappnet sich für Inflation
• Nicht immer mit Liebe: Brüssel gibt der bAV den Takt vor
Nordic Region Pensions & Investments News
• AP funds rooted in conflict
• Henrik Heideby
• Playing the equity market with commodities
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Friends Provident MD dies following illness
• Wrapping it up
• Cash in the attic
Professional Wealth Management
• Identifying stable returns
• Making the case for multiple choice
• GROWTH FROM WITHIN THE HSBC MACHINE
NIEUWSBRIEF



 ARCHIEF




Contact

Abonnementen

Privacy Policy

Terms and Conditions

Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2010