‘Commissie Don kwam op het verkeerde moment’

Gepubliceerd op:  09 November 2009
— Pieter Omtzigt

Pensioenfondsen krijgen genoeg tijd om maatwerk te ontwikkelen voor de verhoging van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar, vertelt Pieter Omtzigt aan Anke Claassen

Het kabinet heeft besloten dat de AOW-leeftijd wordt opgetrokken naar 67 jaar. Dat er op korte termijn een akkoord te verwachten viel, werd vlak na de mislukte SER-onderhandelingen al snel duidelijk. Omtzigt was als pensioenwoordvoerder van de CDA-fractie bij de gesprekken aanwezig. “Het is een sociaal akkoord. Vijftig jaar geleden werd de AOW vastgesteld op 65 jaar. Sindsdien zijn we gezonder, leven we langer en zijn de arbeidsomstandigheden verbeterd. De verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar is noodzakelijk voor het behoud van de verzorgingsstaat zoals wij die nu kennen. Iedereen moet een steentje bijdragen.”

Toch houdt het onderwerp ook binnen de eigen partij de gemoederen bezig. De jongerenorganisatie van de christen-democraten, het CDJA, is voorstander van het verhogen van de AOW-leeftijd, maar vindt het een probleem dat de regeling pas ingaat vanaf 2020. Zij willen dat de leeftijd al vanaf nu met een kwartaal per jaar wordt opgetrokken. De reden: het is de jongere van nu die de rekening volledig gaat betalen. De babyboomgeneratie die tot nu toe het meest van de verzorgingsstaat heeft geprofiteerd, ontspringt de dans.

“Doen alsof de ouderen ermee wegkomen is onterecht”, reageert Omtzigt. “Voor ouderen die in deze crisis hun baan verliezen, is het perspectief op de arbeidsmarkt slecht. Verder kun je niet voor 2015 beginnen, omdat je anders het Museumpleinakkoord (aparte sociale afspraak over vroegpensioen, red.) openbreekt, je mensen niet meer in de gelegenheid stelt zich aan te passen en omdat de huidige arbeidsmarkt gewoon te slecht is. Jongeren kunnen zich beter voorbereiden op een andere pensioenleeftijd. We hebben een evenwichtig akkoord voor jong en oud bereikt.”

De FNV noemt het besluit dat er nu ligt ‘een gedrocht’. Ook hoogleraar openbare financiën Harrie Verbon zegt in deze npn (p.17) dat er vooral op het gebied van de aanvullende pensioenen nog heel wat uit te leggen valt. Hij denkt niet dat de FNV na de mislukte onderhandelingen van plan is om met een stijging van de pensioenleeftijd in te stemmen. Bovendien vraagt hij zich af of dat überhaupt juridisch haalbaar is. Je krijgt immers twee soorten deelnemers in pensioenfondsen. Zij die nu al betalen voor het recht om met 65 te kunnen pensioneren maar die nu toch tot hun 67ste door moeten, en zij die nog steeds met 65 jaar kunnen stoppen. Dit terwijl ze wel allebei dezelfde premie zullen betalen. Verbon denkt dat dit de strijd is die de komende jaren zal worden gevoerd.

Omtzigt: “Pensioenrechten die zijn opgebouwd blijven gewoon bestaan. Dat is bij het Museumpleinakkoord gebeurd en gebeurt nu weer. Wel zullen rechten herberekend worden naar een andere spilleeftijd. Omdat er enige tijd is voordat het nieuwe Witteveenkader ingaat, zullen sociale partners ook in de gelegenheid zijn om per pensioenfonds maatwerk te ontwikkelen.”

Een ander punt van kritiek is dat het kabinet de plannen van de werkgeversorganisatie VNO-NCW voor een groot deel heeft overgenomen. Is er wel naar de vakbonden geluisterd? “De sociale partners zijn er samen niet uitgekomen. Daarom hebben de drie coalitiepartijen een compromis uitonderhandeld. Natuurlijk is daarbij gekeken naar de plannen die in de SER op tafel hebben gelegen. Voor degenen die denken dat het FNV-plan niet is meegewogen, wijs ik erop dat in het huidige voorstel de hele sociale zekerheid doorloopt tot 67-jarige leeftijd en niet tot 65 zoals in het FNV-plan. Dat is toch een heel stuk socialer voor mensen met bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Die is namelijk hoger dan een AOW-uitkering.”

Omtzigt verwacht dat het wetsvoorstel snel in de Tweede Kamer zal komen. Na deze wet komt nog een invoeringswet, waarin de hele sociale zekerheid, maar ook andere regelingen, waarin de leeftijd 65 voorkomt – zoals de huurtoeslag en de eigen AWBZ-bijdrage – aangepast moeten worden.

Waardeloze wet

Onlangs werd in de Tweede Kamer ook het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya-Blok behandeld. Deze wet zou ouderen meer inspraakrecht in de besturen van bedrijfstakpensioenfondsen moeten geven. Omtzigt: “De inhoud is vrij waardeloos, met name het stuk waarin staat dat een OR-beslissing bij de rechter kan worden aangevochten, wat het pensioenfonds geld kost. Dit leidt tot zeer ongewenste situaties. Eén partij binnen de deelnemersraad zou dan beslissingen kunnen tegenhouden. Dat vertraagt het pensioenstelsel. Je moet er toch niet aan denken dat je bijvoorbeeld bij het indienen van een herstelplan allerlei gangen naar de rechter en de ondernemingskamer krijgt? Krijg je er één, dan zullen anderen volgen. De ondernemingskamer kan moeilijk 200 zaken tegelijk aan. Dan hebben we een jaar lang geen herstelplan. Het moet allemaal wel uitvoerbaar zijn, en dat bewerkstelligt het voorstel Koser Kaya-Blok niet.”

