Rekenrente
Gepubliceerd op: 09 November 2009
Stelling: De boekhoudkundige standaard IFRS (International Financial Reporting Standards) zou de rekenrente van het FTK (Financieel Toetsingskader) moeten overnemen
VOOR
 Laurens Swinkels
Jaarverslagen moeten zoveel mogelijk informatie geven voor beleggers in aandelen van die bedrijven. Zowel de IFRS als het FTK gaan uit van marktwaardering van de pensioenverplichtingen, maar gebruiken hierbij een verschillende rekenrente. Dit kan tot grote verwarring leiden.
Aangezien de rekenrente voor de IFRS momenteel een stuk hoger is dan die voor het FTK, zorgt dit ervoor dat sommige ondernemingen een surplus rapporteren voor hun pensioenregeling. Terwijl de realiteit is dat veel ondernemingen door de huidige crisis juist flink moeten bijstorten. Daarom pleit ik voor meer consistentie tussen beide vormen van verslaggeving.
Het gebruik van twee verschillende rekenrentes heeft in deze crisis tot gevolg gehad dat de waardering van hetzelfde pensioencontract kan oplopen tot wel meer dan 30%, afhankelijk van of de onderneming of het pensioenfonds hierover verslag legt. En dat bij hetzelfde uitgangspunt van marktwaardering. In sommige gevallen is de pensioenverplichting inclu-sief inflatiecompensatie, die onder de IFRS ook meegenomen dient te worden, zelfs lager dan de nominale pensioenverplichting onder het FTK .
De pensioenverplichting is een onzekere afspraak. De vraag is dan uiteindelijk: hoeveel zekerheid zit er in de pensioenverplichtingen? Een opslag op de risicovrije rekenrente voor nominale pensioenaanspraken zie ik dan ook als onwenselijk. De deelnemer in een pensioenregeling ziet het immers als een recht waarop veel zekerheid berust. In hoeverre moet je toekomstige indexatie-ambitie meenemen bij de IFRS? Het is duidelijk dat hier, aangezien het om een voorwaardelijke aanspraak gaat, een opslag op de rekenrente overwogen kan worden.
Ik pleit ervoor dat de IFRS meer rekening zou moeten houden met lokale regelgeving met betrekking tot pensioencontracten. De verslaggevingsregels in een land weerspiegelen waarschijnlijk het beste de mate van zekerheid in het pensioencontract en de mate van risicodeling tussen werkgever en werknemers. Kortom, als een pensioenfonds in Nederland een tekort moet rapporteren, moet dat ook blijken uit de cijfers die de onderneming in zijn jaarverslag laat zien.
Ik ben er overigens niet van overtuigd dat de rekenrente die onder het FTK geldt in alle omstandigheden de marktwaarde van de pensioenverplichtingen weerspiegelt. Transparantie, consistentie, en inzichtelijkheid over pensioenen lijkt me wenselijk voor alle betrokkenen. Ik ben ervan overtuigd dat dit ondernemingen er niet van zal weerhouden om hun werknemers een goed pensioen aan te bieden.
Laurens Swinkels is senior researcher bij Robeco Quantitative Strategies.
TEGEN
 Anne Laning
Als de rekenrente van het FTK zou worden toegepast bij de IFRS, doet dat vermoeden dat aan pensioenverplichtingen geen risico verbonden zit. Bij het FTK moet je feitelijk rekening houden met een risicovrije rentevoet.
Vanuit het perspectief van de werkgever, en daar gaat het hier over, is er wel degelijk een risicocomponent bij de pensioentoezegging. Om rekening te houden met dat risico is het logisch om een hogere disconteringsvoet te gebruiken. Hierdoor kom je uit op een wat lagere waardering van de pensioenverplichting. Dat risico zit in het feit dat in Nederland de toeslagverlening voor indexatie voorwaardelijk is. Mocht het er binnen een pensioenfonds slechter aan toe gaan, dan wordt indexatie niet toegekend of wordt er zelfs over afstempelen gesproken. Daarom is een pensioentoezegging niet risicovrij en moet je een risico-opslag in de rentevoet hebben.
Binnen de IFRS waardeert men met de risicovoet van hoogwaardige ondernemingsobligaties. Tot medio 2008 was dat een redelijk uniforme maatstaf die bij de meeste bedrijven ongeveer dezelfde uitkomst opleverde. Door de kredietcrisis is er van uniformiteit geen sprake meer. Stap je over naar de rekenrente van het FTK, dan heb je geen risicoafslag en dat geeft een onjuist beeld van de werkelijkheid. Dat is een beweging de verkeerde kant op. De vraag is nu: welk risico zit er vanuit het perspectief van de werkgever in de pensioentoezegging en hoe kun je daar in de waardering zo goed mogelijk mee omgaan? Uit een analyse van de huidige herstelplannen blijkt dat veelal een minderheid van het risico door de werkgever gedragen wordt, dan is het niet consistent als je nu een volledige risicovrije rente zou meenemen.
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|