Omtzigt kwam daarom met een motie die stelt dat alle partijen rond de tafel moeten om tot een werkbaar alternatief te komen. Deze motie is kamerbreed aangenomen. “Het CDA is wél voor een verbetering van de positie van belanghebbenden bij de pensioenfondsen. Wij vinden echter niet dat dit alleen voor ouderen moet gelden. Daarom dagen wij de fondsen, de vakbonden en andere partijen uit om bij elkaar te gaan zitten en samen te komen tot een nieuw stelsel van evenwichtige vertegenwoordiging, die duurzaam is en breed wordt gedragen.” De partijen krijgen tien weken de tijd om een voorstel te formuleren. “Het verschilt namelijk van fonds tot fonds hoe de diversiteit van een beroepsgroep eruit ziet. Ik kan me zo voorstellen dat Pensioenfonds Zorg en Welzijn meer vrouwen in het bestuur moet hebben voor een goede afspiegeling van de deelnemers dan bijvoorbeeld het fonds voor de bouw.”

Omtzigt weet niet of de partijen er binnen tien weken uit zullen komen. Volgens hem zijn de meningen van de deelnemers over de medezeggenschap nogal verdeeld. “Ik hoop van harte dat het ze gaat lukken. Momenteel bestaan de besturen van veel pensioenfondsen uit relatief blanke grijze mannen van 55 jaar. Vooral jongeren hebben heel andere belangen dan die generatie. Hetzelfde geldt voor vrouwen. Denk aan het nabestaandenpensioen dat voor hen veelal vaker van belang is. Dat moet je allemaal terugzien in het pensioenfondsbestuur.”

Commissie Don

Begin oktober werd eveneens bekend dat de commissie parameters, ook wel de commissie Don genoemd, met een verdeeld advies kwam over de vaststelling van de pensioenpremies. Dit betekent dat pensioenfondsen niet hoeven uit te gaan van een lager verwacht rendement bij het vaststellen van de premies. Voor pensioenfondsen is dat goed nieuws. Uitgaan van een lager verwacht rendement heeft een forse stijging van de pensioenpremies tot gevolg. Omtzigt: “Ik ben zelf een van de aanstichters van de Commissie Don geweest. Het is jammer dat het advies verdeeld is, maar ik begrijp dat wel. We wisten aan het begin van de crisis nog niet hoe diep deze zou worden. We wisten ook niet wat dit voor een effect zou hebben op de parameters en op de langetermijnverwachting. Dat weten we overigens nog steeds niet helemaal. De vraag blijft of we onze structurele groeiramingen rigoureus moeten bijstellen of niet. Onder economen bestaat er nog steeds onenigheid met hoeveel procent de economie weer structureel gaat groeien. Een kwart procentje levert meteen volledig andere dynamieken in de begroting op. Datzelfde geldt voor pensioenfondsen. Al vind ik wel dat pensioenfondsen nu al rekening moeten houden met diverse situaties. Laat dat een les uit het recente verleden zijn.

Volgens Omtzigt kwam de commissie dus op het verkeerde moment. Hij vindt tevens dat ze zich teveel op één element van de problematiek heeft gefocust: “Ik mis een analyse van de gebruikte modellen. Ze houden te weinig rekening met onverwachte schokken. Met andere woorden: de staarten zijn niet dik genoeg. Je kunt pensioen vergelijken met een brandverzekering. Die heb je ook voor het geval dat zich een rampzalig scenario voordoet. Rekening houden met onwaarschijnlijke situaties is daarom heel belangrijk. Dat hebben lang niet alle pensioenfondsen gedaan. Ook had ik gehoopt dat er gekeken zou worden naar het toekomstige inflatierisico. Gezien het huidige monetaire beleid zou dat wel eens de grote toekomstige bedreiging voor het pensioenstelsel kunnen zijn.”

Een ander punt dat de commissie Don niet heeft onderzocht, is of de swapcurve de marktdiscontovoet voor het waarderen van pensioenverplichtingen moet blijven. Omtzigt is in ieder geval niet gecharmeerd van de geluiden uit de sector om in de toekomst gebruik te maken van een gemiddelde marktrente. “De pensioenwereld heeft destijds zelf voor de swapcurve gekozen. Toen de rente nog hoog en stabiel was, was het goedkoop om het lage renterisico af te dekken. Toch hebben veel fondsen dat niet gedaan.” Nu wil de sector met de gemiddelde rente van bijvoorbeeld vijf jaar gaan rekenen. “Dat is geen stabiele oplossing. Want, wat als ze we over vijf jaar een hoge rente hebben? Dan zullen fondsen vast en zeker vragen om weer terug te mogen naar het oude systeem: op basis van de dagrente kunnen ze dan wel indexeren, maar op basis van de gemiddelde rente niet. Bij deze daag ik de sector uit om met een consistent alternatief te komen.”

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Zeit für Immobilien und Firmenanleihen
• PWC wappnet sich für Inflation
• Nicht immer mit Liebe: Brüssel gibt der bAV den Takt vor
Nordic Region Pensions & Investments News
• AP funds rooted in conflict
• Henrik Heideby
• Playing the equity market with commodities
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Friends Provident MD dies following illness
• Wrapping it up
• Cash in the attic
Professional Wealth Management
• Identifying stable returns
• Making the case for multiple choice
• GROWTH FROM WITHIN THE HSBC MACHINE
NIEUWSBRIEF



 ARCHIEF




Contact

Abonnementen

Privacy Policy

Terms and Conditions

Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2010